Grootste paddestoel meet 880 hectare

Het grootste levende organisme ter wereld leeft onder de grond, en in zieltogende en dode bomen van het Malheur National Forest in het oosten van de Amerikaanse staat Oregon.

Het zijn de bruinzwarte schimmeldraden van een Armillaria ostoyae, de Sombere honingzwam die ook in Nederland voorkomt. Het schimmeldradennetwerk van het exemplaar beslaat een oppervlak van 880 hectare. Deze honingzwam overtreft daarmee de zeven jaar geleden in de Amerikaanse staat Washington gevonden soortgenoot met 280 hectare.

Onderzoekers van het US Forest Service's Pacific Northwest Research vermoedden indertijd dat er wel grotere honingzwammen te vinden moesten zijn. Ze kwamen deze gigant op het spoor toen ze hoorden van een uitgebreide boomsterfte door wortelrot in het Malheur Forest. Armillaria ostoyae groeit met zijn mycelium (schimmeldraden) in levende naaldbomen en onttrekt daaraan water en voedsel. De bomen krijgen een dunne, doorzichtige kruin en sterven tenslotte. Daarna leeft de zwam verder als een saprofiet, een organisme dat van dood, rottend materiaal leeft. Aan het oppervlak is het organisme alleen zichtbaar als in de herfst goudbruine paddestoelen uit de schimmeldraden opschieten, vaak aan de voet van aangetaste bomen.

De onderzoekers verzamelden op het hele aangetaste oppervlak ruim honderd monsters van schimmeldraden uit aangetaste boomwortels. Uit DNA-onderzoek, waarmee net als voor gerechtelijk onderzoek de identiteit van een levend organisme valt vast te stellen, bleek dat 60 monsters van dezelfde zwam afkomstig waren. De honingzwam is naar schatting 2.400 jaar oud, mogelijk zelfs 5.000 jaar.

Mycologe (paddestoeldeskundige) Tina Dreisbach van het onderzoeksteam denkt dat deze honingzwam zo oud en groot werd doordat het woud waarin hij groeit erg droog is. De concurrentie met andere schimmels is daardoor niet erg groot.

Voor bosbouwers in de gematigde klimaten zijn honingzwamsoorten allemaal bomendoders die ze het liefst kwijt zijn. Opsporen en opruimen van stervende bomen en dode stronken, of aanplant van resistente soorten is dan de vereiste aanpak. In natuurlijk ontwikkelend bos zijn de honingzwammen welkom. Ze creëren gaten in het kruindek, waardoor een gevarieerde begroeiing ontstaat.