`Jihad op Ambon zal tot het einde duren'

Eind juni riep president Wahid van Indonesië de `civiele noodtoestand' uit in de Molukken. Aanleiding was het oplaaien van de burgeroorlog tussen moslims en christenen, die al anderhalf jaar duurt en 4.000 levens heeft geëist.

Bijzondere bevoegdheden voor de gouverneur, een nachtelijk uitgaansverbod, vervanging van militaire eenheden, restricties voor de pers en een formele afsluiting van de Molukse archipel hebben niet geholpen. Waren het vorig jaar vooral islamitische immigranten uit Java en Sulawesi die de veerboten in de Baai van Ambon bestormden, nu zijn de rollen omgedraaid en nemen christelijke Ambonezen de wijk.

Sinds de noodtoestand van kracht is, hebben moslimstrijders – zowel Molukkers als fanatieke geloofsgenoten uit Java – hun offensief tegen christelijke nederzettingen voortgezet, vooral op Ambon. Hele dorpen en wijken zijn van de kaart geveegd en de bewoners slaan met duizenden op de vlucht. De moslims voeren een jihad tegen hun christelijke streekgenoten. Zij zeggen niet te zullen rusten voordat de ,,ongelovigen onze voeten kussen of Al-Mulk (de Arabische naam voor de Molukken) hebben verlaten''. Die onverzoenlijke taal hebben ze overgenomen van de Laskar Jihad (strijders op Gods weg), Javaanse moslims die de Molukse geloofsgenoten hebben ingeprent zich ,,niet langer te laten koeioneren door de Nazareners en hun Westerse trawanten''.

Het jongste moslimoffensief krijgt nauwelijks weerwerk van leger en politie. De naar schatting 3.000 Laskar Jihad werden in mei ongemoeid gelaten toen ze in Surabaya scheep gingen naar de Molukken. De meeste leden van deze privé-militie beschikken intussen over Molukse identiteitsbewijzen en de Molukken zijn alleen gesloten gebied voor wie niet over zo'n pasje beschikt. Het militaire hoofdkwartier in Jakarta heeft toegegeven dat van de 19 bataljons die het afgelopen jaar in de Molukken zijn gestationeerd, bijna 20 procent is gedeserteerd, met wapens en al. Van de politiemannen op Ambon zou liefst 45 procent zich bij de uitroeping van de noodtoestand niet bij hun eenheid hebben gemeld. Legerwoordvoerder Graito Usodo spreekt van ronin – samoerais zonder meester. Deze goed bewapende `vrijwilligers' spelen een belangrijke rol in de gevechten op Ambon. Van de geregelde eenheden sympathiseert een deel van de militairen met de moslims. Een enkel bataljon van de Strategische Reserve en een aantal eenheden van de Mobiele Brigade (speciale politietroepen) trekken partij voor de christenen. Alleen de marine is neutraal.

De jongste gevechtsronde begon in mei, na drie maanden van betrekkelijke rust. In de loop van 1999 hadden christenstrijders de meeste moslimmigranten verdreven die de laatste decennia waren neergestreken op Ambon en Noord-Halmahera. Daarmee was in zekere zin de status quo hersteld uit de Nederlandse tijd, toen de christenen in die streken in de meerderheid waren en van de koloniale overheid een voorkeursbehandeling kregen. Verbeten moslims, zoals brigade-generaal b.d. Rustam Kastor, gewezen militaire commandant van de Molukken, zagen deze demografische kentering als het resultaat van een `christenkomplot'. Dit zou zijn gesmeed door aanhangers van de republiek der Zuidelijke Molukken (RMS), de Molukse protestantse kerk (GPM) en de nationalistische partij PDI-P van vice-president Megawati Soekarnoputri. Het zou van meet af aan de bedoeling zijn geweest om de christenen op Ambon aan de overwinning te helpen bij de verkiezingen van juni 1999. Rustam Kastor werkt samen met de Javaanse commandant van de Laskar Jihad, de Afghanistanveteraan Jafar Umar Thalib. Dit tweetal is verantwoordelijk voor de strategie achter het jongste offensief, dat werd ingeleid door een opruiende campagne in de islamitische dorpen van Leihitu, het noordelijke schiereiland van Ambon.

Sinds de noodtoestand op 26 juni van kracht werd, is dit offensief onverminderd voortgezet. Begin juli waren de christendorpen Rumah Tiga, Poka en Wailete, aan de noordelijke oever van de Baai van Ambon, aan de beurt. Deze desa's beheersen de landroute van Ambon-Stad naar het vliegveld bij Laha. Op zondag 2 juli trok een legertje moslims vanuit het islamitische gehucht Kampung Jawa op naar de drie christelijke buurdorpen. De meeste huizen en vier kerken werden met brandbommen verwoest. De inwoners konden alleen het vege lijf redden via de baai, zwemmend of met bootjes. Ook de naburige campus van de (openbare) Pattimura-Universiteit – volgens commandant Jafar `het verbindingscentrum tussen de RMS-rebellen op Ambon en in Nederland' – werd geheel in de as gelegd. Archieven werden verbrand en computers werden kort en klein geslagen. Vorig jaar werd de campusmoskee platgebrand, nu gingen de protestantse en katholieke godshuizen op het terrein in vlammen op.

De `zuivering' van Leihitu werd voortgezet in de noordoosthoek van Ambon. Enkele duizenden mannen uit Liang en Tulehu vielen in de nacht van 5 op 6 juli van drie kanten (ook uit zee) de christelijke desa Waai aan en maakten die met de grond gelijk. De 6.000 inwoners vluchtten de heuvels in, want de route over zee was afgesneden. Ook daar waren ze niet veilig en werden ze opgejaagd door gewapende moslims en lieden in uniform. Opnieuw was er geen militair of politieman die de belaagde burgers beschermde. De commandant van de Molukken, de Balinese generaal I Made Yasa, zei achteraf dat hij gezien de omvangrijke desertie zijn manschappen `ter consolidatie' op hun posten had teruggetrokken.

Medio juli verplaatste de jihad zich naar Ambon-Stad. Vanuit de islamitische enclave Ponegoro werd aanvallen ondernomen op de naburige christenwijken Kolam, Mangga Dua, Batu Gantung en Batu Gajah. In Kolam en Mangga Dua bleef geen huis overeind. Doel van dit offensief was de isolering van de wijk Kuda Mati, vanouds een bolwerk van christelijke jeugdbendes en sinds het begin van de burgeroorlog de vaste burcht van het christenleger.

Op 19 juli gaf gouverneur Saleh Latuconsina, hoofd van het provinciale Noodgezag – een moslim – bevel om de Laskar Jihad, die hij beschouwt als de aanstichters van het jongste geweld, van Ambon te verwijderen. Commandant Jafar hoonde dit besluit weg: ,,Wij blijven tot de RMS-rebellen – volgens Jafar alle Molukse christenen – vertrekken, om vergeving smeken of zich doodvechten.''