CAMILO & TOMATITO

José Fernández Torres geldt als een van de grootste flamencogitaristen ter wereld. De bijnaam Tomatito – tomaatje erfde hij van zijn gitaarspelende grootvader en vader die beide als Tomate door het leven gingen. Tomatito werd gelanceerd als protégé van de befaamde Paco de Lucia, maar verwierf al snel eigen faam door zijn werk met Camarón de la Isla, de zanger met de gerafelde stembanden. Na diens vroege dood in 1992 consolideerde de gitarist zijn reputatie als belangrijkste representant van de pure flamenco. Anders dan veel jongere collega's heeft Tomatito zich altijd verre gehouden van mengvormen met rock, salsa of jazz. Behalve handgeklap, hakkengestamp of hooguit een tweede gitaar, accepteert hij geen andere begeleiding om de Andalusische hartstocht verder op te tuigen.

Dit wetende is samenwerkingsproject tussen Tomatito en Michel Camilo op zijn zachts gezegd opmerkelijk. Camilo is namelijk pianist en bovendien afkomstig uit de latin jazz. In de acht composities op de cd Spain probeert het tweetal jazz en flamenco te fuseren. Dit betekent dat de muziek het ene moment latijns klinkt, zoals bijvoorbeeld in het titelstuk van de hand van Chick Corea dat drijft op een rumba-ritme, vervolgens Spanje in gedachte brengt (de bulería A mi niño José) en dan weer terugkeert naar Argentinië met de tango Para Triolo y Salgán.

De combinatie piano en gitaar is een ongewone aangezien de twee snaarinstrumenten hetzelfde geluidsspectrum bestrijken, maar Camilo en Tomatito slagen er meestal in uit elkaars vaarwater te blijven. Slechts een paar keer verdrinkt de gitaar in breed uitwaaierende pianoklanken. Camilo stelt zich verder opvallend dienend op. Zijn glijdende akkoordenwerk verleent Tomatito's vingervlugge, staccato gitaarspel een wat meer gepolijste ondergrond dan de rauwe keelklanken waarin het normaliter is ingebed. De gitarist neemt de gelegenheid te baat om eens een extra nootje te buigen of nog een arabeskje toe te voegen.

Michel Camilo & Tomatito: Spain (Lola Records, 561 545-2) Distr. Universal.

    • Edo Dijksterhuis