Snuffelend op mijnenjacht

Januari 2000. ``Toen we hier in Antwerpen kwamen wonen, ging ik in een vleesfabriek werken, maar toen een trainster acht maanden geleden zwanger werd, vroegen ze mij'', zegt Judy Muthoni Karue (27) in het Engels. Ze werkt bij onderzoeksproject Apopo, dat sinds eind 1997 onderzoekt of ratten mijnen kunnen opsporen.

Apopo (Anti-Persoonsmijnen Ontmijnende Product Ontwikkeling) is gevestigd in een woning, provisorisch ingericht als kantoor, bij het sportpaleis aan de Antwerpse Ring. In de kale achterkamer staat een bureau. Aan de muur hangen foto's van herdershonden die mijnen opsporen en van een pantservoertuig met roterende kettingen die tegen de grond slaan en zo mijnen tot ontploffing brengen.

Apopo is een zelfstandig onderzoeksproject, gefinancierd door de Vlaamse overheid. Het team bestaat uit vier mensen; naast Judy, die samen met biologe Ellen van Krunkelsven de ratten traint en verzorgt, zijn er productieontwikkelaars Bart Weetjens (initiatiefnemer) en Christoph Cox (31), tevens Judy's echtgenoot. Judy: ``Ik ben geboren in Nyeri, Kenia. Tot mijn vijftiende ging ik naar school, daarna hielp ik mijn tante in de huishouding. Ik ontmoette Christoph eind 1995 in Kenia, waar hij voor een NGO werkte. Na twee jaar samenwonen trouwden we, zodat ik meekon naar België, waar we nu tweeëneenhalf jaar wonen.''

We lopen naar een achterliggend bedrijfspand, waarin vroeger een groothandel in satellietschotels was gevestigd. In een ruimte met een indringende dieren- en zaagselgeur, staat in een hoek een flapover. Op grote vellen papier staan met viltstift namen geschreven, voorzien van man- of vrouwteken: Nairobi, Mankepoot, Nina, Bowie, Biku. Op een grote tafel staan rijen kooitjes. Zwart-wit gevlekte labo-ratjes lopen los over het traliedak van hun kooi. Judy pakt een kalige, oude rat: ``Dit is Adam, de eerste waarmee ik ben gaan werken. In het begin dacht ik dat ratten dom waren, maar nu ik ze train vind ik ze erg intelligent. Sinds ik hier werk, ben ik boeken gaan lezen over rattengedrag en dierentraining. Ratten hebben allemaal een ander karakter, sommige zijn bang, andere niet. Je moet erg geduldig zijn. Mr. Bean is een van mijn lievelingsratten; hij is nergens bang voor, maar niet erg slim. In het begin dacht ik dat mannetjes slimmer waren, maar het hangt eerder van de ouders af. Dat gegeven gebruiken we bij het fokken.''

Langs de muur zitten in hokken grijze ratten zo groot als katten, een geïmporteerde Afrikaanse soort. Judy: ``In het begin haalden we de gedomesticeerde jongen te laat weg bij de moeder, waardoor ze schuw bleven. Nu scheiden we ze na vier weken, ze hebben dan nog geen angstgevoel ontwikkeld. We hebben ze hier naar toe gehaald omdat dit project vooral gericht is op Afrika. Volgende maand gaan we naar Tanzania, om in het veld te werken. Ik spreek Swahili en ga mensen leren ratten te trainen. We hebben Tanzania gekozen, omdat professor Ron Verhagen er onderzoek doet naar knaagdieren. In de buurlanden Angola en Mozambique zijn veel mijnenvelden. Ik denk dat het minimaal nog een jaar duurt voor ze echt mijnen opsporen.'

In een aangrenzende oefenruimte bevindt zich een kooi waarin plankjes met samplebakjes in de bodem kunnen worden geschoven. Eén van de 16 bakjes, afgedekt met gaas, bevat TNT-geur, de rest azijn. Judy doet latex handschoenen aan, zodat geen TNT- of lichaamsgeur wordt overgebracht. Ze pakt gereinigde plastic samplebakjes met een grote pincet uit een pannetje en schuift ze in de kooi. Vervolgens pakt ze een bruin bakje met appel en banaan: stukjes fruit als beloning. ``Die moeten klein zijn, want ze bewaren ze in hun wangzakken. Als die vol zijn willen ze niet meer trainen.'' Ze haalt Mr. Bean en laat hem in de kooi. Hij snuffelt aan bakjes en al vrij snel krabbelt hij aan het goede bakje. Judy drukt op een klein blikken doosje in haar hand, waaruit een indringend klikgeluid opklinkt: ``Zo weet hij dat hij het goed heeft gedaan.'' Ze geeft hem een stukje appel: ``Met de klikker kun je ook van afstand werken, zonder het veld in te hoeven.'' Ze verwisselt plankjes en TNT-potje van plaats. Mr. Bean geeft steeds weer het goede bakje aan. Vrijwel alle mijnen hebben een explosief dat geur afgeeft. Judy: ``Er is één soort waarbij de mijn met lijm gesealed is. In dat geval kun je dieren trainen op de geur van die lijm.''De oefenruimte bestaat uit drie hokken van vijf bij vijf meter, gescheiden door houten wanden, voorzien van een doorzichtige plastic voorwand, met deurtjes erin. Op de grond ligt zwarte aarde. Judy: ``Hier kunnen ratten op een groter oppervlak oefenen.'' Even later demonstreert Ellen van Krunkelsven het opsporen met een Afrikaanse rat, Sizwe. Hij heeft een tuigje om, bevestigd aan een looplijn: ``Nu kunnen ze de stenen nog zien waar we de bakjes aan bevestigd hebben. Bij de volgende fase zijn de bakjes volledig ingegraven.'' Zodra Sizwe het goed geraden heeft, klikt Ellen en komt de rat naar een luikje in de plexiglaswand om voer te ontvangen.

