Oord van ballingen en gevangenen

Zelfs bij helder weer is het eilandje Pianosa niet meer dan een vermoeden. De rots van het twee keer zo ver gelegen Monte Cristo kan je vanaf Elba goed zien, trillend in de middaghitte boven de blauwgroene zee of scherper afgetekend in het zachte avondlicht. Maar Pianosa ontdek je pas halverwege de overtocht met de veerboot. Het hoogste punt steekt niet meer dan dertig meter boven zeeniveau uit. Het kleine eiland met zijn duizend hectare, tussen Elba en Corsica, ligt als een platte schijf op de Tyrrheense Zee.

Het eerste wat je ziet is het fort dat is gebouwd door Napoleon, in de korte tijd dat hij als balling heerste over Elba en ook Pianosa inlijfde. Een kanon voor de kleine baai links, een kanon voor de baai rechts, en het eiland was veilig.

Daarna wordt het oog vanzelf getrokken naar de horizontale streep olijfgroen langs het strand. Dat blijkt een honderden meters lange muur te zijn. Pianosa is decennialang een gevangeniseiland geweest. Van alles heeft hier gezeten: antifascisten in de jaren dertig, linkse terroristen in de jaren zeventig en tachtig, de top van de mafia in de jaren negentig.

Nu is het eiland grotendeels verlaten. Als de wekelijkse veerboot aanlegt, staat ongeveer de helft van de bevolking op de kade te wachten: een man of zes. Wat resterend gevangenispersoneel dat op de gebouwen moet passen, een paar mensen van de kustwacht, iemand voor het haventje.

Na het vertrek van de gevangenen is Pianosa op zoek naar een nieuw leven. Dat moet komen van toeristen. En hopelijk ook van monniken.

Iedere dinsdag worden er vanaf het stadje Porto Azzurro op Elba korte bezoeken georganiseerd naar Pianosa. Je hebt dan ruim twee uur om rond te lopen door het verlaten spookstadje achter de haven, een blik te werpen door de gevangenispoort en een duik te nemen in het glasheldere water.

In juli en augustus wordt er geëxperimenteerd met dagelijkse dagtrips, vanaf het stadje Marina del Campo. Dan is er gelegenheid voor een lunch en bezoek aan wat verder weg gelegen zandstranden en grotten. ,,We hopen op deze manier te voorkomen dat het eiland verwildert'', zegt Nino Martino. Hij is directeur van het Nationale Park van de Toscaanse Archipel. Zijn grote schrikbeeld is wat er op het eiland Capraia is gebeurd, ten noordoosten van Elba. Dat was ook een gevangeniseiland, iets groter en veel onherbergzamer dan Pianosa, al was de gevangenis minder belangrijk. Capraia is na de sluiting van de gevangenis in 1986, toen het nationale park van de eilanden nog niet bestond, aan zijn lot overgelaten en is nu een prooi van de elementen.

Pianosa leek te zijn gered door de peetvaders van de mafia. Toen de Italiaanse staat na de moord op mafiabestrijders Giovanni Falcone en Paolo Borsellino, in 1992, een groot offensief begon tegen de mafia, werd besloten alle belangrijke gevangen peetvaders te isoleren op het eiland. Premier Giuliano Amato, nu opnieuw regeringsleider, zei toen dat het doel was ,,de commandolijnen vanuit de gevangenissen te doorbreken''.

In hun zijden pyjama's werden beruchte personages als Michele Greco en Nino Madonia van hun brits gelicht en overgebracht naar Pianosa, waar ze tot hun verbijstering merkten dat ze nauwelijks mochten bellen en vrijwel geen bezoek mochten ontvangen. De baas blijven spelen vanuit de gevangenis was op Pianosa niet meer mogelijk.

Maar in 1996 was dat al weer voorbij, na vier jaar. ,,Het was eigenlijk een verhoogd risico, zoveel mafialeiders bij elkaar'', zegt Martino. ,,Er waren elders in het land ook speciaal beveiligde gevangenissen gebouwd en het was beter om de ene boss hier, de andere daar te zetten, en ze regelmatig te verplaatsen. Juist wegens die concentratie van gevangenen waren hier hele strenge veiligheidsmaatregelen nodig. Er lagen voortdurend boten voor de kust en om de haverklap vlogen er helikopters over.'' En wat hij er niet bij zegt: de toeristenindustrie op Elba was niet erg blij met die peetvaders vlakbij.

Maar wat nu? Pianosa is klein, maar heeft wel wat te bieden. Het water is paradijselijk groen en zit volgens de kenners vol vis. Grillige rotsformaties noden tot lang doelloos kijken naar het klotsen van de golven. Net buiten het handjevol huizen, compleet met postkantoor en apotheek, zijn de resten van een eeuwenoude haven zichtbaar, van voor de zestiende eeuw, toen piraten het eiland verwoestten. Langs het nieuwe haventje staat een gebouw in Arabische stijl, omdat de man die in de tweede helft van de negentiende eeuw hier de scepter zwaaide, gevangenisdirecteur Leopoldo Ponticelli, bezeten was van Arabische architectuur.

In de tufsteen onder de huizen zijn catacomben uit de vierde eeuw na Christus – maar die zijn eigendom van het Vaticaan en het zal wel een eeuwigheid duren voordat die opengaan voor het publiek. En langs het water, net buiten de olijfgroene gevangenismuur, zijn de resten zichtbaar van de villa waar van 7 tot 14 na Christus Agrippa Postumus, een kleinzoon van keizer Augustus, in ballingschap heeft gezeten. Duidelijk is nog de vorm van het kleine theater te zien dat bij de villa hoorde. Agrippa Posthumus werd op het eiland vermoord in opdracht van Tiberius, die in de machtsstrijd om het keizerschap geen rivalen wilde.

Het is genoeg om toeristen een interessante dag te bezorgen – en Martino vertelt trots dat de dagtoeristen nu ook eten van stenen borden en drinken uit echte glazen, niet meer uit plastic. De bezoekers kunnen dan ook naar de steen kijken die in het simpele kerkje is gemetseld, ter herinnering aan het feit dat de socialist Sandro Pertini, van 1978 tot 1985 president van Italië, hier in de jaren dertig vast heeft gezeten met andere antifascisten.

Maar toeristen alleen kunnen Pianosa geen toekomst geven. Daarom wordt nu onderhandeld met een groep Benedictijner monniken uit de buurt van Rome. Die zouden naar Pianosa kunnen verhuizen en om zich er te wijden aan gebed en bezinning, en aan de biologische landbouw. Ondanks het gebrek aan water en de bijtende zoute wind biedt het vlakke eiland daar goede mogelijkheden toe. Napoleon hoopte er de graanschuur voor `zijn' bergachtige Elba van te maken, en later in de negentiende eeuw is er een van de eerste landbouwkolonies van de nieuwe Italiaanse staat gevestigd – een van de grootste oude gebouwen is de `Villa van de agronoom'.

Het is de bedoeling dat de Benedictijnen over een paar maanden verhuizen naar het eiland. Binnen een paar weken moet het definitieve besluit daarover vallen. Hun onderkomen is al klaar. Na de komst van de mafiosi is er voor ongeveer dertig miljoen gulden een nieuwe kazerne voor de carabinieri neergezet. Die is wel feestelijk geopend, maar nooit gebruikt. De komst van de monniken moet Pianosa redden van de elementen. Van strafkolonie zou het eiland hiermee een plaats van stilte, gebed en onthaasting worden. Al zullen de meeste bewoners hun kamer een cel blijven noemen.

    • Marc Leijendekker