Industriële omzet groeit 16 procent

De omzet van de Nederlandse industrie lag in de eerste helft van dit jaar 16 procent hoger dan in de eerste zes maanden van 1999. Dat meldde vanmorgen het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Deze sterke groei is vooral toe te schrijven aan hogere afzetprijzen. Met een stijging van 11,5 procent nemen de hogere afzetprijzen bijna driekwart van de omzetstijging voor hun rekening.

Uit de CBS-cijfers blijkt verder dat ongeveer tweederde van de omzetgroei is gerealiseerd op de exportmarkten. Afgelopen juni lag de industriële omzet 10 procent hoger dan in dezelfde maand vorig jaar. De buitenlandse omzet steeg met 17 procent, de binnenlandse omzet met 2 procent.

Twee factoren hadden op de omzet in juni j.l. een tegengestelde invloed. Zo telde juni dit jaar twee werkdagen minder dan in 1999. De negatieve invloed daarvan raamt het CBS op 10 procent van de omzet. De positieve invloed van de hogere afzetprijzen is echter groter. Ten opzichte van vorig jaar juni lagen de verkoopprijzen van industriële producten afgelopen juni gemiddeld 13 procent hoger. Ruim de helft van deze prijsstijging is een gevolg van de hogere afzetprijzen van producten van de aardolie-industrie.

Zowel in het eerste als in het tweede kwartaal van dit jaar steeg de omzet in vergelijking met dezelfde kwartalen in 1999 met ruim 15 procent. In beide kwartalen zijn de fors hogere afzetprijzen de voornaamste oorzaak van de omzetgroei. Die exportprijzen werden mede gestimuleerd door de lagere koers van de euro ten opzichte van de dollar.

Verder blijkt uit de CBS-cijfers dat de buitenlandse omzet sterker is toegenomen dan de binnenlandse omzet. In het eerste kwartaal komt de groei voor 60 procent voor rekening van de export, in het tweede kwartaal liep dat op tot tweederde deel.