Een rustplaats vol etnische combinaties

Begraafplaatsen – ze zeggen veel over de manier waarop een volk met zijn doden omgaat. Onze correspondenten bezoeken deze zomer een begraafplaats in hun land. Vandaag: Montréal, Canada.

De oude kern van het enorme Cimetière Notre-Dame-des-Neiges biedt een historische blik op katholiek Montréal aan het einde van de negentiende eeuw. De sectie, gelegen op een glooiende helling van de berg waaraan de Canadese stad zijn naam dankt, bevat een tweetalige mengeling van statige grafmonumenten. Het is een woud aan kruisen, obelisken, katholieke beelden – alle verweerd, maar niet verwaarloosd. De grafschriften eren de notabelen van weleer, de helft in het Engels, de andere helft in het Frans: Lachapelle, Murphy, Marchand, O'Keefe, Bilodeau, McLaughlin.

Twee willekeurige doden, John Murray en Seraphin St.Onge, liggen hier al ruim een eeuw naast elkaar, temidden van het doodstille groen. Beiden hebben een prachtplaats op het kerkhof, een plek met een mooi vergezicht. Murray, zo meldt het gesleten opschrift, was a native of County Antrim, Ireland. Hij stierf in 1893, op 57-jarige leeftijd, en is begraven samen met zijn echtgenote, Ellen Currey. St.Onge was een bourgeois die in 1895 overleed, à l'âge de 61 ans. Zijn vrouw, Adeline Delisle, overleefde hem vijftien jaar. Zij rust hier sinds 1910.

Tot in de tijd van Murray en St.Onge bestond de bevolking van Montréal, evenals die van Canada als geheel, voor het grootste deel uit afstammelingen van immigranten uit Frankrijk en de Britse eilanden. De voornaamste tweedeling in hun dagen was die tussen katholiek en protestant. De protestanten hadden hun eigen, aangrenzende kerkhof, eveneens op de berghelling: het soberder Cimetière Mont-Royal. De twee begraafplaatsen zijn nog altijd door een hek van elkaar gescheiden – zelfs op plekken waar aan weerszijden van de omheining veteranen liggen die zij aan zij vochten in de Eerste Wereldoorlog.

In andere opzichten is het Cimetière Notre-Dame-des-Neiges echter met zijn tijd meegegaan. Canada werd in de twintigste eeuw overspoeld door immigranten met andere talen en godsdiensten. Het land werd officieel een multiculturele samenleving, waar elke bevolkingsgroep naar believen kan vasthouden aan zijn eigen culturele gebruiken. En dat is te merken aan de ontwikkeling van de oude begraafplaats, die uitgroeide tot 's lands grootste. Zo valt in de nieuwere gedeelten een ruimere diversiteit in talen te lezen op de grafstenen, met onder meer Italiaanse, Oost-Europese en Chinese namen. Bovendien ontstonden speciale secties voor verschillende nationaliteiten.

,,Van huis uit is het een katholiek kerkhof, maar we spreken nu liever van een confessioneel kerkhof, want we staan open voor de meeste religies,'' zegt Johanne Duschesne, directeur klantenservice van Notre-Dame-des-Neiges. Zij benadrukt dat iedereen een perceeltje voor een graf kan aanschaffen in welk deel van de begraafplaats ook, ongeacht zijn etnische achtergrond. Sommigen geven er de voorkeur aan om in een gemengde sectie te liggen, terwijl anderen kiezen voor het gebied van hun eigen nationaliteit. ,,Chinezen blijven graag bij elkaar'', noemt Duschesne als voorbeeld. Over het algemeen hangt de keuze af van de mate van integratie tijdens het leven, zegt ze. ,,Als ze erg in hun eigen gemeenschap leven, dan laten ze zich meestal ook zo begraven.''

Het resultaat levert boeiende culturele combinaties op voor de eenzame wandelaar door het kerkhof. Zo is vlak achter de verweerde grafkelder van Thomas D'Arcy McGee, een van de grondleggers van de Canadese confederatie in 1867, een boeddhistische begrafenis aan de gang in de Vietnamese sectie. Twee kale monniken in oranjegele gewaden zingen een klaagzang en rinkelen een belletje bij de doodskist.

De nabestaanden van de overledene, een oudere Vietnamese, dragen witte hoofdbanden en witte en juten, mouwloze hemden over hun kleren. Ze knielen, hun handen in gebedshouding. Bij het graf staan twee bordjes, een met brood en een met fruit, die zichtbaar worden als de kist na enige tijd mechanisch het graf inzakt. Terwijl de monniken wegrijden in een Toyota, komt een stel Frans-Canadese bouwvakkers met een kleine graafmachine het graf dempen. De familieleden blijven er op enige afstand bij kijken.

,,Ze hebben de gewoonte om getuige te zijn van het dichten van het graf,'' zegt Martin Gamache van de begrafenisonderneming Aaron, terwijl hij wacht. ,,Dit in tegenstelling tot Frans-Canadezen, die blijven meestal niet.'' Gamache verklaart dat Aaron een aardige clientèle heeft opgebouwd in de Vietnamese gemeenschap. ,,Veel van hen komen bij ons omdat we rekening houden met hun gebruiken, zoals de offers bij het graf.''

En zo weerspiegelt de serene begraafplaats de drukke, multiculturele stad die er omheen ligt. In de Poolse hoek, ten noordoosten van de Vietnamese, zijn hier en daar enkele nabestaanden bezig met het besproeien van planten bij de graven. Petecki, Gralewicz, Lisowski, zo luiden de namen op de meer bescheiden grafstenen. Een kleine groep dertigers en veertigers stapt met een gieter uit een tweetal auto's, voor een moment stilte bij het graf van Janina Cebulak en Dominik Bednarczuk. Zij overleden respectievelijk in 1986 en 1996.

De Italiaanse gemeenschap van Montréal heeft een eigen stempel gedrukt op de historische begraafplaats. De meeste Italianen laten zich niet begraven, maar bijzetten in mausoleums. Het Cimetière Notre-Dame-des-Neiges heeft er acht – meestal gebouwen van twee verdiepingen, elk met zes lagen doodskisten, in de muur geschoven achter marmeren panelen. In zuidelijk Italië zijn zulke 'doodsmuren' te vinden in de open lucht op begraafplaatsen, maar daar is het hier 's winters te koud voor.

In het Mausolée Marguerite-Bourgeoys klinkt zachte muziek. Op de grond langs de muren staan vazen met bloemen. Ergens op de tweede verdieping, in de derde laag van boven, rusten Filippa Giuffrida Orofino (1912-1996) en Francesca Monforte Messina (1908-1997) naast elkaar. Beiden werden geboren in Italië en emigreerden als weduwen naar Canada met andere familieleden. Hun beider echtgenoten zijn in Italië op dezelfde manier bijgezet, zij het in de open lucht, vertelt Phyllis Orofino, kleindochter en achternicht van de twee overledenen. ,,Dit is een aangepaste manier van hoe ze er in Italië zouden bijliggen,'' zegt zij. ,,Het is een mooi compromis tussen het gebruik in Italië en de omstandigheden hier in Canada.''

    • Frank Kuin