Europa aan zee

Zand, zee, lucht en een enkel mens. Ook dit zijn de stranden van Europa. Zijn het de kleuren, is het de ruimte of komt het door het licht? Foto's die aanzetten tot herinneringen en weemoedige verhalen.

Hoe langer je leeft, hoe meer déjá vu's. Zo vergaat het mij tenminste. Dat is ook logisch: wie meer gezien heeft, loopt meer kans iets terug te zien. Maar terwijl ik dit opschrijf begin ik al te twijfelen. Het woord zien is buitengewoon misleidend. Een déjá vu is immers een sensatie, geen schouwtoneel. De ogen zullen er beslist een stimulerende rol bij spelen maar de andere zintuigen doen ook mee. Het betreft hier in de eerste plaats een streek die ons geleverd wordt door de herinnering, een creatieve streek wel te verstaan. Een verrekijker van de werkelijkheid, een gigantische oppepper van de innerlijke blik!

Wat gebeurt er dan bij een déjá vu? Je meent iets te herkennen wat je in de aangeboden vorm nooit tegenkwam. Een herkenning tegen beter weten in, zou je kunnen zeggen. Dat klinkt bizar, en dat is het ook. Want wat 'herken' je dan in zo'n geval? Volgens mij een bepaalde samenhang. Niet zomaar een samenhang natuurlijk, maar eentje die je om de een of andere reden ooit de rillingen heeft bezorgd. Het rare is dus dat zo'n samenhang compleet intact kan blijven, hoewel de samenstellende delen stuk voor stuk compleet veranderd zijn. Diffuse materie. Ik zal een concreet voorbeeld moeten geven.

Vorig jaar trof ik in een reclamekrantje voor auto's een magnifieke kustfoto aan. Mijn hart sprong dadelijk open: Oostende! Ik zag de zee die kalm aan het strand likte, het vorstelijke Thermen-hotel, de hoge appartementsgebouwen langs de boulevard, de blauwe lucht met witte en grijze wolken, en dat unieke licht dat je nergens anders vindt. Ik knipte de foto uit om hem te bewaren. De volgende dag bekeek ik hem opnieuw. Vreemd, een geweldig rotsblok had zich op de voorgrond gedrongen. Dat hoorde daar niet thuis. Toch had het me niet gestoord. En het stoorde me nog steeds niet. Waarom ook. Met of zonder rotsblok, Oostende bleef Oostende. Wel ging ik de foto een tikje beter bekijken. Toen vielen me meer vreemdsoortigheden op. De architectuur van de Thermen klopte van geen kant. De hooggelegen promenade bleek zich ineens op gelijk niveau met het strand te bevinden. En ook de appartementsgebouwen straalden iets eigenaardigs uit. Desondanks hield ik koppig aan Oostende vast. Tot me opviel dat ook aan de voet van de vuurtoren een kanjer van een rotsblok was neergelegd. De Lange Nelle met een rotsblok aan haar voet, dat ging te ver. Nee, dit kon onmogelijk Oostende wezen. De foto moest ergens anders genomen zijn. Ik viste het blaadje waaruit ik hem geknipt had weer op uit de vuilnisbak. Inderdaad. Het was Oostende niet. 't Was Biarritz! Hoe kon dat? We zullen het de rotsen moeten vragen.

Door het ophalen van dit voorval is me direct mijn allervroegste déjá vu-ervaring weer te binnen geschoten. Ik was zestien en bevond me voor het eerst van mijn leven in Noorwegen. Met mijn Noorse familie maakte ik een uitstapje naar Sandefjord, een kustplaats niet ver van Oslo. Mijn oom, die architect is, had daar een ziekenhuis gebouwd. Dat bekeken we eerst.

Het levendigst staat me daarvan de blinkende kraamkamer bij met zijn zwaar gecapitonneerde deuren. Waar dienden die voor? Mijn oom legde uit dat ze het gekrijs van de barende vrouwen moesten tegenhouden. Deed bevallen dan zo'n pijn? 'Reken maar!', zei tante Ingeborg. Daarna gingen we naar het strand. De zon scheen en het was doodstil, we waren de enigen. Het lag er vol granietrotsen die lauwwarm aanvoelden, net buiken. Daar bovenop stalden we onze picknick uit. Er gebeurde niks bijzonders. Er gebeurde eigenlijk niets. Maar op dat moment - wij daar rustig babbelend en etend bovenop een rotsbuik vlak aan zee, ver verwijderd van het ziekenhuis - raakte ik er plots van overtuigd precies dezelfde setting al eerder te hebben mee gemaakt. Hoe kon dat? Ik zou er een heel boek over kunnen schrijven.

