Buiten

Tony Blair op de televisie, in een parlementair debat over verbeteringen van de noodlijdende nationale gezondheidszorg. Zo ken ik hem niet. Of het nu door de opiniepeilingen komt of door de last van het staatsmanschap, dit is niet meer de stralende Jos Brink. Er is iets van het degelijke sociaal-democratische oude hondenhoofd in zijn trekken gekomen en als we nog even wachten is Jos Brink straks vervangen door Walter Matthau.

Misschien is het inbeelding. Ik krijg van de televisie de indruk dat hij iets moois voor de gezondheidszorg heeft gedaan, maar de volgende dag leggen de kranten me uit dat ik me daarin vergiste.

Lang niet in Engeland geweest. Kleine hotelkamers, vies eten, onbetaalbare prijzen. Maar nu logeer ik bij familie. Grote kamer, lekker eten, alles gratis.

Een snoezig dorp, echt Engels, en in een televisiefilm zou het niet lang duren voor het eerste slachtoffer viel. Een uur rijden hiervandaan opereert hoofdinspecteur Morse, maar die komt hier niet, dit is een `neighbourhood watch' gemeenschap.

De buren passen inderdaad goed op. Ik ben nog geen twee minuten alleen in huis of er wordt al aangebeld. De buurman blijft naar me kijken en zegt niets. Boekendief, denkt hij, want ik heb net de verzamelde brieven van de door mij bewonderde dichter Philip Larkin uit de kast gehaald en sta daarmee op de stoep. Ik zeg dat ik de zwager van de bewoner ben, de buurman doet of hij het gelooft, hij legt uit dat hij altijd een oogje in het zeil houdt en loopt weer weg.

Hans houdt niet zo van de natuur, hij is meer een stadsrat. Je hoeft echt geen mooie wandelingen voor hem te organiseren, hij heeft zijn boek, zijn schaakbordje en een computerschijfje met tweeduizend schaakpartijen en een game viewer, hij vermaakt zich wel.

Maar de Cotswold heuvels moet je toch echt zien, die zijn mooier dan Toscane. Nou nou, wat verbeelden ze zich niet. Maar het is nog waar ook, het ene schitterende panorama na het andere, ik herken ze uit reclamefilmjes met jagers te paard in rode jassen en honden die achter de vos aangaan.

Er staan veel borden langs de weg waarop de regering wordt aangeklaagd. Die bestaat ook uit stadsratten die het platteland niet willen begrijpen. De vossenjacht met paarden en honden, die het stadse Labour wil verbieden, is het symbool geworden van het eerlijke plattelandsleven dat vermoord wordt.

In Nederland lees ik vaak de Sunday Telegraph, voor de schaakrubriek. Die krant geeft een stem aan de frustraties van de vossenjagers. De ene week is het columnist Auberon Waugh die de stadse oorlog tegen het platteland aanklaagt, dan weer schrijft filosoof Roger Scruton een stuk over de dorpsgemeenschap van hoefsmeden en zadelmakers die uit elkaar dreigt te vallen en de week daarna vertelt hoofdredacteur Dominic Lawson over zijn vijf honden die binnenkort hun pretje moeten missen als Blair zijn zin krijgt. Ik ken die Lawson uit de schaakwereld en ik mag hem niet.

Hij drijft de spot met stadsbewoners die nauwelijks iets van dieren weten, maar wel denken dat ze weten wat er in een vos omgaat als hij door de honden achterna gezeten wordt. Als er al iets omgaat in het hoofd van de vos, vindt die het dan erger om tijdens een feestelijke jacht gedood te worden dan op een andere manier, die de preutse stadsbewoners beter zou bevallen? Lawson heeft er geen oordeel over, want op zijn platteland doen ze niet aan weekhartige fantasieën.

Ik weet het ook niet. Ik ben wel gevoelig voor het argument dat de geritualiseerde dierenmoord minder afstotend is dan onze dagelijkse voedselvoorziening. Het stierengevecht is me sympathieker dan het abattoir. Iets doden en weten dat je het doet, is beter dan op een knopje drukken en de machine het werk laten doen, want dan zijn alle remmen los. De ouderwetse beul die met een bijl het hoofd van de gevangene afslaat is menselijker dan de moderne, die op een knop drukt voor een elektrische stroomstoot.

Niettemin, de jachtrituelen zouden meer op die van het stierengevecht moeten lijken, dan zouden ze aanvaardbaarder zijn. Een iets eerlijker strijd. Af en toe een dier dat terugschiet, dat zou je willen, maar dat kan natuurlijk niet. Dan maar wat dierenbeschermers die de taak waarnemen, vallen zetten en de jagers met een gericht schot uit hun lijden helpen, dat is menselijker dan ze in een verpleeghuis laten verkommeren.

Wat zou Dominic Lawson er van vinden om zo afgemaakt te worden? Dat weet ik niet. Het zou van filosofische aanmatiging getuigen om te denken dat je kan weten wat er in het hoofd van andere mensen omgaat, als er al iets in omgaat. Ze maken geluiden die we denken te begrijpen, dat is waar, maar meer valt er niet over te zeggen.

We rijden door het prachtige heuvellandschap en de dorpen kan je niet zien, maar je weet dat daar het `echte Engeland' is waar de Sunday Telegraph zo lyrisch over kan schrijven, het land van de koningin-moeder, de zadelmakers en hoefsmeden, de zweep die nog kan striemen, waar eerlijk werk gedaan wordt, de ondergeschikte zijn plaats kent, de homoseksueel aan zijn geaardheid geen ruchtbaarheid geeft en de buitenlander alleen bestaat in de vorm van de toerist die in de dorpen thee komt drinken en taartjes eten. Het land waar Philip Larkin zo van hield.

Mijn gastheer wijst op velden waarop niets verbouwd wordt, omdat de boeren betaald worden om ze braak te laten liggen. Zo, zo. En die boeren maar klagen over de regering en de stadsbewoners en de Europese Unie, waar ze hier in het echte Engeland zo tegen zijn, maar waar wel de subsidies vandaan komen voor hun leeg liggende velden.

Een kleine en kortstondige aanval van stadse sentimenten. Zo simpel is het niet, zegt mijn gastheer en ik laat me graag overtuigen, want je verpeult al snel in dit landschap.

    • Hans Ree