Gen-voedsel is vooralsnog uit den boze

Voor het testen van medicijnen wordt doorgaans tien jaar uitgetrokken ,terwijl betrouwbare onderzoeken naar de effecten van genetisch gemodificeerd voedsel vooralsnog ontbreken. Daarom is het volstrekt onverantwoord genetische modificatie in de praktijk toe te passen, meent Diederick Slijkerman.

De pretentie van natuurwetenschappen objectief en origineel te zijn, is een eeuwenlang voorgespiegeld waanbeeld. In essentie komt het natuurwetenschappelijk onderzoek neer op het meten van de afzonderlijke toestanden van natuurverschijnselen. Deze verschijnselen liggen in de natuur besloten, maar zijn theoretisch nog niet volledig in kaart gebracht. Originaliteit betekent in deze disciplines het ontcijferen van de juiste methode om aspecten van natuurverschijnselen te meten. In die zin is het ontraadselen van de structuur van genetische informatie geen opzienbarende prestatie.

Dat de desbetreffende onderzoekers anders willen doen geloven, is een kwestie van de met een ontdekking gepaard gaande status en kunstmatig monopolie op kennis, dat via een octrooi kan worden uitgebaat. Die zijn ook de oorzaak van het subjectieve karakter van deze wetenschappen. Zonder meer ligt de nadruk op ontdekkingen. Alleen al omwille van de nieuwheid is stopzetting van een als vooruitgang gepresenteerde ontwikkeling ondenkbaar. Maar dit vooruitgangsdenken is achterhaald. Er wordt slechts naar de voordelen op korte termijn gekeken en normatieve grenzen worden uit het oog verloren.

Bij de lobby voor genetisch gemodificeerd voedsel zijn de eigen belangen prominent aanwezig. Door genetische modificatie zal goedkoper kunnen worden geproduceerd. Zo kan het percentage uitval bij de oogst van een gewas tot een minimum worden beperkt, waardoor de opbrengst wordt vergroot. Bovendien wordt elke oneffenheid aan het product in de genetische code weggecijferd, zodat de consument denkt dat het een `gezond' product betreft. Hetzelfde idee ligt ten grondslag aan de kipfabrieken met legbatterijen en de overige bio-industrie. Aan het totaal gedepriveerde leven van deze dieren en de troep die hun wordt gevoerd, wordt geen aandacht geschonken. Het primaat ligt bij een goedkoop en fraai ogend product. Zowel producenten als consumenten opereren bij genetisch gemodificeerd voedsel normloos en denken slechts op korte termijn.

Voorstanders van genetische manipulatie ontberen het besef van de wetten die de natuur en haar bouwstenen regeren. In genetisch gemodificeerd voedsel zijn de bouwstenen van de natuur op kunstmatige wijze veranderd. Aangezien natuurverschijnselen niet solitair voorkomen, maar van elkaar afhankelijk zijn, betekent dit dat ook andere natuurprocessen zullen worden beïnvloed. De natuur heeft in de gegeven basiselementen een bepaald evenwicht. Bij ingrijpen van buitenaf zal deze ecologische harmonie onherroepelijk worden verstoord. Wanneer men aan de fysiologische basiselementen komt, zal dit op termijn tot andere uitkomsten leiden op macro-niveau. Zo zullen door genetisch gemodificeerd voedsel niet alleen de bouwstenen van fysiologische processen worden verminkt, maar ook het overkoepelde ecologisch systeem onomkeerbaar worden ontwricht.

Het eten van genetisch gemodificeerd voedsel zal sporen nalaten in het menselijk lichaam en dit beïnvloeden. Uit neurologisch onderzoek is gebleken dat in de hersenen chemische processen plaatsvinden. Deze processen worden beïnvloed door stoffen die bijvoorbeeld in voedsel zitten. Chemische processen in de hersenen kunnen onder andere inwerken op de gemoedsgesteldheid. Het is de vraag hoe de hersenen en andere lichaamsfuncties op genetisch gemodificeerd voedsel zullen reageren en of een door dit voedsel beïnvloed mens nog wel dezelfde persoonlijkheid zal hebben. Het effect van genetische modificatie op dier of gewas, op de mens die dit eet en op de omgeving zijn nog niet uitputtend onderzocht. Het is vreemd dat dat voor het testen van medicijnen tenminste tien jaar wordt uitgetrokken, terwijl betrouwbare onderzoeken naar de effecten van genetische modificatie vooralsnog ontbreken.

