Terug naar de basis

Een strenge, maar eerlijke onderwijzer. Een man met een harde en dwingende stem die niet meteen irriteert. De man heeft iets te vertellen, hij weet iets over te brengen en hij weet te overtuigen, voor wie naar hem luisteren wil. Wie niet wil luisteren, dient bij zichzelf te rade gaan. Die zal het waarschijnlijk nooit leren.

Wie elftallen heeft zien spelen die door Co Adriaanse werden gecoacht, herkende de hand van de meester. Georganiseerd en gedisciplineerd, volgens de voorgenomen strategie. Zelfverzekerd, geen spoor van mogelijke labiliteit vertonend, trokken de elftallen van Adriaanse ten strijde. Op het eerste gezicht leek de strijdwijze gebaseerd op bluf. Maar zo was het niet: de overtuiging dat aanvallend voetbal het leukste is om te spelen vierde de boventoon.

Toen hij zelf als (semi)prof actief was, diende Adriaanse zich te beperken tot het afstoppen van de vijandelijke aanval. Bij de aloude Volewijckers in Amsterdam-Noord en later bij FC Utrecht, waar ik hem regelmatig bezig zag als een beweeglijke, betrouwbare en gedisciplineerde centrumverdediger. Met zijn typische waggelgang was hij een vrijwel onpasseerbare èn sportieve verdediger.

Na FC Zwolle en FC Den Haag, waar hij zijn `Kerstboomvariant' introduceerde, had Adriaanse het gauw gezien als trainer-in-de-schijnwerpers. Moe van de kritiek op zijn eigenwijze kijk op voetbal, dook hij onder bij Ajax, als directeur-opleidingen. Daar kwam de onderwijzer tot zijn recht. Zijn omgang met Turkse, Marokkaanse en Surinaamse - opgedaan op een Amsterdamse school was adembenemend. Wie hem een hard oordeel hoorde geven over de mentaliteit van allochtone voetballers, wist dat hij niet van doen had met een racist. Hij doorgrondde de achtergrond van zijn jongens en ging bij twijfel te rade bij psychologisch geschoolde mensen.

Adriaanse was bij Ajax een logische opvolger geweest van Van Gaal. Maar de leden van de Van Gaal-sekte wensten niet met Adriaanse werken. Terwijl Adriaanse toch humaner en echter overkomt dan de zelfbenoemde goeroe. Hij mag dan evenals deze man megalomane trekjes vertonen, een wijsneus als die Nederlander die de Spaanse voetbalcultuur meende te moeten veranderen is hij allerminst.

Adriaanse gedraagt zich weleens als de man uit de grote stad Amsterdam die de provincie even de weg zal wijzen, zoals hij vlak na zijn aanstelling als coach van Willem II de koffiejuffrouw van het spelershome wegjoeg. En zo gedroeg hij zich ook wel eens kinderachtig wanneer Willem II verloor. En dan was er zijn vernietigende oordeel over Frank Rijkaard, toen deze uit het niets als bondscoach werd aangesteld. Een beunhaas, noemde hij hem. Dat had hij nooit mogen zeggen. Dat is nou Adriaanse. Hij zei het omdat hij wist dat hij gelijk had. Na ruim een jaar-Rijkaard weet iedereen dat hij gelijk had.

Adriaanse solliceert niet, hij wordt gevraagd. Al lang voordat iedereen wist dat hij gevraagd werd voor Ajax, was hij al gevraagd. Nu is hij de man die Ajax uit een dal moet redden. Als het aan Adriaanse ligt, wacht alle Ajacieden inclusief bestuur een ingrijpend proces. Eerst terug naar de basis, eerst weer voelen hoe het is om een sterveling te zijn, eerst weer de bal met de bal met de binnenkant van de schoen over een meter naar een medespeler plaatsen. Dan pas denken aan iets moois, een pass met de buitenkant over twee meter. Wie zich te lang een godenzoon heeft gewaand, weet onder Adriaanse niet wat hij voelt: de grond. Co maakt van Ajax weer een club.

    • Guus van Holland