Andràs Hegedüs

H.en E. Neudecker vragen zich af of ik de film waarin Andràs Hegedüs door zijn kleinzoon ondervraagd wordt over de rol die hij gespeeld heeft als minister-president van Hongarije toen daar de opstand van najaar 1956 uitbrak, wel aandachtig bekeken heb (NRC Handelsblad, 31 juli). Misschien niet, maar op mijn beurt vraag ik mij af of zij de geschiedenis van die opstand wel goed kennen. Zij schrijven: ,,Toen de Russen waren binnengevallen heeft hij (Hegedüs) gedaan wat hij als fatsoenlijk mens alleen nog maar kón doen: hij heeft de grenzen opengesteld om mensen in de gelegenheid te stellen te vluchten.''

De Russen hebben tweemaal in die opstand geïntervenieerd. De eerste keer was op 23 oktober (op verzoek van o.a. Hegedüs). Hegedüs was toen minister-president, maar trad onmiddellijk daarna af. Die interventie kan moeilijk een `binnenvallen' genoemd worden, want Hongarije was al sinds 1944 door Russische troepen bezet. De tweede interventie was elf dagen later: op 4 november, maar toen bevond Hegedüs zich al hoog en droog in de Sovjet-Unie, waar hij op 24 oktober, met de oude stalinistische garde, asiel had gekregen.

Die tweede interventie (waarbij Hegedüs niet was betrokken) kan inderdaad als een `binnenvallen' worden gekwalificeerd, hoewel het de vraag is in hoeverre de Russen hun belofte van omstreeks 27 oktober (aan de regering-Nagy) dat zij Hongarije zouden ontruimen, in die korte tijd (± 27 oktober tot 4 november) tot uitvoering hadden gebracht. Dat Hegedüs zich later, onder het ongeveer dertig jaar durende regime van Kádár, als dissident heeft ontpopt, strekt hem tot eer, maar in mijn artikel van 21 juli heb ik me bepaald tot Hegedüs' rol tijdens de opstand, die in de film onvolledig was belicht.

    • J.L. Heldring den Haag