Kerk verspeelt krediet in Griekenland

Het krediet van de kerkelijke leiding in Griekenland raakt op. Het laatste schandaal: een bisschop verbood de kerkelijke begrafenis van een zuigeling omdat het kind niet was gedoopt.

Het conflict in Griekenland tussen kerk en staat over het weglaten van de godsdienst op de nieuwe identiteitsbewijzen is deze zomer op een laag pitje geraakt. De afgifte van de nieuwe identiteitsbewijzen – zonder geloof, nationaliteit, beroep, naam van echtgenoot, of vingerafdruk – is begonnen. ,,Civiele ongehoorzaamheid'', waartoe sommige kerkelijke functionarissen hadden opgeroepen, is nauwelijks aan de orde. Wel wil aartsbisschop Christódoulos op twee grote feestdagen, de Transfiguratie (verheerlijking) van Christus op 6 en de Maria Tenhemelopneming op 15 augustus nog grote preken aan het onderwerp wijden.

De kerkvorst beseft maar al te goed dat het tij is gekeerd. Foto's waarop men hem zag in gezelschap van Papadopoulos en andere kolonels uit de dictatuur van 1967 tot '74 – hij was in die jaren secretaris van de juntagezinde Synode – hebben hun werk gedaan. Maar ook menige uitlating van de laatste tijd heeft hem schade berokkend. Een van de leuzen waarmee hij kwam was het opmerkelijke `met volle kracht achteruit'. Zo heette reeds in de jaren dat hij bisschop was in de stad Volos zijn radio-uitzending. Hij bedoelde `terug naar de tradities', maar de regeringswoordvoerder Telemachos Chytiris kon de verleiding niet weerstaan te vragen: achteruit waarheen? Naar de kolonelsjunta? Naar de monarchie? Naar de burgeroorlog? (1944-49).

Veel diskrediet voor de kerk veroorzaakten ook de lagere bisschoppen, onder wie ruzie uitbrak tussen voor- en tegenstanders van het aartsbisschoppelijk optreden. Sommigen uitten zich nog veel feller antiregering dan Christódoulos. Onder hen is Amvrósios van Kalávryta. Diens banvloeken stellen premier Simitis voor als iemand die door het boze oog van de Duivel is geraakt. Bij hem komt ook het antisemitisme, vanouds sterk in de Grieks-orthodoxe kerk, voor het eerst op bisschoppelijk niveau. ,,We moeten niet bukken voor minderheden als de katholieken en de joodse vrijmetselaars...''

Toen bisschop Amvrósios zijn boodschap ook op het eiland Zakynthos begon te verspreiden, kwam de daar zetelende bisschop Chrysóstomos in het geweer, die zich al eerder had uitgesproken tegen de aartsbisschoppelijke acties. Hij herinnerde er aan dat zijn collega van Kalávryta `kerkelijk gendarme' was geweest op Makronísi, het concentratie-eiland tijdens en na de burgeroorlog. Amvrósios zei vervolgens dat hij zijn collega van Zakynthos een ezel zou noemen als hij geen bisschop was.

`De strijd tussen de ezel en de gendarme', werd een dankbaar onderwerp in de Griekse media. Maar intussen is er iets gebeurd dat het aanzien van de kerk nog sterker heeft geschaad. In een dorp in Macedonië, dicht bij de stad Serres, was een zuigeling van twee maanden uit de handen van zijn – geestelijk gehandicapte – moeder gevallen en meteen overleden. Toen de familie het kind wilde begraven, kregen ze daarbij geen medewerking van de dorpspriester, die er vlak naast woonde. Hij had telefonisch contact opgenomen met de bisschop van Serres, Máximos, en te horen gekregen dat weliswaar het lijkje bij uitzondering op de begraafplaats ter aarde mocht worden besteld, maar zonder enigerlei betrokkenheid van de priester, omdat het nog niet gedoopt was. Tegen de familie zou hij, zelf ook bedroefd, hebben gezegd: ,,Graaf maar een gat.''

De doop is in de orthodoxe kerk een essentiële ceremonie, waarbij de Duivel definitief uit het lichaam wordt verbannen. Het is een soort exorcisme. Voor ernstig zieke zuigelingen kan desnoods nog een symbolische doopplechtigheid worden voltrokken, zonder dat hij of zij drie maal in water wordt ondergedompeld, maar na dit ongeluk was daar geen mouw aan te passen. De familie was woedend, waarschuwde de media en de grootmoeder werd op televisie niet moede te roepen: ,,Zo maken ze Jehova's Getuigen van ons. Die lui doen het immers ook zelf.''

In de nasleep van deze droevige affaire slaagde aartsbisschop Chrystódoulos er in ook hier een slechte indruk te wekken. Hij kapittelde de oude dorpspriester, die volgens hem toch nog wel iets van een gebaar had kunnen maken, en liet diens bisschop ongemoeid, terwijl díe zulke negatieve orders had gegeven. ,,De hoge heren in de kerk steunen elkaar'', en geluiden van gelijke strekking kon men horen, ook uit de mond van Andonis Kollías, voorzitter van de vakbond van priesters. En de lagere regionen, inclusief het volk, moeten maar voor zichzelf zorgen.

    • F.G. van Hasselt