BELGISCH

In de bijlage W&O van 22 juli stond een interessant artikel over vergelijkend dialectonderzoek in het Friese Rottevalle en het Vlaamse Blaasveld. Het onderzoek is opgezet door de afdeling sociolinguïstiek en dialectologie van de Universiteit van Nijmegen. Wybrig Boerrigter, vierdejaars studente toegepaste taalkunde in Groningen, voert het uit. In het artikel werden de termen Nederlands, Belgisch, Vlaams en ABN door elkaar gebruikt zonder dat duidelijk werd gemaakt wat er precies met deze aanduidingen bedoeld wordt. Hier past enige toelichting.

In de eerste plaats is de term Belgisch voor welk taalverschijnsel dan ook ongeschikt en ongewenst. Immers, België kent drie officiële landstalen: Nederlands, Frans en Duits. Binnen de drie taalgebieden worden, ook op Belgisch grondgebied, uiteenlopende dialecten gesproken. De term Vlaams lijkt correcter, als daarmee wordt bedoeld het Standaardnederlands zoals dat in het Nederlandstalig gedeelte van België gesproken wordt. Het onderscheidt zich van het Nederlands aan deze zijde van de rijksgrens door een iets andere uitspraak en zinsbouw en soms door een afwijkende woordkeus. Het Vlaams van de BRT sluit het dichtst bij het Nederlands van het noorden aan. Overigens zul je dit in Vlaanderen, het Nederlands sprekend deel van België dus, zelden horen.

Veel Vlamingen spreken een taal die het midden houdt tussen Standaardnederlands en het eigen dialect. Verder is de term ABN zowel voor Nederland als Vlaanderen mijns inziens achterhaald, omdat het spreken met enig accent binnen de Nederlandse taalgemeenschap min of meer geaccepteerd is.

Het lijkt me daarom juister om zowel voor Nederland als Vlaanderen de term Nederlands te gebruiken, waar men de standaardtaal spreekt, al dan niet met enige variatie in uitspraak, zinsbouw en woordkeus. Het spreekt vanzelf dat het een taak van deskundigen is deze zo nauwkeurig mogelijk af te bakenen ten opzichte van dialecten.

    • Jan Haverkoek Neerlandicus Bergen op Zoom