Bagirov

Is schaken gevaarlijk? Uit mijn hoofd weet ik drie Nederlandse schakers die aan het bord gestorven zijn. Eerst Olland, de sterkste Nederlandse speler voordat Euwe kwam. Later mr. Eduard Spanjaard, steunpilaar van de schaakclub Utrecht, en in het schaakcafé op het Amsterdamse Leidseplein stierf een wat minder prominente schaker, Blindeman, nadat hij net zijn dame had weggegeven.

Daar vragen schakers altijd naar. ,,Hoe stond hij?'' Misschien omdat ze willen weten wanneer ze op hun hoede moeten zijn.

Je kan natuurlijk zeggen dat schakers nu eenmaal veel tijd achter het bord doorbrengen en dat het normaal is dat sommigen daar gehaald worden, zonder dat het speciaal met hun schaakinspanningen te maken hoeft te hebben, maar dat geloven we niet.

Twee weken geleden stierf de Russische grootmeester Vladimir Konstantinovitsj Bagirov, 63 jaar oud, tijdens het toernooi Heart of Finland waar hij de afgelopen jaren vaak aan mee had gedaan. Een wilde tijdnoodfase was voorbij, de spelers verhuisden naar een ander bord om de partij te reconstrueren en daar bezweek Bagirov aan een beroerte. Hoe stond hij? Hij had 3 uit 3 in het toernooi en in de fatale partij stond hij glad gewonnen.

`Russisch' noemde ik hem, maar hij zelf noemde zich een keer een typisch Sovjetmens, om aan te geven dat zijn nationaliteit moeilijk te definiëren was.

Geboren in Georgië, opgegroeid in Bakoe, de hoofdstad van Azerbajdzjan. Aan het eind van de jaren zeventig verhuisde hij met zijn gezin naar Riga in Letland, uit ongenoegen omdat hij de eerste grootmeester van Azerbajdzjan was en menigmaal kampioen van deze republiek, maar nooit een behoorlijke woning kreeg toegewezen.

Hij was een sterke speler, maar die waren er in de Sovjet-Unie zoveel en Bagirov werkte vooral als trainer, secondant en schrijver van openingsboeken. In Bakoe was Kasparov een van zijn pupillen, later werkte hij voor Tal en Poloegajevski en in Letland was hij de trainer en secondant van de jonge veelbelovende spelers, zoals Sjirov.

Na de instorting van het communisme zochten de trainers hun geluk op de Westerse open toernooien en de afgelopen tien jaar was Bagirov als toernooispeler actiever dan ooit.

In 1998 werd hij in Oostenrijk wereldkampioen van de senioren. Hij klaagde achteraf dat hij geen onkostenvergoeding had gekregen, hoewel hij de sterkste speler van het toernooi was. ,,Ik verdien 100 dollar per maand en heb een half jaar moeten sparen om hier mee te doen. Als ik geen prijs had gewonnen was het een financiële catastrofe geworden.''

Er werd toen ook gevraagd of hij jonge mensen zou aanraden om beroepsschaker te worden en zijn antwoord was duidelijk: ,,Absoluut niet! Mijn vrouw heeft eens gezegd: `Je hebt je leven lang anderen getraind, train dan ook onze dochter'. Ik antwoordde: `Nooit van mijn leven!'''

Er is één partij van Bagirov die de wereld is rondgegaan en ongelukkig voor hem was het een verliespartij. Bagirov-Goefeld, halve finale van het kampioenschap van de Sovjet-Unie, Kirovobad 1973.

Mijn Mona Lisa, mijn Gioconda, noemde Goefeld die partij altijd. Het was inderdaad een mooie partij en Goefeld haalde er alles uit wat er in zat. Hij stuurde de partij met analyses naar alle schaaktijdschriften ter wereld, niet één keer, maar om de paar jaar, steeds met een ander inleidend verhaaltje. Toen een aantal jaren geleden de trainers van Kasparovs schaakacademie bijeen waren in Podolsk, bij Moskou, plaagde Goefeld Bagirov nog steeds door te zeggen dat het er alleen nog maar om ging om zo lang te leven dat ze samen de dertigste verjaardag van hun Gioconda zouden meemaken.

Goefeld emigreerde naar de Verenigde Staten en toen moesten de Amerikaanse schakers er aan geloven, want op ieder toernooi waar hij op bezoek was demonstreerde hij zijn Gioconda.

