Niet voor fatsoenlijke jongens

Vijftig jaar geleden brak de Koreaanse oorlog uit, het `heetste' conflict uit de Koude Oorlog. Onder de vlag van de Verenigde Naties nam ook Nederland deel aan de strijd. `De gemiddelde Amerikaan is een aardige kerel, maar oorlogvoeren kan hij niet.'

Drie jaar geleden stond Fred Rosdorff met zijn schoonzoon bij de demarcatielijn tussen Noord- en Zuid-Korea. Pal achter het glas stond een Noord-Koreaanse soldaat, in Russisch uniform. ,,Toen dacht ik wel even: viezerik, we hebben jullie toch maar mooi tegengehouden.'' Rosdorff was een van de 3.418 Nederlandse vrijwilligers die vijftig jaar geleden naar Korea gingen. `Om een bijdrage te leveren aan het behoud van democratie in de hele wereld', zoals de Zuid-Koreaanse president Kim Dae-jung het formuleert in een recente dankbrief aan Rosdorff.

Voor Leen Schreuders, ook Korea-veteraan, is het ,,een van de weinige oorlogen die succes heeft gehad''. Succes? Na drie jaar strijd en vier miljoen doden werd een wapenstilstand gesloten die de situatie van voor de oorlog herstelde: scheiding van de twee Korea's langs de 38ste breedtegraad. Een wapenstilstand die nooit is omgezet in vrede. Pas nu worden de betrekkingen aangehaald, heel voorzichtig spreekt men over hereniging. Volgende week mag een beperkt aantal burgers de grens oversteken om familieleden te bezoeken.

Toch werd het oorspronkelijke doel van de Verenigde Naties bereikt. Een internationale VN-macht, verenigd onder Amerikaans commando, zorgde ervoor dat de `viezeriken' zich moesten terugtrekken uit Zuid-Korea. Nederlandse soldaten leverden aan dat resultaat een bijdrage, ten koste van 123 doden. Tot roem in eigen land heeft dat niet geleid. Ook al zijn Nederlandse militaire successen schaars, en heeft geen ander conflict sindsdien zoveel slachtoffers geëist, de Korea-oorlog heeft hier geen naam gemaakt. Het Nederlands Detachement Verenigde Naties staat bekend als `het vergeten bataljon'. Tijdens de oorlog zelf was er weinig aandacht, en dat is sindsdien niet veranderd. De Nederlandse deelname aan de Korea-oorlog is een incident gebleven, een curiosum in de recente vaderlandse geschiedenis.

,,Veel veteranen voelen zich verongelijkt'', zegt Leen Schreuders, secretaris van de Vereniging Oud Korea Strijders. ,,Het hoort er kennelijk bij als je gaat terugkijken op je leven, die verontwaardiging met terugwerkende kracht.''

Fred Rosdorff en hij lijken er weinig last van te hebben. Korea is voor hen niet alleen een dierbare herinnering, maar ook iets waar ze nog dagelijks mee bezig zijn. De huidige toenadering tussen Noord en Zuid volgen ze op de voet, Schreuders krijgt van de Zuid-Koreaanse ambassade in Den Haag wekelijks een pakketje kranten toegestuurd. Eind juni was hij in Korea om de herdenkingen rond het uitbreken van de oorlog bij te wonen. Rosdorff gaat volgende week, op uitnodiging van een Amerikaanse organisatie.

Voor Tiny Waanders ligt het anders. Praten over Korea doet ze zelden, haar bij het gesprek aanwezige dochter hoort het verhaal voor het eerst. Tiny's drie jaar jongere broer, Cor van de Snepscheut, is een van de drie militairen die altijd vermist is gebleven. Korea heeft voor haar een sinistere klank. Helemaal sinds ze onlangs met veel moeite een boek heeft gelezen over de Nederlanders in Korea, waarvan ze aanneemt dat het een reëel beeld geeft van de gevechten en de ontberingen. ,,Verschrikkelijk moet het zijn geweest, een afslachting. Ik wist niet hoe erg het was. Nu weet ik het, en weet ik zeker dat het geen zin heeft gehad. Ze hadden niet moeten gaan.''

