Koekjes en radijzen

In deze vakantie is het ochtendspitsuur in de tram stiller dan alle spitsuren die ik me uit mijn zomers kan herinneren. Met niet meer dan een mens of tien zaten we in de ruimte die we anders om deze tijd met wel meer dan honderd delen. Een jongeman die eruit zag dat hij in de effectenbranche zat, telefoneerde per gsm met zijn vrouw, zo hard alsof hij al op de beursvloer stond. Met een duimdruk hing hij haar op en trok het Financieele Dagblad uit zijn zak. Even was er niets anders hoorbaar dan het steunen, knarsen en piepen van het openbaar vervoer. En toen begon het, op de bank achter me. Eerst het harde gekraak van een zakje dat werd opengescheurd, daarna regelmatig een zachter kraken, veroorzaakt door een tastende hand, en dan een geknabbel en gesmek. De tram moest wachten; er stond een vuilniswagen op de rails. De stilte werd nu alleen nog onderbroken door de krak, de knabbel en de smek. Ik keek op mijn horloge. Iedere dertig seconde ging achter me een versnapering naar binnen. Onbedwingbare nieuwsgierigheid. Ik begon de bewegingen te maken van iemand die zijn bestemming nadert, liep bij de volgende halte naar een deur en ging daar weer zitten. Het was een eetster, een jaar of zestien, nog niet ontzettend dik, maar wel op weg. Ze at als een automaat uit zo'n zilverkleurige zak waarop de afbeelding en de naam van de inhoud staat. Ik kon het niet lezen. Wokkels, pitknabbels, krokabits; het is een familie van namen, zoals ook tandpasta en pijnstillers namen uit dezelfde familie hebben, respectievelijk eindigend op ol, os, ine, ox. Ossodinox is goed voor pijnlijke beenderen. Al die productsoorten hebben hun subtaal. Iedere dertig seconden ging er een knabbel in. Verder deed ze niets, ze las niet, keek niet naar buiten, bewoog alleen een arm, een hand en haar kaken. Ik had genoeg gezien, stapte uit en ging verder lopen.

Het bleef me bezighouden; ik ging in zelfonderzoek. Had ik dan zelf nooit iets bijzonder lekker gevonden? Ja. Toen ik zes, zeven was, en ik kwam 's middags uit school, kreeg ik eerst een kopje thee en een mariakaakje met een drosteflik erop. We hadden soms een grote Verkadetrommel – een solide, gesoldeerde constructie van dik blik, waarop statiegeld stond – met het `assortiment', de waanzinnig lekkere chocoladewafeltjes en donkerbruine ronde wafeltjes of koekjes, ook met chocola. Pas toen ik een jaar of tien was, heb ik de stroopwafel ontdekt. Er zijn kantoren waar het personeel een grote stopfles met drop gevuld houdt. Dat kan een verslaving worden. Op onze redactie hadden we vroeger door de uitgever betaalde redactiekoekjes. Bastognekoeken, ruw, donkerbruin, waar je in je mond eerst de lucht uit kon zuigen. `Verdrabben' noemde een collega het. De redactietrommel is door een bezuiniging getroffen. Je kunt je levensgeschiedenis in koekjes schrijven.

Je kunt er ook een kleine filosofie op bouwen. Vooral je lievelingskoekje is meer dan een `lekkernij' of een `versnapering'. Als je nog kind bent, bevestigt het krijgen en eten van zo'n koekje dat je thuis en veilig bent. Waarschijnlijk had ook u een tante bij wie u ging logeren. Daar kreeg u ook een koekje, maar dat was een vreemd bakseltje. Uw tante begreep niet waarom u dat eigenlijk niet wilde en de aangebeten rest onder het schoteltje van uw theekopje verstopte. Dat was de voorbode van het heimwee.

Als ze groot zijn, worden de mensen overstelpt met een onafzienbaar aanbod aan zoutjes, chips, duizend variaties zoetigheid. Het is een wereldbehoefte. Ik heb eens in het vliegtuig naar Warschau gezeten naast iemand die een Nederlandse machine voor het maken van een dik model zoutje naar Polen ging exporteren. Hij legde uit wat er bij de fabricage kwam kijken. ,,De Polen zijn er gek op'', zei hij. Het was in de nadagen van generaal Jaruzelski. Je kon je toen voorstellen dat ze daar behoefte hadden aan contact met het Westen, ook via het zoutje. Na het einde van de Koude Oorlog is het in het hele vroegere Oostblok alleen erger geworden, en in de rest van de wereld ook.

Van vroeger weet u ook nog wat er gebeurde als u te veel koekjes at. U werd misselijk. Over kinderen die misselijk zijn geworden van het koekjes eten, hoor je niet veel meer. Na mijn avontuur in de tram vroeg ik me af of we daar een weerstand tegen hebben opgebouwd.

Hierna kan ik het woord koekje niet meer zien. Probeer eens een goed gesmeerde bruine boterham met knappende radijsjes.

    • S. Montag