Misverstand

De vervoersfirma brengt hun bagage met paard en wagen naar het huisje. Zij spreken af wanneer het allemaal weer kan worden opgehaald. Ze betalen vooruit. Geven de zwetende jongeman een royale fooi. De vakantie kan beginnen.

Anderhalve week later. Hij is met de kinderen op zeehondenexcursie. Elvira blijft bij het huis, om in de schaduw wat te lezen. Maar het was te warm, zegt ze. Ze gaat naar binnen en ligt half ontkleed en doezelig op de bank. Ze let niet op hoefgetrappel op de weg. Het knerpen van het schelpenpaadje. De klop op de opengeslagen terrasdeuren is er opeens. Net als de stem die `goedenmiddag' roept. Tussen de opbollende gordijnen stapt een gebruinde jongeman naar binnen. Hemdje, korte broek. Zijn ogen glijden over haar heen. Dan beziet hij de zanderige laarzen in een hoek. De tafel met papier, pennen, boeken, half afgemaakte tekeningen, puzzels, vuile koffiekopjes, glazen. ,,Ik kom de bagage ophalen'', zegt hij. Elvira kruist haar armen voor haar lichaam. Een impuls waarover zij zich onmiddellijk verbaast. Hij had haar immers al gezien. Zij wil zich in dat kleine huisje net zo fier voelen als op het strand, dus zet zij haar armen in haar zij en kijkt hem recht aan: ,,Wij vertrekken pas de zevenentwintigste!''

Zo wordt het misverstand snel verholpen. 's Avonds grinniken ze er bij een fles wijn nog wat over na. Proberen zich voor te stellen hoe de overijverige indringer door het huisje lopend al hun spullen had vergaard. Haarborstels van het aanrecht grissend. Kleren van de staande lamp. Uit de bank de folders, boeken, tijdschriften. Natte zandhanddoeken van de grond. En haastig, voor de klaroenstoot van de boot, hun koffers was gaan pakken om ze met paard en wagen af te voeren. ,,Kwamen jullie terug, en stond ik daar'', giert ze.

En juist dat beeld van haar – alleen achtergebleven, warm en slaperig, schuurt en wringt en spoelt hij niet zomaar weg.

    • Jacoline Vlaander