Skeelers zwermen uit

Op momenten dat er ruimte is, het Vondelpark nog fris en schoon is en de uitgeblazen adem van een enkele wandelaar of fietser nog zichtbaar is, zie je ze niet.

Pas als de ijscokarren hun plaatsen op het fietspad hebben ingenomen, de kleinkunstenaars de weg versperren met zelfgemaakte muziekinstrumenten, mime-acts en ballen gooien en de rest van de Vondelpark-bezoekers – honden, kinderen, wandelaars, fietsers en joggers – elkaar op het asfalt verdringen, komen ze: de skeelers, volwassenen op turbo-rolschaatsen. Overigens wordt ook steeds meer kinderen lang vóór de fietsgerechtigde leeftijd de skeelers ondergebonden. Zwikkend achter hun ouders aan.

Er zijn drie groepen skeelers: recreanten, dansers en duursporters. Afzonderlijk kunnen ze weinig kwaad, maar hun gezamenlijk optreden maakt het Vondelpark op warme zaterdag- en zondagmiddagen onveilig. Ambulances rijden er af en aan.

De recreanten – veelal kinderen en vrouwen die hebben gemerkt dat zij op hoge wieltjes langere benen hebben dan normaal – staan stil in groepjes. Ze eten een ijsje en praten wat. Onschuldig, omdat je ze van veraf ziet en ze dus makkelijk kunt ontwijken. Dénk je.

Maar dan blijk je te hebben gerekend buiten de skeeler-danser, die er met een walkman op, van hakken naar tenen springend of met één been gestrekt achteruit rijdend, tussendoor laveert. Aan zijn zweverige blik zie je dat hij in het drukke park intens geniet van zijn imaginaire gewichtsloosheid. Recht op een kinderwagen afrijden en dan op het állerlaatste moment: hopla! een sprongetje naar rechts.

Maar de gevaarlijkste groep zijn de duursporters. Alsof ze bezig zijn aan de Elfstedentocht schaatsen zij met van ernst vertrokken gezichten, licht voorover gebogen, de handen op de rug, soms in lange strengen van vijf of zes, rondjes door het park. Hoewel ze makkelijk snelheden van 30 kilometer per uur en hoger halen, duwen sommigen nog een easy walker voor zich uit met daarin een baby. Terwijl voor en achter hen fietsers en wandelaars tegen elkaar op botsen, telefoneren ze rustig verder. Als je achter je een dof snerpend geluid hoort, is dat hun rem. Of althans wat daarvoor door moet gaan, want skeelers hebben geen echte rem. Het is dus meer een waarschuwing.

Vorig jaar september is de skeelers iets heel ergs overkomen. Ze zijn met zijn vierduizenden de IJ-tunnel ingereden en toen op de steile helling massaal ten val gekomen. Twintig deelnemers raakten ernstig gewond: armbreuken, sleutelbeenbreuken, oogletsel en hersenschuddingen. Vijftig anderen liepen schaafwonden op. Het was een les voor de skeelers: als ze onder elkaar zijn, komt er rottigheid.

Sinds die onfortuinlijke dag verspreiden ze zich dus bij voorkeur onder zoveel mogelijk andere mensen. Die kijken tenminste uit.

    • Daniela Hooghiemstra