REIS OM DE WERELD IN 80 HITS

Phileas Fogg deed het in 80 dagen, Ivan Gontsjarov in 80 brieven. De Achterpagina gaat in 80 hits de wereld rond. Zevende etappe: van Versailles naar Marseille.

Of er nu koningen de scepter zwaaiden of presidenten de force de frappe, Frankrijk is altijd een centralistisch land geweest. Alle wegen leidden naar Parijs, dat op de landkaart het meest weg heeft van een zon die heel Frankrijk met zijn stralen verlicht. Het aantal hits waarin andere steden of streken worden bezongen, is dan ook klein. De meeste (Anglo-Amerikaanse) liedjesschrijvers voelen zich kennelijk net als Bonnie Tyler in 1977: Lost In France. Tyler bezong destijds haar Franse vakantieliefde, maar wist zich van het landschap en de geografie niet veel meer te herinneren dan dat `the vines were overflowing.'

Wie de Top 40's van de afgelopen 35 jaar bestudeert, vindt eigenlijk maar twee verwijzingen naar het Frankrijk buiten Parijs (en boven de Côte d'Azur, die volgende week op de Reis om de Wereld in 80 Hits zal worden aangedaan). In 1981 haalden de White Soxx de tipparade met Versailles, een dromerig nummer waarin een moderne bezoeker van het koninklijk paleis door een time warp in de tijd van Lodewijk XIV terechtkomt.

En een jaar eerder had de Nederlandse band-zonder-gitaren The Mo een zeer bescheiden hitje met Nancy. Helaas ging het montere liedje niet over de Lotharingse bisschopsstad met zijn schitterende achttiende-eeuwse Place Stanislas, maar over een meisje dat jaloers is op haar zusje omdat ze zo goed kan rolschaatsen. Het was 1980 en de roller-disco-rage was op zijn hoogtepunt.

Beter zoeken dus maar, tussen de liedjes die nooit een pophit werden maar wel overbekend zijn. Les parapluies de Cherbourg bijvoorbeeld, uit de gelijknamige film-in-liedjes van Jacques Demy, waarvoor Michel Legrand de muziek schreef. De titel doet veel troosteloosheid vermoeden; de Normandische havenstad, verwoest in de Tweede Wereldoorlog en bezaaid met petrochemische industrie, heeft de toerist weinig te bieden. Misschien dat Demy er daarom geen woord aan vuil maakt; Les parapluies de Cherbourg is gewoon een doorsnee liefdesliedje, waarin de enige plaatsverwijzing een niet nader gespecificeerd station betreft: `Ils se sont séparés sur le quai d'une gare/ Ils se sont éloignés dans un dernier regard.../ Oh! Je t'aime... ne me quitte pas.'

Over ne me quitte pas gesproken: Jacques Brel, die half België in zijn chansons vereeuwigde, wijdde maar een paar liedjes aan het land waar hij na zijn doorbraak ging wonen – en die gaan steevast over Parijs. Ook Vesoul, een opzwepende wals met musette-begeleiding die een dozijn plaatsnamen de revue laat passeren een reis door Noordwest-Europa in vier coupletten – komt uit bij de hoofdstad. Waarom het liedje de naam kreeg van het pleisterplaatsje in de Jura blijft onduidelijk; het had even goed Vierzon kunnen heten, of Honfleur.

Gelukkig is er, of liever was er, Serge Gainsbourg (1928-91). In Nederland is hij vooral bekend door Je t'aime moi non plus dat hij in '69 (!) samen met Jane Birkin naar de toppen van de hitparade hijgde. In Frankrijk heeft hij heel wat meer hits op zijn naam, en de controversieelste daarvan is zijn twintig jaar oude bewerking van La Marseillaise. Niet omdat het Franse volkslied door de eeuwige provocateur op een reggae-ritme werd gezongen en van de oneerbiedige titel Aux armes et caetera werd voorzien, maar omdat hij er, zijn reputatie getrouw, een erotisch nummertje van maakte.

Le chant de guerre pour l'armée du Rhin, zoals de Marseillaise in 1792 oorspronkelijk werd gedoopt door componist C.J. Rouget de Lisle, is een strijdlied, en kreeg zijn naam nadat het in de post-revolutionaire oorlog tegen Pruisen was geadopteerd door een bataljon uit Marseille. In de bloederige tekst van Rouget speelt de Zuid-Franse havenstad geen rol, maar Gainsbourg maakt handig gebruik van het feit dat `la Marseillaise' ook `het meisje uit Marseille' kan betekenen. Met zijn sensuele dictie, kreunend als stond hij tegenover Jane Birkin, overlaadt hij frases als `l'etendard sanglant est levée' en `liberté, liberté, chérie' met een dubbele portie dubbelzinnigheid; en door het lome ritme maakt hij zelfs de kreupelste coupletten dansbaar. Je zou ieder stoffig volkslied de methode Gainsbourg toewensen – om te beginnen het Wilhelmus.