Willem V hield van zijn kimono

Temidden van de Japanse kasten en porselein staat in een vitrine in het Nationaal Museum Paleis het Loo een oranje, gewatteerde kimono met goudborduursels. Hij oogt behaaglijk en ietwat sleets, alsof de bezitter hem vaak gedragen heeft. De vroegere eigenaar was prins Willem V (1748-1806), een van de vele Oranjes die Japanse kunstvoorwerpen verzamelden of ten geschenke ontvingen.

De `Japonsche rok' van de stadhouder was een cadeau van de shogun, de wereldlijk leider van Japan. Hij is sinds kort te zien op de tentoonstelling Uit koninklijk bezit in Paleis het Loo, een selectie uit de mooiste Japanse objecten uit het bezit van Paleis het Loo en de koninklijke archieven in Den Haag. Eerder al werd in Het Loo een tweede `Japanse' tentoonstelling geopend: Uit keizerlijk bezit, met Japanse ceremoniële gewaden en kostbaarheden, beschikbaar gesteld door het keizerlijk hof in Japan. Beide tentoonstellingen zijn klein en overzichtelijk en worden gehouden in het kader van de viering van 400 jaar Japans-Nederlandse betrekkingen.

Vanaf prins Maurits (1567-1625) tot de Tweede Wereldoorlog bestonden er goede betrekkingen tussen de Oranjes enerzijds en het Japanse shogunaat en het keizerlijk hof anderzijds – en ook nu zijn de banden weer vriendschappelijk. Het Huis van Oranje heeft in de loop van vier eeuwen een aanzienlijke collectie Japanse kunstvoorwerpen verworven. Vooral Willem V was een gretig verzamelaar. Op Huis ten Bosch had hij een complete Japanse kamer laten inrichten. Daaruit is op de tentoonstelling onder meer een zijden kamerscherm te zien, versierd met losse applicaties van vogels en bloemtakken, die waarschijnlijk op aanwijzing van Wilhelmina van Pruisen zijn gerangschikt.

Het oudste voorwerp op de tentoonstelling is een rijk gedecoreerde lakwerkkist uit het midden van de 17de eeuw. Zwarthouten kisten van lakwerk, ingelegd met parelmoer, waren zeer in trek bij de Europeanen. Vooral in de 19de eeuw waren de produkten van de Japanse lakkunstenaars uit Nagasaki gewilde verzamelobjecten. Een fraai voorbeeld op de tentoonstelling is een `picknickset' in de vorm van een pagode op sierlijk gebogen pootjes en voorzien van vele verborgen doosjes en laatjes waarin voedsel en eetgerei kon worden opgeborgen.

Ook het porselein, dat vanaf de 17de eeuw door VOC-schepen werd aangevoerd, ontbreekt niet. Het op de expositie getoonde porselein is geselecteerd op de typisch 19de-eeuwse gewoonte om vazen, schalen en schotels te verwerken – vaak gecombineerd met verguld bronzen monturen – in meubels en kaarsenstandaards. Een grote schaal op bronzen poten werd gebruikt als schaal bij de voordeur om de visitekaartjes van bezoekers in te deponeren. Heel merkwaardig is een pompeuze kroonluchter, opgebouwd uit schalen, kommen en kopjes en schoteltjes van Japans Imari-porselein. Toen eerder dit jaar de objecten in Japanse musea werden tentoongesteld, waren de Japanners er zo van onder de indruk dat ze de kop- en schotelluchter als blikvanger op de affiches hebben gebruikt. De tentoonstelling wordt gecompleteerd met een serie recent opgedoken historische foto's van – in westerse kleding gestoken – Japanse gezanten, die in 1862 hun opwachting maakten bij koning Willem III.

De tentoonstelling Uit keizerlijk bezit biedt een bijzonder kijkje in het Japanse hofleven, met name in het uiterlijk vertoon. Het Japanse keizerlijk paar heeft hiervoor onder meer historische gewaden met toebehoren, hoofdtooisels, waaiers, zijdeschilderingen, poppen van dansers, vazen en oude getekende patronen voor ceremoniële gewaden naar Nederland afgevaardigd. Sommige historische gewaden zijn niet lang geleden in een paleis in Kyoto gevonden. De getoonde kleding is in zeer goede staat. De prachtige, vaak loodzware kostuums, opgebouwd uit vele kleurige lagen, en met lange slepen, werden gebruikt bij ceremoniële gelegenheden. Hoe hoger de rang, hoe meer – soms wel twintig – lagen. Slepen werden zodanig aan elkaar gezoomd dat ze een effect kregen van golvend water. De kleurcombinaties wisselden met het seizoen; wie daarvan afweek riskeerde de hoon van het hele hof. Te zien is ook hoe ontwerpers Chinese stijlen en motieven introduceerden. Keizer Kömei droeg in 1846 nog een fel rood kostuum uitbundig versierd met draken, apen en tijgers en met Chinese details als een knoopsluiting. Zijn zoon Meiji echter stelde daar paal en perk aan. Zijn hofkleding ziet er beduidend eenvoudiger uit.

De troonsbestijging van een nieuwe keizer gaat gepaard met eeuwenoude ceremoniën en rituelen. De opzienbarende kledij van zijdebrokaat die speciaal is geweven voor de troonsbestijging in 1989 van de huidige keizer en keizerin, heeft voor het eerst Japan verlaten en is nu in Het Loo te zien. Bij de ingang laat een videofilm fragmenten zien van deze spectaculaire gebeurtenis, die zich met zijn dansers en muziek, met de traag bewegende figuren met lange slepen in een andere wereld lijkt af te spelen, maar op sommige momenten – de keizer in een soort Gouden Koets met lakeien – ook heel sterk doet denken aan onze eigen rituelen. En wie zich afvraagt wie dat jongetje is in die opvallend oranje kimono: dat is geen Oranje-afgevaardigde maar de Japanse kroonprins, volgens de traditie gehuld in de kleur van de nieuwe zon in wording.

Tentoonstellingen: Uit koninklijk bezit, t/m 24 september. Uit keizerlijk bezit, t/m 13 augustus. In: Nationaal Museum Paleis Het Loo, Koninklijk Park 1, Apeldoorn. Di t/m zo 10-17 uur. Inl. 055-5772400.

    • Gerda Telgenhof