Smit krijgt voet aan de grond in Noord-Amerika

Door de acquisitie van Rivtow in Canada stijgt de omzet van de Rotterdamse maritieme dienstverlener Smit Internationale in één klap met 13 procent.

,,Een belangrijke overname'', noemt directievoorzitter N. Buis van Smit Internationale de aankoop van het bedrijf Rivtow in Vancouver, die deze week werd afgerond. Niet zozeer om de activiteiten van Rivtow op dit moment – havensleepdiensten en het vervoer van hout over de Canadese rivieren – als wel om wat Smit in de toekomst in Vancouver wil opbouwen.

,,We willen al onze diensten in Vancouver aanbieden. Dus naast het transport en de sleepdienst ook berging en de maritieme aannemerij'', zegt Buis in zijn kantoor op de vijfde verdieping van het Smit-gebouw naast de Erasmusbrug. ,,Met deze overname zijn we in alle werelddelen vertegenwoordigd, behalve Australië.''

De omzet van Smit stijgt met Rivtow zo'n 13 procent en het aantal schepen neemt met bijna eenderde toe. Buis wil niet vertellen wat Smit voor het bedrijf heeft betaald. ,,Daar doen we nooit uitspraken over, en we hebben met de verkopende partij afgesproken dat we dat in dit geval ook niet zullen doen. U kunt het volgend jaar in ons jaarverslag lezen.'' Twee keer per jaar heeft het bestuur overleg met grote aandeelhouders, waaronder het Orange Fund en ING, en bij die gelegenheden wordt dit soort informatie wel verschaft. A. Kienhuis, die samen met Buis het bestuur vormt, wil wel kwijt dat Rivtow een bruto-winstmarge van tussen de 8 en 10 procent heeft.

Rivtow was eigendom van de Canadees John Cosulich. Het bedrijf heeft 110 schepen in de vaart en biedt werk aan zo'n 300 mensen. Rivtow haalt een jaaromzet van circa 57 miljoen Canadese dollar, zo'n 90 miljoen gulden. ,,Voor ons is het belangrijk dat Cosulich nog drie jaar door blijft werken. Dan kunnen we gebruik maken van zijn specifieke kennis en ondertussen onze mensen kennis laten maken met de lokale markt'', legt Buis uit.

Met de overname krijgt Smit voet aan de grond in Noord-Amerika. De activiteiten van Smit op dat continent zullen zich noodgedwongen op Canada concentreren. In de Verenigde Staten mogen buitenlandse maatschappijen namelijk niet opereren. De Amerikaanse Jones Act bepaalt dat al het binnenlandse vervoer van goederen en personen over water alleen uitgevoerd mag worden door schepen onder Amerikaanse vlag, die in de Verenigde Staten zijn gebouwd en een Amerikaanse bemanning hebben. ,,Je reinste protectionisme natuurlijk'', vindt Buis. ,,Ze weten de wet zo te interpreteren dat alles onder binnenlands vervoer valt. Wij mogen bijvoorbeeld wel een wrak bergen, maar zodra de bok die het schip omhoog heeft getakeld twintig graden draait, zijn we in overtreding. Dat heet dan transport.''

Rivtow wordt ondergebracht in de marktgroep Port & Coastal. Daaronder vallen de havensleepdiensten en de sleepvaart over binnenwateren en langs de kust. Schaalgrootte is in die sector van belang, vindt ook analist R. Brakenhof van zakenbank Kempen. ,,Het is voor grote klanten handig als je ze sleepdiensten in alle belangrijke havens kan aanbieden. Naast Singapore en Rotterdam kan Smit dat nu ook in Vancouver. Een logische stap, deze overname.'' De sleepdienst zelf is geen groeimarkt, geeft ook bestuursvoorzitter Buis toe, dus zal de groei uit overnames moeten komen.

De meest aansprekende activiteit van Smit is de berging van schepen in problemen, de `droge' berging in Smit-jargon, en het opruimen van scheepswrakken, de `natte' berging. Door strengere veiligheidseisen en verbeterde navigatiesystemen komen steeds minder schepen in de problemen. ,,Maar als ze vast komen te zitten, is het ook goed raak'', zegt Buis.,,Door de dubbele scheepsrompen trek je ze niet zo maar even vlot. Dat betekent dat er aan een berging ook een hoger prijskaartje hangt.''

Buis heeft hoge verwachtingen van de natte berging. ,,Onder invloed van de milieubeweging laten steeds meer landen wrakken in hun kustwateren bergen. Alleen al in de Westerschelde liggen er 45 en voor de kusten van Zuid-Amerika 85.'' De berging van de Erika, de olietanker die in december vorig jaar voor de kust van Bretagne verging, ging aan de neus van het Rotterdamse bedrijf voorbij. De Franse concurrent CSO kreeg de opdracht. ,,Terwijl wij een beter en goedkoper alternatief hadden'', zegt Buis. ,,We zullen dat nog wel even in Brussel aankaarten.''