Aankoop gronden in Randstad voor natuur stagneert

Het verwerven van gronden voor natuur in de Randstad en rondom de middelgrote steden stagneert.

Dat stelt de Dienst Landelijk Gebied van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij in het onlangs verschenen jaarverslag over 1999.

Vooral in gebieden waar planologische onduidelijkheid heerst, zijn grondeigenaren, veelal boeren, geneigd hun grond niet te verkopen omdat ze verwachten dat de prijzen zullen stijgen. De Dienst Landelijk Gebied stelt voor om minder terughoudend te zijn met onteigenen. Vorige maand stelde ook staatssecretaris Faber (Natuur) dit in deze krant voor.

Het wordt volgens het jaarverslag steeds moeilijker om goede vervangende locaties aan te kopen voor agrarische bedrijven die willen verplaatsen en groeien. Goede bedrijven worden volgens het jaarverslag vaak snel verkocht aan gegadigden die in stedelijke gebieden zijn uitgekocht, niet zelden door projectontwikkelaars, en die daardoor een hoge prijs kunnen betalen voor een compensatiebedrijf. Deze ontwikkeling drijft de prijzen op. Voor landbouwgrond werd vorig jaar gemiddeld 67.000 gulden per hectare betaald tegen 59.000 gulden in 1998. De grondprijzen zijn vooral gestegen in zeekleigebieden in het noorden en het zuidwesten. Daardoor is het lastiger geworden bedrijven naar deze gebieden te verplaatsen, aldus het jaarverslag. ,,Het grondprijsverschil is zodanig klein geworden dat een forse bedrijfsvergroting er meestal niet meer in zit.''

Het aankopen van gronden voor natuur binnen de ecologische hoofdstructuur in heel Nederland loopt overigens nog wel op schema, aldus het jaarverslag.