Bagirov moet er dol van zijn geworden. Voor een tijdschrift besprak hij eens een fraaie partij van zijn leerling Kapengoet en hij besloot zijn analyses met de woorden: ,,Men kan zich voorstellen welk een furore deze partij gemaakt zou hebben wanneer hij door iemand als Goefeld gewonnen zou zijn.''

Zijn beste resultaat had Bagirov in het kampioenschap van de Sovjet-Unie in Leningrad 1960. Hij was debutant en werd vierde, achter Kortchnoi, Geller en Petrosian en voor mensen als Poloegajevski, Smislov, Averbach, Spasski en Bronstein.

Goefeld deed ook mee en werd veertiende en het is een daad van simpele rechtvaardigheid om nu eens een partij Bagirov-Goefeld te laten zien die niet door Goefeld de wereld werd rondgestuurd.

Wit Bagirov-zwart Goefeld, Leningrad 1960

1. e2-e4 c7-c5 2. Pg1-f3 d7-d6 3. d2-d4 c5xd4 4. Pf3xd4 Pg8-f6 5. Pb1-c3 g7-g6 6. Lc1-e3 Lf8-g7 7. f2-f3 0-0 8. Dd1-d2 Pb8-c6 9. Lf1-c4 Pc6xd4 10. Le3xd4 Dd8-a5 11. 0-0-0 Lc8-e6 12. Lc4-b3 b7-b5 13. Kc1-b1 Tf8-c8 14. Th1-e1 b5-b4 15. Pc3-d5 Le6xd5 16. e4xd5 Tc8-c7 17. a2-a4 Lg7-f8 18. h2-h4 Ta8-c8 19. Ld4xf6 e7xf6 20. Te1-e4 Tc7-b7 21. g2-g4 Tb7-b8 22. Td1-e1 Da5-b6 23. h4-h5 a7-a5 24. h5xg6 h7xg6 25. f3-f4 Lf8-g7 26. f4-f5 g6-g5 27. Lb3-c4 Tb8-b7 28. Lc4-b5 Tb7-c7 29. Dd2-h2

MmjmMmlm

mMdMmgcM

MeMaMaMm

aImGmGaM

GaMmJmGm

mMmMmMmM

MAGmMmME

mLmMDMmM

29...Tc7xc2 30. Te4-e8+ Lg7-f8 31. Te8xf8+ Zwart gaf op.

Wit Spasski-zwart Bagirov, Leningrad 1960

1. d2-d4 d7-d5 2. c2-c4 c7-c6 3. Pg1-f3 Pg8-f6 4. Pb1-c3 d5xc4 5. e2-e4 b7-b5 6. Dd1-c2 e7-e6 7. g2-g3 Lc8-b7 8. Lf1-g2 Pb8-d7 9. 0-0 Lf8-e7 10. h2-h3 a7-a6 11. a2-a4 Dd8-b6 12. Tf1-d1 c6-c5 13. d4-d5 e6xd5 14. a4-a5 Db6-a7 15. e4xd5 0-0 16. d5-d6 Le7-d8 17. g3-g4 Lb7-c6 18. Td1-e1 Da7-b7 19. Dc2-f5 g7-g6 20. Df5-f4 Pf6-d5 21. Pc3xd5 Lc6xd5 22. Ta1-a3 Ld8-f6 23. Ta3-e3 Db7-c6 24. h3-h4 Ta8-d8 25. Te3-e7 Lf6-g7 26. Te1-d1 Pd7-f6 27. Pf3-e5 Dc6xd6 28. Te7xf7

MmMdMdlm

mMmMmJcg

gmMeMbgm

AgaiBMmM

MmgmMEGA

mMmMmMmM

MAMmMAIm

mMCJmMFM

28...Dd6-e6 29. Tf7-a7 Ld5xg2 30. Td1xd8 Tf8xd8 31. Kg1xg2 Td8-f8 32. Pe5-f3 Pf6-d5 33. Df4-g3 De6-e4 34. Ta7xa6 Pd5-b4 35. Ta6-a7 Pb4-d3 36. Lc1-d2 Lg7-d4 37. h4-h5 Pd3-e5 38. Ta7-g7+ Kg8xg7 39. Ld2-h6+ Kg7xh6 40. h5xg6 De4xf3+ 41. Dg3xf3 Pe5xf3 Wit gaf op.

    • Hans Ree