Brits parlement hekelt ontwikkelingshulp EU

Het duurt gemiddeld vier jaar en twee maanden voordat met een ontwikkelingsproject dat de Europese Commissie aan een bepaald land heeft beloofd, wordt begonnen. Dat meldt een rapport dat een Britse parlementscommissie, de Commons Select Committee on International Development, deze week presenteert Het rapport, dat fel uithaalt naar `mismanagement' en de `Kafkaëske' bureaucratie van de Europese Commissie, lekte gisteren uit naar de Sunday Telegraph.

Volgens de krant, die vaak anti-Europese standpunten inneemt, heeft de Europese Commissie twee jaar na de orkaan Mitch, een ramp die 7.000 levens eiste in Midden-Amerika, ,,nog geen cent'' van de beloofde hulp (350 miljoen dollar) overgemaakt. Ook een Europese donatie voor een internationaal project om landmijnen in Bosnië op te ruimen, zou nooit zijn gestort omdat ,,de deadline was verlopen''. Het Britse rapport beschuldigt de Commissie van gesture politics – zij zou er als de kippen bij zijn om mooie beloftes te doen aan de Derde Wereld, maar geen flauw idee hebben hoe het geld moet worden uitgegeven. De parlementariërs willen dat Europese ontwikkelingshulp – jaarlijks ruim 20 miljard gulden – anders gestructureerd wordt en dat er één Europese Commissaris komt voor projecten.

Ambtenaren van de Europese Commissie zeggen vandaag dat het Britse rapport weinig nieuws bevat: alle voorbeelden komen van de Commissie zelf. ,,Sinds het aantreden van de Commissie-Prodi, vorig jaar, wordt er openlijk gedebatteerd over herstructurering van ontwikkelingshulp'', zegt de woordvoerder van Poul Nielson, Europees Commissaris voor Ontwikkelingshulp. ,,De Commissie is nooit zo open geweest over haar eigen tekortkomingen als nu.'' Nielson en zijn collega van Externe Relaties, Chris Patten, die beiden zeer kritisch zijn over de gang van zaken tot nog toe, hebben in mei besloten het beleid beter te stroomlijnen. Zo willen zij meer personeel om de projecten te managen, zowel in Brussel als op de delegaties (`ambassades') in diverse landen. Ook willen zij de delegaties meer macht geven over projecten, om de tijdrovende omweg via Brussel te omzeilen. De woordvoerder van Nielson wijst er echter op dat het personeelstekort en de bureaucratie niet de enige boosdoeners zijn: ,,Lidstaten van de Europese Unie beslissen mee over de projecten. En zij moeten geld overmaken. Dat loopt ook niet altijd even soepel.''

analysepagina 5