Skûtsjesilen?

Friesland is momenteel in de ban van het traditionele skûtsjesilen. Wordt er in deze zeilwedstrijd topsport bedreven?

Joop Atsma, voorzitter wielerbond KNWU: ,,Als rasechte Fries volg ik het skûtsjesilen van nabij. Ik ben er dan ook van overtuigd dat de zeilers met topsport bezig zijn. Ze moeten zich goed kunnen concentreren, over een perfecte timing beschikken en moeilijke beslissingen nemen op het juiste moment. Er is tussen de schepen onderling van begin tot einde veel strijd. Het skûtsjesilen is niet alleen een onderdeel van de Friese folklore, het is bijkans een strijd op leven en dood.''

Foppe de Haan, trainer SC Heerenveen: ,,Skûtsjesilen is geen topsport. Voor aanvang van het evenement vinden er geen oefenwedstrijden plaats en is er geen sprake van een lange voorbereiding op de wedstrijd. Toch is het een sport: er wordt voor getraind, in wedstrijden vallen er punten te verdienen en op het einde is er een winnaar. Het skûtsjesilen is Friese folklore, alleen neemt de organisatie het de laatste jaren niet meer zo nauw met de traditionele waarden. Veel schepen verkeren niet meer in de authentieke staat. Waar zijn bijvoorbeeld de kenmerkende katoenen tuigjes gebleven? Bovendien maken veel schippers hun skûtsjes langer dan ze eigenlijk waren. Of de wedstrijden voor niet-Friezen interessant zijn om te volgen? Eigenlijk niet. Alleen de beelden van het Friese landschap zijn mooi om te zien.''

Peter de Jong, secretaris Sintrale Kommisje Skûtsjesilen (SKS): ,,Elke afzonderlijke wedstrijd duurt twee uur, en dan moeten de schippers enorm afzien. Ze liggen de hele wedstrijd tot hun middel in het water. De zeilers zijn goedwillende amateurs, maar trainen wel. In de wintermaanden werken ze aan hun schip. Topsporters zijn elke dag voor 100 procent met hun vak bezig, mensen die meedoen aan het skûtsjesilen niet. Voor liefhebbers van zeilen én traditionele schepen is het skûtsjesilen absoluut de moeite waard. De spanning, de tactiek, het continu wissselen van positie: dat maakt het hele evenement zeer interessant.''

Ben de Graaf, oud-sportjournalist: ,,Net als kaatsen wordt in deze tijd van het jaar het skûtsjesilen belangrijker gemaakt dan het is. Daarom noem ik het een `komkommersport'. Het skûtsjesilen is een folkloristische bezigheid en verkeert een beetje in de hobbysfeer. De Friese bevolking loopt wel warm voor het evenement, de rest van Nederland niet. Het hele spektakel wordt wel gepresenteerd als topsport, maar daar heeft het niet veel mee te maken. De sport is niet zo universeel als zwemmen, voetbal of atletiek. Het voldoet ook niet aan de eisen van topsport. Voor de betrokkenen zelf zal het best topsport zijn. Op een paar zeilliefhebbers na ligt de rest van Nederland echter niet wakker van het skûtsjesilen.''

Henk Kroes, ijsmeester: ,,Het skûtsjesilen is absoluut geen folklore, daar is het te veel sport voor. Als ik kijk naar de dagindeling van topsporters, dan schaar ik het skûtsjesilen niet onder topsport. Van lange voorbereidingen of zware trainingen is nauwelijks sprake. Het is wel een sportieve bezigheid, want het evenement vergt het uiterste van de zeilers. Bovendien moeten de schippers tactisch sterk zijn, want het is onmogelijk om een wedstrijd met twee vingers in de neus te winnen. Er kleven wel wat nadelen aan het skûtsjesilen: er wordt tegenwoordig minder gelet op de originaliteit van de schepen en het wedstrijdwater is vaak ongeschikt.''

Hans Wiegel, oud-commissaris van de koningin in Friesland: ,,Strijd, emotie en een goede sfeer: dát is het skûtsjesilen ten voeten uit. Het woord topsport is niet gepast, het is méér dan dat. Het is een aloud Fries spektakel waarbij de zeilers strijden om de eer. Voor de deelnemers is het wél topsport, ze geven alles om zo hoog mogelijk te eindigen. De emoties kunnen hoog oplopen. Toen ik werkzaam was in Friesland is het eens voorgekomen dat een schipper na een wedstrijd door zijn familie in de kajuit werd opgesloten. Men was bang dat hij anders het afsluitende feest en de prijsuitreiking zou verstoren.''