Aanvankelijk was onduidelijk of het zou lukken met Afrikaanse ratten, waar niet eerder mee was gewerkt. Judy: ``Ze zijn na twintig minuten al moe en nerveus, met de kleine labo-ratjes kun je wat langer oefenen. Ik train elke dag zo'n zeventien ratten. Het duurt gemiddeld drie maanden om ze een taak te leren. Bij het leren door een gat te kruipen en op een hendeltje te drukken zijn labo-ratjes langzamer, de Afrikaanse zijn trager met andere taken. Zij worden acht jaar, terwijl de labo-ratjes maar twee jaar oud worden. De labo-ratten komen via Duitsland uit de Verenigde Staten, ze zijn bij een ander onderzoek al getraind om urine van mensen op te sporen.''

Een van de plannen is om met een mijnenbestendig voertuig grondmonsters te nemen om te kijken of een omgeving besmet is. Die samples worden vervolgens door kleine ratten beoordeeld, waarna de grotere ratten de mijnen opsporen; zij zijn namelijk gewend voedsel in de grond te zoeken. Een ander idee is een mobiele kooi, die radiografisch op afstand te besturen is, waarbij de rat de grond afsnuffelt.

Apopo is niet het enige onderzoeksproject op dit gebied. Zo wordt in Nederland bekeken of mijnen met een neutronendetector opgespoord kunnen worden, een Europees project onderzoekt de mogelijkheden van een combinatie van infrarood-fotografie en radar uit vliegtuigen en in Amerika wordt bestudeerd of bijen mijnen kunnen ruiken. De organisatie `Menschen gegen Minen' in Krefeld, die vooral in Angola werkt, stimuleerde het werken met ratten. Apopo ontwikkelt deze zoekmethode.

Ratten kunnen goed leren, ze zijn licht, klein, goedkoop, gemakkelijk te vervoeren en in leven te houden. Momenteel wordt veelal gewerkt met honden. Die zijn echter gevoelig voor in Afrika heersende ziektes en accepteren maar één baas. Verder bestaat de kans dat een mijn ontploft als de hond erop staat (dit gebeurt vanaf circa 15 kilo). Apopo heeft bovendien voor ratten gekozen omdat er al veel research mee is gedaan, zodat op labgebied alles te koop is. Muizen zijn klein en ontsnappen eerder. Een probleem is dat ratten straks in het vrije veld kunnen weglopen. Judy: ``We denken aan verplaatsbare hekken of looplijnen.''

Christoph komt binnen met een bezoeker uit Canada, gespecialiseerd in het detecteren van explosieven. Hij vertelt: ``Bart heeft zich in zijn vrije tijd toegelegd op dit project en mij gevraagd mee te doen. De resultaten lopen volgens plan. We zijn nog in het research-stadium, maar soms komen er al telefoontjes binnen, bijvoorbeeld van de Belgische ambassadeur in een Balkanstaat, of we daar mijnen wilden komen ruimen. Een spin-off-project is de ontwikkeling, op de Universiteit van Leuven, van beschermend, scherfwerend materiaal voor ontmijners, gemaakt van lokale, natuurlijke vezels.'' Over de omvang van het mijnenprobleem zegt hij: ``Er komt elke 20 minuten iemand om door een mijn.'' De meesten daarvan in Cambodja, Angola en Bosnië.

Apopo heeft toestemming gekregen van de universiteit in Morogoro en het Tanzaniaanse ministerie van Defensie om er te werken. Judy: ``We gaan er wonen op de campus, Christoph, mijn zoontje en ik in één huis, Ellen en Bart in een ander huis. We zijn van plan er vier jaar naar toe te gaan.'' Judy en Christoph wonen nu nog tijdelijk op de eerste verdieping van het Apopo-pand. De Apopogroep gaat in Tanzania werken met acht mensen: studenten, trainers, verzorgers, een nachtwaker. Judy verheugt zich op haar nieuwe verblijf. ``Mijn familie woont er niet ver vandaan. De zon schijnt er altijd en je maakt er gemakkelijker contact.''

Juli 2000. Een e-mail van Judy uit Tanzania: ``Alle ratten hebben het overleefd. Onze werkruimte is in mei gereed gekomen. We zijn nu al met het volledige team aan het werk, aangevuld met nieuwe mensen van hier. Momenteel leggen we buiten een modelmijnenveld aan waar we de ratten spoedig gaan trainen.''

Dit is het vierde deel van een zomerserie over wetenschap in het vrije veld.