Hollands Dagboek: Jan Berkhout

Jan Berkhout (60) is sinds 1995 pastoor in Volendam. Hij shcreef een open brief waarin hij zijn vrees uitspreekt, dat zijn parochie een vrijhandelszone voor handel en gebruik in drugs wordt. `We gedogen tot we er bij neervallen.'

Woensdag 26 juli

Het College van B. en W. reageert op mijn open brief in het plaatselijk blad Nieuw Volendam. Daarin schreef ik dat Volendam een groot drugsprobleem heeft, veroorzaakt door mensen van binnen of buiten het dorp, dat weet ik niet. Ik heb het vermoeden dat de gemeente zich onmachtig voelt er wat aan te doen. Mijn brief was bedoeld als oproep aan de gemeente om actie te ondernemen.

Iemand schreef daarop in een brief aan mij: `Het college zorgt wel dat drugscriminaliteit niet getolereerd wordt.' Ronald Massaut, hoofdredacteur van het Noord Hollands Dagblad laat in zijn krant zien dat de praktijk anders is: `Tijdens een bezoek van de pers aan diverse horecagelegenheden het afgelopen weekeinde, wordt het gebruik van `pillen' breed toegegeven. In plaats van de pastoor te kapittelen over het aan de kaak stellen van het drugsgebruik in de gemeente moet de burgemeester zijn hoofd uit het zand halen.'

De parochie ontvangt tweehonderdduizend gulden voor de restauratie van de pastorie van de bekende familie Schilder. Onlangs eveneens vijftigduizend van nog een plaatselijke onderneming. Ook dat is Volendam.

Een huisbezoek in het kader van rouwverwerking. Inmiddels bericht van een overlijden. De familie bezocht. Vanaf Allerzielen de 96ste dode. Soms doe ik vijf uitvaarten in één week. Het voorrecht van het priesterambt is te delen in diepe levensmomenten; in rouw en verdriet zijn mensen altijd puur en echt.

Een jonge vrouw wil katholiek worden. Elke week geef ik haar samen met haar man, een uur onderricht. Haar openheid doet weldadig aan.

De avond begint met een eucharistieviering, tweehonderd mensen. De parochie organiseerde een `voettocht in estafette' naar Lourdes, eerder al naar Rome. Steeds een groot verslag in het weekblad. Iedereen leeft mee. Volendammers blijven kerkbetrokken.

Donderdag

Mijn artikel in het Volendammer weekblad heeft veel reacties opgeroepen, ook landelijk. Het verraste mij. De officier van justitie in Haarlem, mevrouw Peters, zegt: `alles te doen om de handel in drugs te bestrijden. Dat de overheid te laks zou optreden is onterecht'.

Ik nodig haar uit om Volendam, incognito, te bezoeken. Ze zal ontdekken, wat journalisten vóór haar deden; hard- en softdrugs zijn overal ruimschoots te krijgen. Tijdelijk een huisje huren in de oude kom werkt nog beter. Ze zal elk weekend in haar tuintje de sporen vinden van het gedoogbeleid. Ben benieuwd wat ze dan roept.

Een huisbezoek afgelegd vanwege drugsproblemen in het gezin. Wat een zorgen, wat een problemen, wat een lijden.

Om 12 uur de wekelijkse ontmoeting met de andere priesters. Volendam telt nogal wat rustende priesters. In de vorige eeuw heeft dit dorp meer dan honderd priesters en religieuzen voortgebracht.

De KRO-televisie vraagt of ik in Kruispunt mijn verhaal wil doen. Neen, liever niet. Zo is het genoeg. Als slecht nieuws te veel wordt, neemt het dorp afstand.

Een bruidspaar op bezoek om hun huwelijk voor te bereiden. Dit jaar heb ik 53 bruidsparen. De huwelijken worden gesloten op zaterdag en zondag. De zondag is vanwege vroeger, toen de vissersvloot alleen op zondag in de haven lag.

Vrijdag

De wekelijkse preekbespreking met de collega's is een spiritueel gebeuren met steeds de vraag: hoe sluiten we aan op de beleving van mensen? Vele parochianen gesproken over de bekende brief, gisteren nog de woordvoerder van de gemeente. Ik ontmoette hem bij het Kruidvat waar ik een Bach-cd kocht.

Het drugsprobleem is niet alleen een Volendams probleem. Heel onze samenleving is permissief geworden. Alles `moet kunnen'. We missen echte geestelijke en politieke leiders. Wie opkomt voor geestelijke waarden is niet meer van deze tijd. Maar wat is het alternatief?

`Economische groei' is het nieuwe evangelie en we gedogen tot we er bij neervallen. Wat ik fundamenteel mis bij de politieke leiders is `echte zorg voor mensen'. Met `echte zorg' bedoel ik niet alleen zorg in financieel opzicht. Meer nog de vraag: hoe kan de mens mens worden naar Gods beeld en gelijkenis.

's Avonds een mooi gesprek gevoerd met mensen die weer opgenomen willen worden in de moederkerk.

Zaterdag

Vandaag een uitvaartdienst. De priester zegent in het sterfhuis de baar, waarna de rouwstoet, met priester en assistenten in liturgische kleding voorop, naar de kerk trekt. Onderwijl luidt de zware klok rouw over het dorp. Het verkeer komt tot stilstand.