Twee déjá vu-ervaringen, de een via het platte vlak en de ander via de tastbare werkelijkheid. Beide keren had ik het gevoel opgetild te worden uit de tijd. Een betoverend gevoel, ik zou het wel elke dag willen meemaken. En zou het toeval zijn dat ze alletwee van doen hadden met de kust? Vast niet.

Tot en met mijn twintigste heb ik al mijn zomervakanties met mijn ouders in Wijk aan Zee doorgebracht. Gemiddeld bleven we er drie weken, soms wat langer. Zeg dat ik ruim een jaar in een zeehotel heb gewoond en actief aan het strandleven heb deelgenomen. Niet gering. Vaak was het hard zwoegen: zandkastelen bouwen, zeemeerminnen boetseren met nat zand, schelpen zoeken, mozaïeken maken van schelpen, taartjes bakken, vliegeren, bootjes in elkaar knutselen van aangespoelde planken, blote billen bespieden en aangespoelde krabben of kwallen terugdragen naar de zee (nog altijd kan ik niet vatten dat je, zodra je schaamhaar begint te groeien, in dit soort bezigheden geen lol meer schept).

Mijn ouders zaten steevast in hoge rieten badstoelen. Ze lazen of keken toe. Af en toe werd er gezwommen of een wandelingetje gemaakt. Na het diner maakten we een ommegang door het dorp. De hele vakantie hetzelfde patroon, dag in dag uit, en geen moment verveling! Zoiets laat allicht zijn sporen na.

Ofschoon mijn ouders nu al ruim twintig jaar dood zijn en Wijk aan Zee nagenoeg door de Koninklijke Hoogovens is opgeslokt, begin ik me er meer en meer van bewust te worden dat er een intens verlangen in me sluimert om het genot van dat dierbare, vertrouwde en veilige strandleven opnieuw te smaken. Alles wat met zee en strand verband houdt wordt daardoor hevig opgeladen en een potentiële leverancier van déjá vu's.

Ik vraag me zelfs af of ik ooit déjá vu's heb gehad die níet op de een of andere manier met de kust samenhingen. Dat is toch opmerkelijk. Tegelijkertijd zit er iets tegenstrijdigs in, omdat ik altijd een voorstandster ben geweest van de onbevangen blik. Maar die tegenstrijdigheid is schijn. In weerwil van de term kleeft het déjá vu niets tweedehands of oudbakkens aan. Verre van dat. Het koppelt heden en verleden zo krankzinnig aan elkaar dat alles, jijzelf incluis, van gedaante verwisselt. Verder bewijst het dat heftige emoties als liefde en haat niet blind maken maar juist super helderziend. Kán het verfrissender?

En dan ben ik nu vanzelf bij de kustfoto's van Janine Schrijver aangespoeld. Janine, dank je wel voor deze hart veroverende en begoochelende foto's! Ik tutoyeer je maar, want ik ben er honderd procent zeker van dat ik je al eens eerder heb ontmoet. Alleen heb ik toen niet gemerkt dat jij foto's maakte. Ik heb mezelf echter wel degelijk herkend hoor, zoals je kunt begrijpen. Ook diverse plaatsen waar ik ooit was of zal zijn geweest.

Het meest stond ik wel versteld van die foto uit 2020 waarop ik me voorzichtig zie pootjebaden aan het strand. Verdomd, die witte jurk vol vlindertjes en bloemen, die witte tas, en vooral die witte schoenen en dat knoedeltje panty's in mijn hand. Ja, dat heb je werkelijk raak getroffen. Maar je goochelt wel met plaats en tijd, hè? Je dacht zeker: Mijn naam is Schrijver, dus kom, we gooien er maar een portie fictie tegenaan. En gelijk heb je. Ik trap er alleen niet in; 't is geen Polen, 't is het strand van Oostende wat je op deze foto ziet. Iets soortgelijks heb je met die foto uit 1948 uitgehaald waarop ik als klein meisje met mijn moeder in de duinen zit. [lees verder op pagina 42]

Je weet dondersgoed dat dit zich niet nu in Denemarken heeft afgespeeld maar toen in Wijk aan Zee. Die dag lag het strand vol zwarte smurrie. Bij gebrek aan rotsen hebben we het picknickkleed toen maar op de duinen uitgespreid. Een beetje eenzaam maar gelukkig hadden we in onze mand ook nog een vuurtoren en een huisje mee gebracht. Die hebben we voor ons in het zand gepland. Zo voelden we ons omringd. Daagt het weer?