Avonturiers

In het Nederland van 1950, volop bezig met de wederopbouw, werden de Korea-gangers beschouwd als avonturiers. Rosdorff: ,,Korea was niet iets voor fatsoenlijke jongens.'' Driekwart van hen was in Nederlands-Indië geweest, ten tijde van de politionele acties. ,,Oorlog was voor mij de normale situatie'', zegt Schreuders. Hij was zeventien in 1940, vierentwintig toen hij naar Indië ging. Na terugkeer kon hij niet meer aarden in Nederland. Rosdorff had wel in Indië willen blijven, maar ,,Soekarno besliste anders''. Eind 1950 kwam hij terug in Nederland. ,,Anderhalf jaar heb ik het geprobeerd in het burgerleven. Van alles heb ik gedaan: kolenboer, pompbediende, monteur. Het ging niet, ik was te vrij geworden. Werkgevers hadden me meteen op de kast.''

Dus meldden ze zich aan voor een nieuw avontuur, ver van huis. Idealisme speelde een ondergeschikte rol. Zeker, het was goed om een dictatoriaal regime te bestrijden. Maar redders van de vrije wereld voelden de vrijwilligers zich niet, en zo werden ze in Nederland ook niet beschouwd. De stemming was eerder vijandig, zegt Rosdorff. ,,Men zag ons als huurlingen. Door je uniform werd je er op aangesproken, je moest je verdedigen. Hoeveel Chinezen heb je daarvoor doodgeschoten, vroegen ze toen ik na mijn terugkeer meubels ging kopen.''

Tiny Waanders laat de brieven zien die haar broer aan haar schreef, vanaf het schip dat hem naar Korea bracht en meteen na aankomst. Cor van de Snepscheut groeide op in een hecht, rooms-katholiek gezin met vier kinderen. Na het vroege overlijden van de moeder raakte het gezin ontwricht. ,,Cor was de draad kwijt'', zegt zijn zus. Tijdens de oorlog dook hij onder om te ontkomen aan de Arbeitseinsatz, meteen na de bevrijding volgde hij een mariniersopleiding in Amerika, gevolgd door twee uitzendingen naar Indië. Uit onvrede over zijn slecht betaalde baan bij Philips meldde hij zich begin 1951 aan voor een jaar dienst in Korea. Meteen na terugkeer zou hij gaan trouwen en emigreren naar Nieuw Zeeland. In zijn brieven probeerde hij de bezorgde Tiny gerust te stellen: hij had Indië overleefd, dit zou ook wel lukken.

Op 26 oktober 1950 vertrok de eerste groep van 636 vrijwilligers, een onvolledig bataljon, naar Korea. Een paar dagen eerder waren ze bemoedigend toegesproken door premier Drees. ,,Ik hoop, dat gij vertrekt in het besef een mooie taak te vervullen en dat gij er toe zult bijdragen de welvaart van Korea weer te doen opbloeien.'' Pas na zware Amerikaanse druk was het kabinet-Drees bereid geweest om troepen te leveren aan de VN-macht. Minister van Buitenlandse Zaken Stikker, beducht voor een confrontatie met China, had willen volstaan met het sturen van een ambulance. Uiteindelijk gingen er ruim 5.000 man: naast de vrijwilligers ook nog 1.360 marinemensen.

Voormalig compagniecommandant Leen Schreuders herinnert zich de aankomst met de Zuiderkruis: ,,Het eerste dat we zagen waren besneeuwde bergen. Foute boel.'' De kou was niet de enige tegenvaller. Drie dagen na aankomst van de Nederlanders voegde China zich aan de zijde van Noord-Korea en kwamen de Amerikaanse troepen in het nauw. Het Nederlandse bataljon, ondergebracht bij een Amerikaanse divisie, dekte de aftocht. Schreuders zag de doden en gewonden voorbijkomen. ,,Toch zijn die beelden niet echt blijven hangen. Het is gek, kennelijk ben ik daar vrij nuchter in. Wel herinner ik me een dode Zuid-Koreaanse soldate. Dat maakte indruk, we wisten niet dat er vrouwen meevochten.''

