Deventer boekenmarkt `te massaal'

Voorafgaand aan de Deventer boekenmarkt, de `grootste van Europa' vond in Deventer het poëziefestival `Het Tuinfeest' plaats. ,,Poëzie is gevaarlijk, of zij is geen poëzie.''

,,Kan iemand de heer Komrij even halen?'' Het was een terugkerend verzoek op het poeziëfestival `Het Tuinfeest' in Deventer. De Dichter des Vaderlands slaagde er niet in op tijd te komen voor zijn optredens, verspreid over de avond op vier spreekgestoeltes in de mooie historische stadstuinen rond Theater Bouwkunde. Het publiek nam het hem niet kwalijk en lachte de lach der herkenning bij de eerste regels van `De Kalverstraat': `Cultuur is voor mijn reet mee af te vegen/ En dan, wat is cultuur nog in dit land?'

Voor de derde maal werd op de zaterdagavond voorafgaand aan de Deventer Boekenmarkt het kleine Tuinfeest-festival gehouden, deze keer met ruim 1300 bezoekers geheel uitverkocht. Dertig dichters traden meerdere malen een kwartier op, zodat de favorieten niet gemist hoefden te worden. Tot middernacht was het een voortdurend komen en gaan tussen de podia, van de subtiel absurdistische Tonnus Oosterhoff naar de Bourgondische sonnetten van Jean Paul Franssens, en van Esther Jansma's nog ongepubliceerde `Sjaantje'-reeks naar de tere herdenkingsgedichten die Eva Gerlach over haar grootmoeder schreef.

Michaël Zeeman, minder bekend als dichter dan als cultuurgigant, leidde zijn gedichten steeds in met een klein college. Zo kwamen we iets te weten over Maria Magdalena, de romantiek (,,een vreselijk misverstand'') en de negentiende-eeuwse natuurkundige Boltzmann. ,,Als je niet alleen schrijft maar ook wel eens leest, dan ben je belast'', zoals Zeeman het formuleerde. Hij las een aantal ongepubliceerde liefdesgedichten voor, waarin verrassend directe regels voorkwamen: `en terwijl ik nog maar net aan haar tepel proef/ hoont op het nachtkastje een mobiele telefoon'.

De Deventenaren die de dichters inleidden, meenden vaak dat zij hun goedkeuring moesten uitspreken. ,,Een prachtige behandeling van taal'', dat gold voor Hagar Peeters. Jean Pierre Rawie kreeg te horen dat zijn bundels de `allermooiste verjaardagcadeautjes' zijn. Deze vormvaste dichter was een van de grote publiekstrekkers van het festival. Wie anders dan Rawie kan ook met zo'n vooroorlogse dictie een regel uitspreken als `geliefde, berg mijn sterfelijk gelaat tegen je borst' ? Dat hij zelfspot bezit bewees Rawie toen hij zei, verwijzend naar zijn in de rouwtoptien hooggenoteerde gedichten: ,,als je in rouwadvertenties wordt geciteerd is dat een teken dat je leeft onder de mensen''.

Jules Deelder bood een half uur schunnig vermaak op topsnelheid, afgesloten met het bekende ingetogen gedicht `Voor Ari'. Minstens even gedreven was de voordracht van Ilja Leonard Pfeijffer, die bovendien al associërend zijn publiek trakteerde op anekdotes over Leidse studententypen die even interessant als irrelevant waren. Pfeijffer las, voor het eerst in het openbaar, een gedicht voor dat zowaar een hartstochtelijke beginselverklaring leek te bevatten: `Poëzie is gevaarlijk, of zij is geen poëzie.'

De ochtend na het festival liepen al vanaf een uur of zeven de bibliofielen over de Deventer boekenmarkt, een enkeling met het hoofd nog vol poëzie. Ook Gerrit Komrij was vroeg opgestaan en had na een paar uur al drie tassen naar zijn hotelkamer gesleept. ,,Je hebt spaarders en mensen die van boeken houden'', zei hij. Komrij rekende zichzelf tot de laatste categorie. Wat vond hij van het aanbod? ,,Het is veel groen en wat rijp er tussendoor.'' Zijn grootste vondst, vertelde Komrij, was de eerste Duitse Ossian-vertaling van Graf Stolberg, drie delen in eerste druk uit 1802.

In de loop van de ochtend verschenen de snuffelaars die naar niets bepaalds op zoek waren en de mensen die de boekenmarkt als een dagje Deventer beschouwden: ze kochten een pocket voor een paar gulden en genoten van de zon. Het gedrang begon aan de kramen langs de IJssel en zette zich voort op de pleinen in de binnenstad. Af en toe werd er met de ellebogen gewerkt, maar daar bleef het bij. Rond het middaguur waren alle terrassen bezet. Aan het eind van de dag kon geconstateerd worden dat de twaalfde editie van de boekenmarkt weer een succes was geweest met zo'n 125.000 bezoekers, 25.000 meer dan vorig jaar.

Volgens Anjo de Bont van VVV Deventer, de organisator van het evenement, heeft de boekenmarkt met 850 kramen en 350 deelnemers haar maximale omvang bereikt. Wat ooit begon als een middel om de toeristische kwaliteiten van Deventer onder de aandacht te brengen, is uitgegroeid tot een zelfstandig fenomeen: de `grootste boekenmarkt van Europa' van wel zes kilometer lang. Met de toegenomen omvang dreigt echter een verlies aan kwaliteit. Daarom worden de nodige eisen aan de handelaren gesteld, aldus De Bont. ,,Een berg boeken met een kaartje `drie gulden de kilo', dat mag niet.'' Ook vindt ze dat de markt geen `braderie' moet worden, dus zijn er niet teveel muzikanten en eettentjes. ,,De mensen moeten rustig kunnen snuffelen.''

De verkoper van antiquariaat `Het oplettende lezertje' uit de boekenstad Bredevoort is wel gewend aan het fenomeen boekenmarkt. In Deventer is het alleen veel massaler, en het aanbod is goedkoper en van geringer kwaliteit. ,,Veel handelaren gebruiken de markt om hun winkeldochters op te ruimen'', zei hij. Het is een klacht die vaker werd gehoord van de antiquariaten die al een tijd meedoen: de boekenmarkt is zakelijker geworden en te massaal. ,,De speciale sfeer is weg'', vonden ze bij antiquariaat Leest uit Den Haag. ,,Het is vergeven van de beunhazen.''

In de loop van de middag sloeg de vertwijfeling toe. Zoveel boeken en zo weinig tijd om te lezen. Wat deden al deze mensen hier? Tussen de kookboeken lag Die Kunst Kaffee zu trinken, dat hierop onverwachts een antwoord gaf. Het boekje bevat de aanbeveling om voor het drinken van de koffie eerst de geur op te snuiven. Het betreffende hoofdstukje heet `Von der notwendigkeit des Schnüfflens'. Daarmee lijkt de essentie van de Deventer boekenmarkt aardig weergegeven.