Maar eerlijk is eerlijk, je foto's zijn nog oneindig veel meer dan enkel een katalysator van andermans déjá vu's. Het zijn ook meesterlijke zoekplaatjes. Ze zeggen gewoon: zoek en je zult vinden. En als je dat dan doet, dan vind je ook. De ene schat na de andere, ongelooflijk. Zou dat door de kleuren, het fraaie licht, of door de uit gekiende composities komen?

Best mogelijk, maar het komt vooral, denk ik, doordat deze foto's de kijker helemaal vrij laten. Ze willen niet onthullen, proberen niet aan de kaak te stellen, en klagen nauwelijks aan. Niet dat alle foto's die onthullen, aan de kaak stellen of aanklagen per se waardeloos zijn, maar ze geven iemand geen ruimte, hè? Zodra je je verplicht voelt om een standpunt in te nemen, gaat subiet de verbeelding op de loop. Dan krijgt het onverwachte geen kans meer om nog op te duiken. En als je nu eenmaal naar het onverwachte snakt...

Jij hebt de wijsheid, of liever de artistieke gulheid, gehad om zelfs ruimte toe te voegen. Met als resultaat een unieke uitbreiding van Europa. Zo was ik bijvoorbeeld stomverbaasd van Nevers aan Zee met die twee oude dames, en die dramatische geknotte bomen die zo'n belangrijke rol in de film Hiroshima mon amour (1959) van Alain Resnais hebben gespeeld. Je moet weten dat ik meestal de hele zomer in de buurt van Nevers vertoef en de zee zo mis. Nu heb jij die daar zowaar naartoe gedragen. Ik kan mijn geluk niet op.

Wat een fantastische verhalen dragen je foto's ook aan, en bijna zonder middelen. Dat ijzersterke verhaal van die twee jonge homo's op een rots aan zee, die alleen maar I love you tegen elkaar durven te zeggen via hun gsm, terwijl de pijpen van hun korte broeken wagenwijd openstaan.

Ook het meisje in de kusttram op weg naar zee spreekt boekdelen. Die wanhopige twijfel op haar gezicht van komen we echt wel aan. En wat staan die vijf Belgen daar precies te inspecteren? De inhoud van een visnet of de resultaten van een spelletje pétanque? In beide situaties kijkt de mannelijke blik precies hetzelfde. Terecht laat je ook de honden hun zegje doen want geen grotere zeezotten dan juist zij.

Maar nu zou ik toch bijna de allerontroerendste foto nog vergeten. Hoe kras dat dat nu net de enige aanklacht is! Ik doel op de rots van Gibraltar met die drie houten ziekenhuisjes. Al jaren lang loop ik te beweren dat het ideale ziekenhuis het midden vormt tussen een strandkabine en een hondenhok. En zie, in Spanje is mijn droom gerealiseerd! Een doeltreffender protest tegen het kille high tech-ziekenhuis met zijn gecapitonneerde deuren kan ik me niet denken. Als de tijd daar is, zal ik mijn weerzin tegen stierenvechters trachten te overwinnen, en spoorslags afreizen naar de Spaanse kust. De palmen neem ik wel op de koop toe. Kom jij daar over honderd jaar ook je laatste adem uitblazen?

See you!

Charlotte Mutsaers is schrijfster en beeldend kunstenaar. Haar laatste boek 'Zeepijn' verscheen vorig jaar bij uitgeverij Meulenhoff.

Janine Schrijver is freelance reportage fotograaf sinds 1992. Zij werkt regelmatig voor NRC Handelsblad als fotograaf en foto redacteur.

[streamliners]

...dat ijzersterke verhaal van die twee homo's op een rots aan zee die alleen maar 'I love you' tegen elkaar durven zeggen via hun gsm, terwijl de pijpen van hun korte broeken wagenwijd openstaan...

...ik vraag me zelfs af of ik ooit déjá vu's heb gehad die níet op de een of andere manier met de kust samenhingen...á

...verdomd, die witte jurk vol vlindertjes en bloemen, die witte tas, en vooral die witte schoenen en dat knoedeltje panty's in mijn hand. Ja, dat heb je werkelijk raak getroffen...

...vaak was het hard zwoegen: zandkastelen bouwen, zeemeerminnen boetseren met nat zand, schelpen zoeken, blote billen bespieden en aangespoelde krabben of kwallen terugdragen naar de zee...

...niet dat foto's die onthullen, aan de kaak stellen of aanklagen per se waardeloos zijn, maar ze geven iemand geen ruimte, hè?...