Kale heuvels

Drie zware confrontaties in de eerste helft van 1951 eisten veel slachtoffers onder de Nederlanders. Verlaten dorpen moesten worden verdedigd, kale heuvels moesten worden veroverd. Lange tijd schoof de frontlijn heen en weer binnen een beperkte zone. De vele verplaatsingen kwamen het moreel niet ten goede. Schreuders moest als officier het goede voorbeeld geven. ,,Hadden die jongens zich net ingegraven in de bevroren grond, moesten we weer verder. Dat was moeilijk te verkopen.'' Kankeren had weinig zin, want iedereen had zichzelf aangemeld. Twijfel over het nut van hun aanwezigheid was er niet. Althans: over politiek werd niet gesproken. ,,Je dacht alleen aan je eigen hachie'', zegt Schreuders.

Geen grotere aanslag op de stemming dan het uitblijven van post uit Nederland, vertelt voormalig korporaal Rosdorff. Soms moest je er twee weken op wachten voordat zo'n brief vanaf Schiphol via San Francisco en Tokio in Korea arriveerde. Dat er in de Nederlandse kranten slechts mondjesmaat over het Nederlandse bataljon werd bericht, wekte veel wrevel. Aandacht van de politiek bleef beperkt tot het bezoek van staatssecretaris van Oorlog Kranenburg, eind 1952. Gelukkig, zo meldde hij de Tweede Kamer na terugkeer, zijn er in de loopgraven, `waar zij min of meer een holenleven leiden', geen etensresten en geen blikjes te vinden.

Compensatie voor de geringe Nederlandse belangstelling vond het bataljon in de Amerikaanse waardering voor de militaire prestaties. Ook al was het geen guerrillaoorlog, de Indië-ervaring kwam goed van pas. Zo patrouilleerden Nederlanders lopend naast de wegen, en niet, zoals de Amerikanen, rijdend op de wegen. De vijand verschool zich immers in het struikgewas. Rosdorff: ,,De gemiddelde Amerikaan is een aardige kerel, maar oorlogvoeren kunnen ze niet. We lachten ons te barsten als die yanken iets moesten doen. Dat waren allemaal dienstplichtigen uit die dikkelijvenwereld, ze waren niets gewend.'' Schreuders mag graag vertellen hoe de Nederlanders bij aankomst in de Amerikaanse legerkrant Stars and Stripes werden getypeerd als `famous jungle fighters, yelling for blood'. Ook hij spreekt met superieure vertedering over de Amerikanen: ,,Zij wisten alleen hoe ze de trekker moesten overhalen, wij wisten precies hoe onze wapens werkten.'' Materieel dat door vluchtende Amerikanen werd achtergelaten, werd door Nederlanders in veiligheid gebracht. Beide veteranen tonen met trots de Distinguished Unit Citation, de hoogste Amerikaanse onderscheiding voor een legereenheid.

Cor van de Snepscheut nam een camera mee naar Korea. Hij hield van fotograferen, hij hoopte bij de fotografische sectie van de inlichtingendienst te worden ingedeeld. Op 21 juli 1951, enkele dagen na zijn aankomst in Korea, maakte hij deel uit van een verkenningspatrouille rond de berg Taeusan. Door een vuurgevecht en dichte mist raakte hij, samen met een soldaat, los van de rest van de patrouille. De soldaat keerde terug, Van de Snepscheut bleef vermist. Volgens het standaardwerk waarin alle gevechtshandelingen van het Nederlandse detachement zijn gereconstrueerd, zou later blijken – hoe wordt niet vermeld – dat hij krijgsgevangen was gemaakt. Tiny Waanders ontving een brief van de aalmoezenier, waarin hij haar op het hart drukte vooral niet te gaan piekeren over marteling. Immers, zo schreef hij, de Chinezen staan er om bekend dat ze krijgsgevangenen fatsoenlijk behandelen. Namens de familie heeft Tiny via het leger, het Rode Kruis en het ministerie van Oorlog geprobeerd om meer te weten te komen, maar het leverde niets op.

