Barensweeën van een nieuw Indonesië

de Indonesische president Wahid moest zich vandaag voor het eerst verantwoorden voor het Volkscongres. De balans van zijn eerste tien maanden valt niet erg gunstig uit. Maar er is geen alternatief.

Abdurrahman Wahid sprak vanmorgen maar heel even, zoals gewoonlijk uit het hoofd, om daarna het woord te geven aan zijn secretaris. Die las de zorgvuldig geprepareerde tekst voor waarin de president zich verantwoordde voor tien maanden regeren. Wahids inleiding was vooral een gebaar van verzoening naar de man die de komende twee weken in de rechtersstoel zit: Amien Rais, voorzitter van het Volkscongres. ,,Natuurlijk verschillen Rais en ik van mening, maar we blijven broeders.'' En ook over de naar verluidt verstoorde verhouding met zijn jeugdvriendin en vice-president, Megawati Soekarnoputri, moest hij iets kwijt: ,,Wat men ook beweert, wij blijven samen optrekken, als oudere broer en jongere zus.''

Deze eerste jaarlijkse zitting van het Volkscongres vormt een breuk met de rituelen van de Nieuwe Orde, het autoritaire bewind van oud-president Soeharto. In de 32 jaar dat die met harde hand regeerde, voerde het Volkscongres eenmaal in de vijf jaar een schijnvertoning op. Het herkoos steevast Soeharto alsof de (toen nog) duizend afgevaardigden dit zelf hadden bedacht en produceerde een lijvig boekwerk met hoofdpunten van het regeringsbeleid, dat vervolgens in een la verdween.

Inmiddels bestaat dit hoogste college van staat goeddeels uit verkozen afgevaardigden. De 38 leden in uniform – militairen en politiemannen – vormen een restant van de Nieuwe Orde, toen leger en politie meeregeerden. In oktober 1999 koos ditzelfde gezelschap moslimleider Wahid tot president, niet omdat zijn partij over een meerderheid beschikt, maar omdat hij de enige politicus was die ook gezag genoot buiten de eigen kring. Vooruitlopend op een grondwetswijziging, die meer evenwicht moet brengen in de vanouds scheve verhouding tussen wetgevende en uitvoerende macht, besloot het congres deze eerste democratisch verkozen president op de vingers te kijken en al na een jaar een tussenbalans op te maken van diens regeerprestaties.

Die balans is niet zo gunstig als menige Indonesiër had gehoopt. Dat de verwachtingen overspannen waren, staat buiten kijf. Aan het begin van de jaren negentig zei de dichter-journalist Gunawan Mohamad het in besloten kring zo: ,,Als Soeharto straks sterft of ten val komt, moet Indonesië opnieuw worden uitgevonden.'' De grondwettig voorgeschreven instellingen, zoals parlement en Volkscongres, vormden 32 jaar lang een bordkartonnen façade voor de machtsuitoefening van de generaal, zijn trawanten in maatpak en in uniform en zijn familieleden.

Indonesiëe `opnieuw uitvinden' betekent van deze decorstukken levenskrachtige instellingen maken en dat betekent zoveel als een rotsblok oprollen tegen een steile berghelling. In werkelijkheid moet dat stuk steen omhoog worden geduwd tegen de helling van een uitbarstende vulkaan. Want Wahid en zijn kabinet waren nog niet aangetreden of jarenlang opgekropte frustraties over machtsmisbruik, repressie, diefstal van staatseigendom en roof van natuurlijke hulpbronnen in de buitengewesten kwamen aan de oppervlakte. Met autoritaire middelen en persbreidel toegedekte sociale conflictstof werd plotseling zichtbaar. In de verste uithoeken van de archipel - Atjeh en Papoea (voorheen Irian Jaya) - klonk de roep om afscheiding en de sluimerende spanningen tussen christenen en moslims op de Molukken kwamen tot uitbarsting.

Maar ook de in binnen- en buitenland wegens zijn staat van dienst als humanist en democraat voortijdig heilig verklaarde moslimgeleerde Wahid liet steken vallen. Hij was jarenlang de charismatische leider van een religieuze beweging waar de eerste man niet zozeer manager is, maar vooral leraar en voorganger. In die rol verdroeg hij wel kritiek, maar hij had altijd het laatste woord.

Het valt Wahid zichtbaar moeilijk te manoeuvreren in dit politieke systeem-in-de-overgang dat zweeft tussen een autoritair presidentieel bestel en een parlementaire democratie. Wahids gezag reikt veel verder dan 'zijn' Partij van het Nationale Ontwaken (PKB), maar als puntje bij paaltje komt, wreekt zich dat die maar een relatief kleine fractie heeft in parlement en Volkscongres. Wahid was dan ook van meet af aan veroordeeld tot het sluiten van coalities en compromissen. Dat gaat hem niet altijd even goed af. De verhouding tussen de president en het parlement is danig verstoord sinds Wahid op onduidelijke gronden en zonder politieke ruggespraak twee ministers ontsloeg, nota bene uit de twee grootste partijen. Ook als manager van `het paleis' schoot Wahid tekort. Bij benoemingen liet hij zich niet altijd goed adviseren en er is de afgelopen maanden aantoonbaar gegraaid door leden van zijn entourage.

Het is niet alleen Wahids schuld dat zijn eerste tien maanden in functie eerder gekenmerkt werden door politieke conflicten en machtsspelletjes dan door een krachtdadig korte metten met nijpende nationale problemen. De man die hem vorig jaar kandidaat stelde, voorzitter Amien Rais van het Volkscongres, heeft zich ontpopt tot Wahids scherpste criticus. Hij speelt in feite de rol van oppositieleider en schroomt niet in te spelen op gevoeligheden van het omvangrijke islamitische electoraat. Akbar Tanjung, voorzitter van Golkar - ooit het politieke vehikel van Soeharto - en van het parlement, is terughoudender maar broedt op een comeback van zijn partij. Ook Wahids band met Megawati is bekoeld sinds hij zonder haar te raadplegen een van haar partijgenoten uit zijn kabinet zette. Een combine Tanjung-Megawati – samen goed voor een meerderheid in parlement en Volkscongres – kan Wahid wippen.

Er is driftig gespeculeerd over de mogelijkheid dat deze jaarlijkse zitting van het Volkscongres wordt omgezet in een buitengewone zitting, die de president kan afzetten. Dat zal niet gebeuren, hebben alle betrokkenen verzekerd, maar Wahid zal in de algemene beschouwingen niet worden gespaard. Een Golkar-president is – voorlopig – onaanvaardbaar en Megawati is nog niet toe aan – anderen zeggen: ongeschikt voor – het hoogste ambt. En de islamitische partijen, Rais' machtsbasis, zijn ook samen te klein.

Er is voorlopig geen alternatief voor Wahid, maar na deze zitting zal zijn politieke speelruimte aanzienlijk kleiner blijken te zijn.

    • Dirk Vlasblom