Genetische modificatie van agrarische producten, zoals sojabonen en maïs, heeft tot doel om die beter bestand te maken tegen bepaalde ziekteverwekkers. Uit onderzoek naar het gedrag van micro-organismen en insecten blijkt, dat deze zich vrij gemakkelijk kunnen aanpassen aan veranderende omstandigheden. De evolutie gaat bij deze soorten erg snel. Zo is het mogelijk dat zij op termijn een manier vinden om genetische modificatie te omzeilen. Dit betekent waarschijnlijk dat genetische modificatie slechts voor een bepaalde tijd zal helpen de opbrengst en uiterlijke vorm van agrarische producten te verbeteren. Het gevolg zal zijn dat het steeds moeilijker wordt micro-organismen en insecten te bestrijden. Het loopt uit op een vicieuze cirkel, zoals ook de ontwikkelingsgeschiedenis van pesticiden laat zien. Bovendien wordt miskend dat micro-organismen en insecten helpen het evenwicht van het ecologisch milieu als geheel in stand te houden.

Nog steeds heerst de idee dat de kwantiteit van productie het belangrijkst is. Het individueel materieel gewin staat voorop. Meer natuurlijke en kleinschalige productie waardoor ruimte ontstaat voor dier en gewas om zich als zodanig te ontwikkelen, zal leiden tot meer kwaliteit. Aangezien de herkomst en natuurlijke omstandigheden bij dier of gewas in dat geval verschillen, is er een rijke verscheidenheid aan exemplaren, terwijl bij genetische modificatie het principe van natuurlijke selectie terzijde wordt geschoven. Het gevaar bestaat dan dat een enkel ras tot uitgangspunt wordt genomen, zodat slechts een exemplaar met uniforme kwaliteit ontstaat. Wanneer een dier of gewas met voedsel uit het eigen leefmilieu op gevarieerde wijze wordt gevoed, zal het vlees of de vrucht relatief vitaminerijke bestanddelen bevatten. Hierdoor wordt een stabiele basis verkregen voor een gezonder leven.

Zoals reeds is gebleken, verwaaien genetisch gemodificeerde zaden naar andere gronden en beïnvloeden op die manier ook de nog op natuurlijke wijze geteelde gewassen. Ook hier treedt een kettingreactie op en worden omringende landerijen met de genetisch gemanipuleerde zaden besmet. Aangezien deze zaden allerlei eigenschappen tegen ziektenverwekkers bezitten, hebben zij de meeste overlevingskansen en zullen zij andere gewassen overwoekeren. De genetisch gemodificeerde zaden bevatten immers hetzelfde materiaal als `gewone' zaden en hebben daarbij extra eigenschappen die hen meer weerstand geven tegen bedreigingen uit de natuur, zoals micro-organismen en insecten.

Ook in de consumentensfeer zullen de goedkoper geteelde genetisch gemodificeerde gewassen ongemerkt in allerlei producten worden verwerkt. Dit heeft niet alleen tot gevolg dat iemand die niet is gediend van dergelijk voedsel, de verpakking van elk product op de inhoud ervan moet controleren, maar bovendien het risico loopt in een bedrijfskantine of restaurant deze troep binnen te krijgen. Deze producten tasten de keuzevrijheid aan. De voorstanders van genetisch gemodificeerde producten zullen de rampzalige gevolgen ervan tijdens hun leven waarschijnlijk niet meer meemaken, het nageslacht zal hun niet dankbaar zijn.

Diederick Slijkerman is historicus en jurist

    • Diederick Slijkerman