Kleren Meiden

Drie lezeressen uit de Achterhoek vormen samen een vennootschap onder firma (vof) en zijn daarmee actief in de textielwereld, met name vrouwenkleding. Lang nagedacht over een toepasselijke naam en toen ineens: VOF De Kleren Meiden. Al jaren begeleiden ze startende ondernemers. Volop werk, want het beginnen van een eigen zaakje lijkt een besmettelijk virus. De inkomsten zijn navenant. Iedereen gelukkig. Hoewel.

In kas zit 300 duizend gulden aan liquiditeiten. Die staat tegen 3,5 procent te zuchten op een spaarrekening. Dat mag tegenwoordig eigenlijk niet meer, blijkt. Je moet er iets mee doen, volgens hun belastingadviseur. Liefst beleggen in aandelen. Dat horen ze graag in de effectenwereld. Het volk moet beleggen. Zelf wilden de dames een bedrijfspand kopen, maar met drie ton kom je tegenwoordig niet verder dan een krappe fietsenstalling. Gaat daarom niet door.

De fiscalist bedacht een plan: 150 duizend gulden sparen, en evenveel beleggen. Hij laat helaas in het midden waarin ze moeten beleggen. `Dat vraag je niet.' Zelfs een beleggingsadviseur moet je tegenwoordig het mes op de keel zetten om die onmisbare details er uit te persen.

Achterhoekers gaan niet over één nacht ijs: ze kijken de kat uit de boom, vaak zwijgend. Is dat beleggen nou verstandig? Antwoord: ja, nee, misschien, kan zijn. Klinkt ook een beetje Achterhoeks.

Het probleem zit in de vof, een onderneming van meer dan één persoon, bv of nv. Alle vennoten treden ook echt als ondernemer op. Zij zijn bevoegd om namens de vof op te treden en verbintenissen aan te gaan, binnen het overeengekomen vennootschapscontract. Daarmee zijn alle vennoten hoofdelijk en persoonlijk aansprakelijk voor het geheel van alle schulden.

Voor de fiscus bestaat de vof eigenlijk niet, is transparant. Iedere vennoot wordt als een ondernemer progressief belast voor haar aandeel in de vof-winst, na 1 januari in box 1 van de nieuwe inkomstenbelasting (IB2001). Onder die belaste winst vallen de opbrengsten van het ondernemingsvermogen, waaronder die 300 duizend gulden. Die levert nu spaarrente op, en straks wanneer de helft in aandelen zit: dividenden en koerswinst of -verlies.

Wie zijn privé-vermogen belegt, heeft daar straks in box 3 geen last van. Koerswinsten zijn belastingvrij (net als nu), evenals rente, dividenden en huren van beleggingspanden, onder voorwaarden. Wél betaal je in box 3 die 1,2 procent heffing over het saldo van bezittingen en schulden, eenvoudig gesteld. Je kan fiscaal gezien beter privé beleggen dan via je vof, maatschap of firma, omdat een ondernemingsvermogen géén box 3-bezitting is.

Daarbij komt dat beleggen voor de Kleren Meiden een bedrijfsvreemde activiteit is, waarmee ze geen ervaring hebben. Het staat vast niet in hun vof-contract. Zolang de aandelenkoersen stijgen is er geen vuiltje aan de lucht. Maar stel je eens voor dat ze 150 duizend gulden in World Online hadden gestopt of in Baan, dan zou dat uitdraaien op ruzie en ontbinding van de vof. Toch? Laten we de zaak eens nuchter bekijken.

Beleggen in aandelen doe je voor de lange termijn (5, 6, 7 jaar of langer) en met een duidelijk doel voor ogen, bijvoorbeeld een bepaald bedrag voor je oude dag. Die drie ton fungeert tevens als een soort buffer voor noodgevallen. Stel dat de zaken tegenvallen, een van de dames is langdurig ziek, of er is geld nodig voor nieuwe plannen? Dan zit het benodigde geld ten dele in aandelen die misschien minder waard zijn dan bij de aankoop. Misschien willen zij (allen rond de vijftig jaar) de vof over een jaar of vijf ontbinden. Dan wil iedereen zijn geld eruit halen en liefst zonder koersverlies. Allemaal korte termijn risico's die niet stroken met fluctuerende aandelen en de lange termijn. Hoe moet het dan?

De dames beleggen ieder voor zich in aandelen met privé geld. Iedereen beslist voor zichzelf, terwijl je in een vof moet zoeken naar een compromis, wat heel storend voor de onderliggende verhoudingen kan zijn. De een wil alleen sparen, de ander gokt graag met opties en de derde wil iets met leasen van aandelen. Daar kom je nooit goed uit, en het gaat niet eens over het bedrijf zelf.

Iedere vennoot belegt circa 50 duizend gulden (een derde van de voornoemde 150 duizend) verspreid over een lange reeks van maanden. Liever geen bedrag ineens, vanwege de nog hoge koersen. Gezien hun geringe beurservaring komt een aandelenfonds als eerste in aanmerking. Bijvoorbeeld een wereldwijd fonds. Maar dat mogen ze zelf (laten) beslissen.