Zij keek vanonder haar wimpers vandaan

Hoe mooi kan een film beginnen: de camera zoomt in op een topografische kaart van de Caraïbische Zee, om uit te komen bij de haven van Fort-de-France, Martinique, anno 1940. En hoe mooi kan een filmcarrière beginnen: Lauren Bacall was nog maar negentien jaar oud toen ze in de klassieker To Have and Have Not debuteerde als zwoele dievegge en zangeres, naast de immer coole Humphrey Bogart. ,,Anybody got a match?'' is haar eerste zin, terwijl ze een beetje scheef in de deuropening hangt.

Zwoel is eigenlijk nog een understatement: de blik in de ogen van Lauren Bacall zuigt ongeveer net zoveel lucht weg als een tornado. Ze kijkt afwisselend stuurs, schalks en landerig, van onder haar wimpers vandaan, en lijkt te wachten op het onverwachte. Ze zou de rokerige nachtclubs en het eiland het liefst ontvluchten, maar verpoost zich ondertussen met het verleiden van de cynische visser Bogart. Hoe versiert hij een vrouw als Bacall? Door niet terug te zoenen als zij haar lippen op de zijne drukt. ,,It's even better when you help'', zegt ze droogjes.

De flirtscènes tussen Bogart en Bacall (geboren als Betty Joan Perske in 1924) werden ook buiten de decors gerepeteerd: een jaar na de opnames trouwden `Bogey en Baby', om een van de beroemdste filmechtparen ooit te worden. En dat dankzij een film die gemaakt werd omdat regisseur Howard Hawks een weddenschap met Ernest Hemingway had afgesloten, waarbij Hawks beweerde dat hij zelfs van diens slechtste verhaal, volgens hem To Have and Have Not, een goede film zou weten te maken. Het is hem gelukt, niet dankzij de plot, maar dankzij de liefdesvonken en de oneliners uit het scenario van de door Hollywood ingehuurde William Faulkner - ,,You know how to whistle, don't you, Steve? You just put your lips together and... blow'', werd een van die Casablanca-achtige klassieke filmcitaten. Twee jaar later speelden ze weer samen in The Big Sleep, en vervolgens in Key Largo, waar Bogart en Bacall weer op zo'n gedroomd eiland – op de Florida Keys – vast kwamen te zitten.

Dit weekend zendt de BBC een aantal films met Bacall uit, waaronder ook de fijne komedie How to Marry a Millionaire (1953). Hierin bedenkt ze samen met Marilyn Monroe en Betty Grable snode plannen om een rijke stinkerd in het huwelijksbootje te sleuren. Marilyn Monroe steelt de show: ze is bijziend, maar te ijdel om haar bril op te zetten, en droomt zonder nachtjapon van Arabische sultans. Maar Bacall mag er ook wezen als nurkse geldwolf, waarbij haar eerst zo zeediepe ogen nu meer lijken op fiere rotsen. De leukste scènes zijn die waarin ze in een bontjas hamburgers eet aan een helverlichte bar, foeterend op haar aanbidder.

Op latere leeftijd was ze nog steeds elegant vilein in Agatha Christies Murder on the Orient Express (1974), maar ze werd daarna vooral in bijrollen gecast, onder andere in Stephen Kings Misery, Barbra Streisands The Mirror Has Two Faces en zelfs Chicago Hope. Bacall lijkt in bijna al haar rollen op de Hemingwayse zwaardvis die in To Have and Have Not door een aantal vissers aan de haak wordt geslagen, maar die zichzelf altijd weer weet los te worstelen: spetterend, ongrijpbaar en ver weg.

Zaterdag: To Have and Have Not (Howard Hawks, 1944, VS), BBC2, 14.00-15.40u.; Designing Woman (Vincente Minnelli, 1957, VS), BBC2, 16.30-18.25u.; How to marry a Millionaire (Jean Negulesco, 1953, VS), BBC2, 18.25-20.00u.; zondag: North West Frontier (J. Lee Thompson, 1959, VS), BBC2, 17.40-19.45u.