Op het eind van de rouwdienst zingt het koor `In Paradisum'. Ook al daalt het lichaam af in de aarde; de ziel stijgt omhoog, naar het paradijs, waar de hemelse hofhouding de dode opwacht om hem te brengen voor het aanschijn van God. Dit is de kracht van de liturgie en de troost die de kerk biedt.

Zes jaar geleden heeft de parochie vier miljoen gulden bijeengebracht voor de restauratie van de oude kerk. Afbraak van de kerk stuitte op verzet; de ziel van het dorp zou worden weggesneden. Vroegere generaties bleven door het geloof, ondanks de grote armoede, rouw en verdriet op de been. Als Volendam dit geloof verliest, wordt ons dorp een openluchtmuseum.

Op de markt groente gekocht, 's zaterdags kook ik zelf. De groenteman zei: ,,Pastoor, goed gedaan. Bij ons in West-Friesland is het in de krant dagelijks nieuws. Vooral Enkhuizen is een drugscentrum. Iemand moet het een keer zeggen.''

Mijn preek gemaakt.

Zondag

Twee keer de eucharistie gevierd. Niet zo druk als anders vanwege vakantiegeld. Daarna twee kinderen gedoopt.

Het drugsprobleem is het probleem van heel onze maatschappij. De laatste week ben ik mij dat meer bewust geworden. Ik begrijp ook de moeilijkheden van de gemeente bij de bestrijding. De gehele gedoogcultuur moet op de helling. Het gaat om de vraag en het antwoord: waartoe ben ik op aarde?

Ik voel dat ik van Volendam houd en daarom schrijf ik hierover.

Maandag

Ik fietste naar het opgegeven adres; kwam mij niet onbekend voor. Aangekomen wist ik dat ik vanuit dit huis een dode had begraven. De dode kreeg toen een zakje weed en flesje bier mee. Een vriendin, niet zo jong meer, wil gedoopt worden.

Ze gebruikt drugs, maar wil afkicken, want ze heeft een nieuwe vriend. Hij zat, verliefd kijkend, naast haar. Ze vertelde over haar verschillende relaties, kinderen en kleinkinderen. Steeds ging het mis vanwege de drugs. Maar nú zou het goed komen. Met tranen in de ogen: ,,Ik wil plechtig trouwen in de kerk, in het wit.'' Natuurlijk in het wit; wit is de kleur van de onschuld.

Rommelend in mijn bureau vind ik een kerstkaart van de begrafenisvereniging. Ik heb die bewaard vanwege de bijzondere tekst: Wij wensen u een `Zalig uiteinde'. Ik heb teruggeschreven: `Nog even geduld'.

Dinsdag

Terugfietsend naar de pastorie herinnerde ik mij het volgende. Op sinterklaasavond ging de telefoon: ,,Ik wil u graag spreken.'' Vijf dagen later, het weer werd al winters, reed ik naar het opgegeven adres.

Een vrouw van middelbare leeftijd deed open. Het huis was al in de kerstsfeer gebracht. Sneeuwkerstklokken sierden de ramen. De koffie werd ingeschonken, ze ging zitten, stak een sigaret op, inhaleerde diep, ellebogen op tafel en ze stak van wal. ,,Ik was zeventien en moest trouwen. Mijn huwelijk mislukte. Mijn tweede man stierf aan kanker en met mijn kinderen heb ik ruzie. Nu wordt het Kerstmis en ik wil opnieuw beginnen. Mijn kinderen komen en we willen bij u naar de nachtmis.''

Ik beloofde na Kerstmis terug te komen om te horen hoe het was gegaan. Zo gebeurde.

De euforie van Kerstmis was voorbij. ,,Het was een flop'', begon ze. ,,Die kerk van u is niks, helemaal geen beelden. Onze Dominicus (Amsterdam) is tenminste nog een kerk. We moesten ook nog staan en toen zijn we weggelopen. Mijn kinderen kregen ruzie en waren al vertrokken vóór het kerstdiner. Mijn zoon die aan de drugs zit, kwam niet eens opdagen. Neen, van mij hoeft het niet meer.'' Ook hier: weer dat verlangen naar de verloren onschuld... Ook al mislukte haar Kerstmis, eens komt haar dag; God laat haar niet vallen.

Woensdag 2 augustus

Een dag als gebruikelijk, enige bezoeken, de wekelijkse borrel met de collega's, een bruidspaar, bericht van een overlijden en 'savonds een gesprek met een jongeman; ooit verslaafd en nu afgekickt. Elke maand een gesprek op de pastorie ter ondersteuning.

Het gemeentebestuur heeft gevraagd waarom ik niet eerst geïnformeerd heb naar het gemeentelijke beleid. Het horecaconvenant zou ik ter inzage hebben gekregen. Papier is geduldig; de gemeente weet ook dat de praktijk anders is, en daar gaat het mij om.

Ik handelde oprecht in het belang van onze jeugd en jongeren. Ook buiten Volendam is het drugsgebruik in de actualiteit gekomen.

Ik eindig met de woorden van Frans Lisser in de NRC van vrijdag jongstleden. `Neen, ik pleit niet voor een ramp of een oorlog, maar gewoon de ogen open doen – met zijn allen tegelijk – en naar buiten kijken en vragen: Waar ben ik beland? Wie ben ik? Wat doe ik hier? Wat betekent dit toch allemaal? Helaas zal ieder dat afzonderlijk moeten doen. Tijdens een donkere nacht...'

Vijf uitvaarten in één week. In rouw en verdriet zijn mensen altijd puur en echt

    • Jan Berkhout