`Corsica heeft een bres geslagen in de Franse republiek'

Op Corsica kwamen dit weekeinde nationalisten bijeen om hun strategie te bespreken. ,,Corsica draagt de fakkel van alle volken die de republiek willen laten uiteenspatten.''

Op het oog is het gewoon een van de talloze zomerfestijnen die horen bij de toeristenstadjes in Zuid-Frankrijk. Grote witte tenten op een verloren grasveld, standjes met eten en parafernalia, een houten bar onder zeildoek en kinderen die spelen met dartele honden. Maar toeristen zijn hier niet. Die lopen boven, waar tegen de avondbergen de citadel van Corte afsteekt. De historische hoofdstad van het vrije Corsica uit de zeventiende eeuw.

Hier beneden is het jaarlijkse familiefeestje van de Corsicaanse `nationalisten'. De broers en zusters van het clandestiene gewapende verzet tegen de Franse staat. Sinds negentien jaar nodigen zij hun neefjes uit andere regio's binnen en buiten Frankrijk uit om ervaringen uit te wisselen en strategieën te bespreken. De Basken zijn er – Herri Batasuna uit Spanje en de linkse EMA uit Frans Baskenland – de Bretonnen van het niet erkende Emgann, de Catalaanse Eenheidspartij Estat Catalunya die vereniging wil tussen Frans en Spaans Catalonië, maar ook splinterbewegingen uit de Jura en de Elzas. Kortom, bijna de hele rand van Frankrijk met een paar aanverwanten van daarbuiten. Alleen de Ieren hebben afgezegd.

De laatste jaren hadden ze weinig op te steken op Corsica. De `nationalisten' waren onderling verdeeld en in toenemende mate in de greep van de mafia. Bij onderlinge afrekeningen vielen 22 doden. Vanmorgen nog werd Jean-Michel Rossi, een 44-jarige spijtoptant die onlangs samen met François Santoni een boek schreef over de Corsicaanse separatisten, op straat doodgeschoten.

Toch is er de laatste maanden veel veranderd: in november sloten de rivaliserende bewegingen zich aaneen en in december begon het Corsicaanse parlement met de regio-nationalisten onderhandelingen met de Franse regering van Lionel Jospin. Twee weken geleden leidde dat tot de instemming van het Corsicaanse regioparlement met een gefaseerde invoering van zelfbeschikking voor de Corsicanen. In 2004 moet een grondwetswijziging Corsica de macht geven eigen wetten te maken die Parijs niet kan terugdraaien. Het centralistische Frankrijk doet daarmee voor het eerst een klein stapje van de republiek die één en ondeelbaar is naar Europa dat meer macht aan de regio's toekent.

En dat is te horen in Corte. Honderden activisten applaudisseren luid als de Catalaan Gordy Lopez Camps van Estat Catalunya roept: ,,Corsica heeft een bres geslagen in de Franse republiek!'' En nóg harder klappen ze wanneer Pierre Poggioli, een van de historische leiders van het Corsicaanse verzet, roept: ,,Alles is nu mogelijk. De Franse staat staat op springen. Corsica draagt nu de fakkel van alle volken die de republiek willen laten uiteenspatten.''

De Sardijnse nationalist Gavino Sale droomt zelfs even van het herstel van een kortstondig Sardijns-Corsicaans eenheidsrijk uit het verleden. ,,Dan zijn we met twintig miljoen'', roept hij luid.

Van dat soort fantasierijken zal het niet zo snel komen. De regio-nationalisten zijn voor hun fondsen grotendeels afhankelijk van Europa en zij hebben hun hoop gevestigd op Brussel. Poggioli legt uit wat het belang is van meer autonomie: ,,Frankrijk is aan zichzelf gaan twijfelen. Dat is het begin van meer. De natiestaat heeft geen bestaansrecht meer.'' Camps is het met hem eens. Hij heeft zijn hoop gevestigd op één grote Europese staat waarin de naties de culturele eenheden vormen.

De afspraken tussen de Franse regering en het Corsicaanse parlement hebben van de regio-nationalisten al de naam de `akkoorden van Matignon' gekregen. Jean-Guy Talamoni, leider van Corsica Nazione, de belangrijkste nationalistische groep in het Corsicaanse parlement, is de laatste maanden uitgegroeid tot een figuur van boven-Corsicaanse bekendheid. Talamoni, een jonge advocaat uit Bastia, gehuld in spijkerbroek, wit hemd en blote voeten in mocassins, nam deel aan de onderhandelingen met Matignon en haalde zich de woede op de hals van de minister van Binnenlandse Zaken, Jean-Pierre Chevènement, door na het akkoord zijn solidariteit te verklaren met de Corsicaanse terroristen die gevangen zitten. In de ogen van de Corsicaanse nationalisten zijn de afspraken met Matignon deel van een Corsicaans vredesproces – naar het voorbeeld van het Ierse vredesproces. En daarbij hoort ook vrijlating van de Corsicaanse verzetsstrijders.

Hoe delicaat de positie van Talamoni is, wordt duidelijk als hij tussen dertien leiders van negen verschillende nationalistische groepen op het podium zit. Het is zondagmiddag, de Corsicanen overleggen over de nu te volgen strategie. Buiten dondert de regen neer. Talamoni wordt fel aangevallen door nationalisten die geen geloof hechten aan beloftes uit Parijs. Maar wat hem in de Franse hoofdstad woede oplevert, redt Talamoni hier: steun aan wat hij noemt de politieke gevangenen. ,,Ik sta voor de gevangenen en de ondergrondsen!'' – een verwijzing naar de voortvluchtige verdachte van de moord op de Franse prefect Erignac in 1998. Het is een gevoelig onderwerp in Parijs, noodzakelijke retoriek bij de nationalisten op Corsica.

Na afloop van het debat is Talamoni opgelucht. Hij ziet er uit alsof hij niet onder het afdak maar in de regen heeft gezeten, maar toch: ,,Ik ben gesterkt op deze bijeenkomst. Het vredesproces van Corsica is vandaag pas echt begonnen.''

Zijn formatie Corsica Nazione heeft nauwe banden met de clandestiene groep FNLC. Maar controleert Talamoni de verzetsstrijders ook? Zonder amnestie zal dat moeilijk worden. Talamoni's rechterhand, François Sargentini, zegt: ,,Over de amnestie wordt onderhandeld. Voor ons is het geen voorwaarde maar een natuurlijk proces. Geen vrede zonder amnestie.'' Ook laat hij er geen twijfel over bestaan dat de nationalisten op Corsica geweld niet principieel hebben afgezworen: ,,Als de constitutionele hervormingen van 2004 niet doorgaan, hervatten we de strijd. Met alle middelen.''

Een stukje verder staat Jean-Victor Castor. Tweede man van de Guyaanse onafhankelijkheidsbeweging. Hij bekijkt het Corsicaanse succes met gemengde gevoelens. Ook een Guyaanse delegatie onderhandelt sinds april met de Franse regering, maar er zit weinig schot in. ,,Als de politieke wil in Parijs er is, kan het heel snel gaan, maar blijkbaar is daarvoor geweld nodig, gezien Corsica: Jospin zet de bevolkingen aan tot geweld'' De Corsicaanse nationalisten formuleren dat anders: ,,Er waren nooit zoveel doden geweest als de Franse staat wat meer respect had getoond voor de Corsicanen.''