270 jaar nuchterheid

Het begon met een blokhut in 1719 en pas in 1989 werd het huis niet meer bewoond door een lid van de familie Lott. Ze waren rijk, maar leefden eenvoudig. De opgravingen in Brooklyn bieden een fascinerend doorkijkje in de Amerikaanse geschiedenis.

In 1989 overleed Ella Lott, 92 jaar oud. Het was het einde van een tijdperk. Bijna driehonderd jaar lang woonde de Nederlandse familie Lott uit het Drentse Ruinerwold op de plek die nu Avenue R en East 36th Street heet in de New Yorkse wijk Brooklyn. Eerst in een kleine blokhut, later in een groot houten huis in koloniale stijl. Ella Lott, de tiende generatie, was de laatste bewoonster.

Het huis van de Lotts is een van de slechts veertien huizen in Brooklyn die nog van vóór 1820 dateren. Het is het enige waarvan de fundering bewaard is gebleven en de omgeving nauwelijks is verstoord. Sinds drie jaar zijn archeologen en studenten van Brooklyn College in de zomer bezig om de geschiedenis van het huis en de familie op te graven. De opgraving biedt een duidelijke blik op een tijd die nog te veel wordt geromantiseerd en te weinig bestudeerd, zegt hoogleraar Arthur Bankoff in een email-uitwisseling. ``Alle aandacht gaat naar de eerste Nederlandse kolonisten, de overname door de Engelsen en de Amerikaanse Revolutie. Daarna houdt het op. De vroege negentiende eeuw is archeologisch gezien nog een zwart gat. Dat geldt ook voor het leven van de `zwakkeren' in de samenleving: armen, vrouwen, kinderen en slaven.''

De Lotts hielden ook slaven. De archeologen hopen door de opgravingen antwoord te vinden op de vraag waarom de familie al rond 1809, twintig jaar voordat de staat New York de slavernij afschafte, zijn slaven vrij liet. Bankoff: ``Had het te maken met het geloof of was slaven vrijlaten en inhuren goedkoper dan hen bezitten en onderhouden?''

Historische bronnen als een testament, oude landkaarten, foto's en kerkarchieven vertellen dat het in Brooklyn begonnen is met Johannes Lott, die na de grote oversteek van zijn overgrootvader Engelbart in 1652 behoort tot de vierde generatie Lott in Amerika. De dan 27-jarige Johannes neemt in december 1719 voor 2100 pond een stuk land over van ene Coert Voorhies. Het gebied bij Jamaica Bay, waar Johannes en zijn vrouw Antje zich temidden van andere overwegend Nederlandse families vestigen, heet heel toepasselijk Flatlands. In het noorden en oosten is vruchtbare landbouwgrond, in het zuiden en westen liggen weiden en moerassen.

Johannes bouwt voor zijn vrouw en gezin, dat uiteindelijk dertien kinderen zal tellen, een huis met één kamer, kleine ramen en een laag plafond. De ene kamer en de kleine ramen maken het huis beter te verdedigen tegen eventuele aanvallen van de naburige Canarsee-stam en door het lage plafond is het huis makkelijk warm te houden.

Johannes en Antje boeren goed. Ze breiden hun bezit aan land snel uit en worden vooraanstaande leden van de gemeenschap. Johannes is onder andere twintig jaar lid van de Koloniale Assemblée van New York, zoon Johannes jr onderscheidt zich later in de oorlogen tegen de Fransen en indianen en ook schoondochter Jannetje houdt de familienaam hoog. De bronnen noemen haar een `patriotte', die de onafhankelijkheidsstrijd tegen de Engelsen steunde door fondsen te werven.

Ondanks groeiende welstand en aanzien blijven de Lotts bijna een eeuw lang in het huis met die ene kamer wonen. Het is kleinzoon Hendrick, getrouwd met een meisje uit een vooraanstaande New Yorkse familie, die het in 1800 tijd vindt worden om een familie-onderkomen te maken dat past bij de financiële en maatschappelijke status van de Lotts. Hij laat een grote houten huis met tweeëntwintig kamers bouwen. Het oude grootvaderlijke huis wordt onderdeel van de nieuwe keukenvleugel. Op het land rond het huis verrijzen schuren, stallen en vertrekken voor de ongeveer vijftien slaven.

Het bezit van de Lotts groeit in de loop der jaren uit tot een kleine honderd hectare. Uit oude foto's blijkt dat het boerenbedrijf tot het begin van de twintigste eeuw een bloeiend bestaan leidt. Daarna begint de familie, die regelmatig met verschillende gezinnen tegelijk het huis bewoont, delen van het land te verkopen aan projectontwikkelaars. Uiteindelijk blijven, omzoomd door een wit houten hek, Ella Lott, het huis en een kleine drieduizend vierkante meter over.

Na Ella's overlijden in 1989 hebben de omwonenden vanuit hun bakstenen eensgezinswoningen uit de jaren dertig en veertig gezien hoe het monumentale huis snel in verval is geraakt en de omliggende tuin in een jungle is veranderd. Sinds kort zijn betere tijden aangebroken, want het huis is een historisch monument geworden en een tak van de familie heeft een stichting opgericht die zich inzet voor behoud en restauratie van het huis.

De opgravingen, die onderdeel vormen van het historisch onderzoek van het huis, zijn te volgen via een informatieve en onderhoudende website van het Amerikaanse tijdschrift Archaeology. Catherine Lott, een achterachterachterkleindochter van Hendrick Lott, die het grote houten huis heeft laten bouwen, geeft er bijvoorbeeld haar grootmoeders recept voor pastei, dat eenvoudig begint met `vind een koe en vang hem'.

Iedere zondag reageren de archeologen via een bulletin board trouw op vragen en suggesties van belangstellenden. Zelf vragen ze regelmatig hulp bij de identificatie van opgegraven voorwerpen.

De vondst van uitsluitend eenvoudig aardewerk noemt Chris Ricciardi, een van Bankoffs medewerkers, voorlopig een van de belangrijkste resultaten van het archeologisch onderzoek. ``Vanwege de status en rijkdom van de Lotts verwachtten we duur porselein te vinden. Ook andere voorwerpen bleken gemaakt te zijn van eenvoudige materialen als bot en schelpen. Als we de geschreven bronnen niet gehad hadden, zouden we gedacht hebben dat hier een familie uit de lagere klassen heeft gewoond.''

Andere opvallende uitkomsten van het graafwerk: de Lotts kochten hun voedsel meestal niet in de toen al aanwezige winkels in Kings County of Manhattan. Ze aten vooral veel schelpdieren, die ze gratis in Gerritsen Creek vingen. Verder dronken ze geen alcohol. ``We hebben, afgezien van één zegel van een wijnfles, geen flessen voor alcoholische dranken gevonden'', zegt Ricciardi. De vondsten ondersteunen de stelling van sommmige historici dat de amerikanisering van de maatschappij pas in de tweede helft van de negentiende eeuw echt is begonnen. ``Na het winnen van de onafhankelijkheidsstrijd was niet iedereen de volgende dag een Amerikaan'', zegt Ricciardi. Veel bevolkingsgroepen hielden nog lang vast aan hun eigen cultuur en gebruiken. Voor de Lotts betekende dat blijkbaar `doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg'.

www.lotthouse.org www.archaeology.org