Veilig op de sociale werkplaats

Meer mensen uit de sociale werkplaats zouden een gewone baan moeten krijgen. Maar de sociale werkplaatsen raken niet graag goede mensen kwijt.

Ton Kwakkel (49) werkt in de draadwikkelhoek. Maar daar is het nu even komkommertijd. Dus helpt hij mee bij het inpakken van verlengsnoeren. Die rolt hij op en schuift ze in een doosje. ,,Ik ben niet snel, maar ik hou wel van lekker doorwerken'', zegt hij met zachte stem. Werken bij een gewoon bedrijf? Ton Kwakkel piekert er niet over. ,,Als ze bij een bedrijf horen dat je van de sociale werkplaats komt, pesten ze je weg.'' Ze zitten aan tafels, met stapels kleine buisjes. Of ze werken aan grote apparaten. Op de verpakkings- en montageafdeling van het Werkvoorzieningsschap Noord-Kennemerland (WNK), de sociale werkvoorziening van Alkmaar en omstreken, is de sfeer gemoedelijk. Met uitzondering van de begeleiders hebben alle werknemers een handicap. Zwakzinnig, psychische stoornissen, lichamelijke gebreken.

Lia Uijen is 32. Ze is zwakbegaafd. Met haar walkman luistert ze naar Radio Noord-Holland. Ze wijst op haar petje uit Benidorm. ,,Net terug van vakantie.'' Aan een tafel met tien anderen doet ze plastic verbindingsbuisjes in zakjes, bestemd voor een doe-het-zelf-keten. Zij zou wel ergens anders willen werken. ,,In de supermarkt bij mij in de buurt. Daar hebben ze mensen nodig. Bij vlees, kaas en brood.'' Na de zomer gaat WNK proberen haar daar gedetacheerd te krijgen. ,,Ik wil wel eens wat anders'', zegt Lia Uijen.

Arbeidsgehandicapten ofwel WSW'ers moeten meer doorstromen naar de reguliere, en op dit moment zo krappe, arbeidsmarkt, vinden AbvaKabo, FNV en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Want dat gebeurt nauwelijks. In 1998, waarover de meeste recente cijfers beschikbaar zijn, hebben 394 van de 90.077 WSW'ers een andere baan gevonden, ofwel 0,44 procent. In het vorige week verschenen rapport Kiezen voor uitstroom doen AbvaKabo FNV en VNG aanbevelingen om meer arbeidsgehandicapten bij `gewone' bedrijven onder te brengen. Om een ,,mensontwikkelingsbedrijf'' te worden, zouden er bijvoorbeeld betere opleidingen en meer psychosociale begeleiding moeten komen. Ook zou de betrokkenen meer basisvaardigheden moeten worden aangeleerd. ,,Zoals: iemand aankijken als je praat, je douchen na fysieke inspanning en je afmelden als je je werkplek verlaat. Dit kan bijvoorbeeld via een interactief toneelstuk worden aangeleerd'', aldus het rapport waarop PvdA en VVD positief hebben gereageerd.

Maar is doorstroming naar reguliere bedrijven wel haalbaar? ,,Nauwelijks'', zegt directeur A. Steenmeijer van WNK Bedrijven in Alkmaar. Bedrijven willen volgens hem gehandicapten niet in vaste dienst nemen. Ook niet bijvoorbeeld de gemeente Alkmaar. Een werknemer van WNK is al 15 jaar gedetacheerd bij de gemeente. Hij functioneert prima, zegt Steenmeijer. Zelf wil de man graag in dienst treden bij de gemeente, omdat hij dan echt als volwaardig wordt beschouwd. ,,Maar de gemeente weigert. Te duur waarschijnlijk. Ik vind dat niet sociaal.''

Ton Kwakkel werkte tot 1980 als chauffeur. Toen werd hij afgekeurd met psychische problemen. Nu heeft hij rugproblemen en is hartpatiënt. ,,Ik moet niet te veel stress hebben'', zegt hij. In een gewoon bedrijf verwacht hij ,,120 procent'' te moeten werken. ,,Ik werk maar op 75 procent. Dat pikken collega's niet.'' Op de sociale werkplaats is de sfeer goed, zegt hij. ,,Hier voel ik me veilig. Hier hebben we allemaal wat.''

De eerste Wet sociale werkvoorziening stamt uit 1969. Deze had bij aanvang als doel circa 40.000 gehandicapten een zinvoller bestaan te geven. In de jaren zeventig en tachtig groeide het aantal WSW'ers gestaag, onder meer omdat de werkvoorzieningschappen in de economisch zwakke gebieden voor `gewone' werklozen een uitkomst bood. Daardoor hebben Oost-Groningen, Twente en Zuid-Limburg, waar destijds grote werkloosheid bestond, nu nog de grootste WSW-bedrijven. Sinds 1998 is een nieuwe Wet sociale werkvoorziening van kracht waarin de toetredingseisen zijn verscherpt, maar er is nog steeds sprake van groei. Volgend jaar wordt de nieuwe wet geëvalueerd. Sinds 1989 bestaat een systeem van budgetfinanciering. Een WSW-bedrijf krijgt nu circa 44.000 per werknemer van het rijk en gemeenten vullen dit gemiddeld met 1.500 gulden aan. Met dat geld moet het WSW-bedrijf het redden, want tekorten zijn voor gemeenten.

Een sociale werkplaats wordt daarmee gedwongen tot een goede bedrijfsvoering en tot meer concurrentie. Maar economische zelfstandigheid gaat niet altijd samen met een sociale doelstelling. Want een bedrijf raakt niet graag zijn goede mensen kwijt. Volgens het rapport Kiezen voor Uitstroom probeert slechts een kwart actief de werknemers naar reguliere banen te laten doorstromen. Veel andere bedrijven vinden ,,elke vorm van uitstroom een aanslag op het positieve bedrijfsresultaat.'' Zij doen bewust niets aan uitstroom, terwijl dat wel rijksbeleid is. Steenmeijer erkent dat ook bij WNK Bedrijven dit speelt. ,,Wij hebben in onze afdeling houtbewerking grote investeringen in hoogwaardige productie. Als iemand dan een apparaat goed bedient, wil je die graag vasthouden.'' Uitgangspunt moet volgens Steenmeijer het belang zijn van de arbeidsgehandicapte zelf. ,,Als iemand zelf geen behoefte heeft om weg te gaan lukt het toch niet. Bovendien: als het even slechter gaat op de arbeidsmarkt krijgen wij het hele zootje zo weer terug.''

Detachering van mensen bij bedrijven of overheden werkt wel goed, vindt Steenmeijer. Die kunnen dan al naar gelang de behoefte mensen inhuren en gemakkelijk weer van iemand af. Het is ook veel goedkoper, want de WSW-werknemers verdienen volgens Steenmeijer redelijk goed. ,,De WSW heeft een volwaardige CAO''. Bij detachering betaalt een bedrijf een vergoeding op basis van de werkcapaciteit van de persoon. Van de 620 werknemers van het WNK in Alkmaar zijn er nu 80 gedetacheerd. Steenmeijer verwacht dat dit nog zal oplopen, maar niet tot veel meer dan 25 procent van het totaal. ,,Veel van onze werknemers zijn hier toch een beetje gehospitaliseerd.'' Landelijk zijn circa 12.000 arbeidsgehandicapten gedetacheerd.

Ton Kwakkel zegt iets meer dan tweeduizend gulden in de maand te verdienen. Geen vetpot, maar het is genoeg. Belangrijker vindt Kwakkel dat hij het acht uur per dag naar zijn zin heeft. En dat heeft hij. ,,We hebben een vrolijke ploeg.''