Aan schuld Anwar gelooft niemand

Negen jaar cel voor oud-vice-premier Anwar – het is het treurige eind van een proces dat van geen kant deugde.

Waar iedereen in Maleisië – maar niemand in het Westen – op rekende, is gebeurd: Anwar Ibrahim is schuldig bevonden aan sodomie. Hij krijgt negen jaar gevangenisstraf, omdat de rechter het bewezen acht dat de voormalige protégé van premier Mahatir zich ,,schuldig heeft gemaakt'' aan homoseksuele handelingen met zijn chauffeur. In moslimstaat Maleisië een absoluut taboe waar een maximale gevangenisstraf op staat van twintig jaar plus een nader te bepalen aantal zweepslagen. Deze lijfstraf is Anwar bespaard gebleven omdat hij twee jaar ouder is dan de maximale leeftijd voor deze straf: vijftig jaar.

De uitspraak is een klap in het gezicht voor diegenen die meenden dat Maleisië nog geen bananenrepubliek was geworden. Zelfs voor de meest objectieve waarnemer is het duidelijk dat Anwar, zoals hij het zelf zegt, ,,er is ingeluisd''. De in ongenade gevallen ex-vice-premier en minister van Financiën ziet daarvoor maar één schuldige: Mahatir Mohamad, de minister-president die Maleisië al sinds 1981 in zijn greep heeft.

Tijdens het hoogtepunt van de Aziatische economische crisis ging het mis tussen de twee moslims. Mahatir duldde geen enkele buitenlandse hulp om uit die crisis te komen, waar Anwar juist de fondsen van onder andere het IMF wilde aanboren. Anwar werd naar de zin van Mahatir sowieso te populair en bleek zich tot teleurstelling van de premier niet als diens kopie te hebben ontwikkeld. Toen Anwar een demonstratie leidde tegen het beleid van Mahatir was voor de laatste de maat vol. Anwar werd gearresteerd op beschuldiging van machtsmisbruik en corruptie. Zes jaar gevangenisstraf kreeg hij ervoor en ging daartegen, net als na de veroordeling van vandaag, meteen in beroep.

Die zaak liep kris-kras door de latere, de sodomie-zaak. Opeens was daar een getuigenverklaring van Anwars chauffeur die beweerde dat de toenmalige vice-premier hem had aangezet tot homoseksuele handelingen. ,,In de eerste drie maanden van 1994'' stond er in de dagvaarding. Maar toen, zo betoogden de advocaten van Anwar die aanvankelijk dachten met een slechte grap van doen te hebben, was Anwar voortdurend in het buitenland.

De aanklacht werd veranderd in `de eerste drie maanden van 1992', maar toen moest het gebouw waarin die ,,ontuchtelijke handelingen'' zouden hebben plaatsgevonden, nog gebouwd worden. De eerste drie maanden van 1993, was uiteindelijk de conclusie in de dagvaarding. Van die periode had Anwar voor elke dag een alibi die uitsloot dat hij ooit met zijn chauffeur had kunnen verkeren.

Het geschuif met de datum illustreert het rammelende karakter van de sodomie-aanklacht en -zaak. Uit latere getuigenverklaringen bleek ook dat de chauffeur na een onafgebroken verhoor dat tachtig uur duurde onder druk was gezet om de datum te veranderen. Zijn getuigeverklaring voor de rechter moest achter gesloten deuren plaatsvinden, omdat het ,,strijdig was met de goede zeden'' te luisteren naar wat de chauffeur te vertellen had over de seks die hij met Anwar zou hebben gehad.

Ook was er De Matras die ooit in de rechtszaal werd binnengeschoven. Negentien spermavlekken zaten er op de matras dat de aanklagers als bewijsstuk invoerden. Op het matras zouden Anwars wandaden hebben plaatsgevonden en DNA-tests hadden moeten uitwijzen of ook Anwars chauffeur ooit op die matras had gelegen of gezeten. Opeens was de matras weg en de aanklagers kwamen er nimmer meer op terug.

De verdediging van Anwar wist allerlei getuigen te produceren die vertelden dat ze waren benaderd door onduidelijke Maleisische zakenlieden die geld boden in ruil voor een belastende verklaring over Anwar. ,,Kun je dan op zijn minst zeggen dat Anwar van kleine meisjes en jongetjes houdt?'', zo was door een van de wanhopige `zakenlieden' aan zo'n getuige gevraagd.

Tegelijk met het voortkabbelen van de twee rechtszaken – soms was er op dezelfde dag een zitting wegens het hoger beroep van de corruptiezaak en een zitting in verband met de sodomiezaak – verloren zowel Maleisiërs als het Westen hun aandacht voor Anwar. Weliswaar heeft bij elke zitting een rapporteur van de Europese Unie gezeten, maar daar is het bij gebleven. Maleisiërs achtten de veroordeling van Anwar onvermijdelijk, niet omdat hij schuldig is – dat gelooft vrijwel niemand – maar omdat Mahatirs wil wet is.

Over bleef een handjevol `diehards' die samen met Anwars vrouw bij elke zitting op de publieke tribune zaten. Bij een van die gelegenheden kwam een klasje eerstejaars rechtenstudenten kijken naar de Anwar-zaak. ,,Hier zul je niets leren'', verzuchtte een dodelijk vermoeide mevrouw Anwar. ,,Of toch wel: dat het juridische systeem van Maleisië door-en-door verrot is.'' Hoofdschuddend keek ze naar de studenten: ,,Ach, wat ben ik moe.''

    • Robert Giebels