Gederailleerd

Het was een thuiskomst zonder franje. Maar ach, zegt Schreuders, we hadden ook geen hoerastemming verwacht. Een felicitatie van de pastoor, een maand vakantie en een smak geld. Rosdorff: ,,Het woord trauma kenden we nog niet, dus daar hadden we ook geen last van.'' Nou ja, vooruit, een paar waren toch wel een beetje `gederailleerd'.

Miskend voelt Schreuders zich niet. ,,Veel veteranen vergelijken de toestand van nu ten onrechte met die van toen. Nu staat er een peloton psychiaters klaar voor de Bosnië-gangers, maar zoiets was er toen voor niemand. Niet voor ons, maar ook niet voor de rest van de bevolking.''

,,Als de marine terugkeert van vier maanden training op de Adriatische Zee staan er foto's in de krant. Politici gaan om de haverklap naar Bosnië en Kosovo. Lazer toch op! Ik misgun die jongens al die aandacht niet, maar het is zo doorgeslagen naar de andere kant.'' Maar dat ligt volgens Rosdorff niet aan zijn opvolgers. ,,De generaties van toen en nu zijn precies gelijk, alleen de omstandigheden verschillen. Het zijn heus geen slappelingen nu, maar ze worden al bij voorbaat omringd met allerlei beschermende maatregelen.''

Dick Leurdijk, VN-deskundige bij Instituut Clingendael, onderstreept het unieke karakter van de Korea-missie. Peace enforcing, het desnoods met geweld afdwingen van vrede, is slechts een paar keer gebruikt, bij de meeste missies gaat het om peacekeeping, vredeshandhaving. ,,Een dergelijke missie, met zoveel risico, is in de huidige verhoudingen ondenkbaar. Het zou nooit door de Tweede Kamer komen. Het is heel vreemd: de politiek besluit lichtvaardig tot deelname aan vredesmissies, maar weigert te aanvaarden dat daar slachtoffers bij kunnen vallen. Daarom had Dutchbat in Srebrenica zo'n beperkt mandaat en daarom is al die verontwaardiging over hun vermeende falen zo onterecht. Dankzij Srebrenica zijn we de illusie kwijt dat vredesmissies onschuldig zijn. Dat werd hoog tijd.''

Volgens Leurdijk is het de verdienste van de Korea-oorlog dat de situatie sindsdien is gestabiliseerd. Lange tijd is de deling in het belang geweest van de beide Korea's en van Oost en West. Kennelijk hadden ze tien jaar nodig na de val van de Muur om die episode achter zich te laten. ,,De besprekingen tussen Noord en Zuid betekenen het definitieve einde van de Koude Oorlog. Ook al zal hereniging nog heel lang op zich laten wachten, het is het begin van een nieuwe fase.''

Tiny Waanders kan niet uitsluiten dat haar broer nog leeft. Ook al is de kans vrijwel nihil. ,,Zonder bericht kun je het niet weten, je blijft zweven.'' Dit voorjaar overleed haar oudste broer. Op verjaardagen vroegen ze het elkaar steeds weer: zouden we ooit nog iets horen? Bij herdenkingen en monumenten staat Cor van de Snepscheut altijd apart, niet bij de gesneuvelden. Zijn vader bezocht jarenlang een kerkdienst in Arnhem waar de Korea-slachtoffers werden herdacht. Totdat hij bericht kreeg dat de herdenking alleen was bedoeld voor gesneuvelden, niet voor vermisten.

Jaarlijks wordt de Nederlandse deelname aan de Korea-oorlog herdacht bij het aan de slachtoffers opgedragen monument op de legerbasis Schaarsbergen, waar ook een bescheiden museum is ingericht. Ook al is de Nederlandse aandacht beperkt, de Korea-veteranen maken niet de indruk daar erg onder te lijden. Dankzij de internationale samenstelling van de VN-macht is er veel contact met verenigingen elders, en hebben ze hun handen vol aan herdenkingen en reünies in het buitenland. Zuid-Korea toont zich nog steeds zeer dankbaar voor hun inzet. Voor hun `noble sacrifice', in de woorden van president Kim Dae-jung. Rosdorff: ,,Ik heb maar een zandkorreltje bijgedragen, niet eens een steen, maar dat korreltje is wel van mij.''

    • Mark Duursma