`Mestwetgeving leidt tot fraude'

De nieuwe mestwetgeving van de ministers Brinkhorst (Landbouw) en Pronk (Milieu) nodigt uit tot fraude. Boeren zullen proberen ,,de mazen van de wet op te zoeken'', als blijkt dat zij hun mest niet kwijt kunnen aan akkerbouwers of mestverwerkers.

Aldus G. Smeets, controleur van de Algemene Inspectiedienst, en W. Niessen van de Inspectie milieuhygiëne in het blad Handhaving, een uitgave van het ministerie van VROM. Volgens hen wordt het onder de nieuwe wet `lucratief' om te frauderen met mestcontracten en transportbewijzen.

Een sluitende controle op de uitvoering van de wet is dan ook cruciaal. Die taak moet bij de AID komen te liggen. Maar ook als de controle op papier sluitend is, zijn er nog problemen, aldus Smeets en Niessen. ,,Als er niet voldoende afzetmogelijkheden zijn voor varkenshouders om hun mest kwijt te raken, ontbreekt het aan draagvlak. En zonder draagvlak heeft controle uiteindelijk weinig zin.''

Smeets vreest dat vooral de export van mest en het vervolgens weer importeren daarvan tot grote problemen zal leiden. ,,Het is van belang dat de mest die de grens over gaat, daar ook daadwerkelijk blijft. Het herimporteren is nog steeds niet verboden'', stelt hij.

Onder de nieuwe wet worden veehouders zelf verantwoordelijk voor de mest van hun eigen bedrijf. Vanaf 2001 moeten veehouders, voornamelijk varkenshouders, contracten sluiten met akkerbouwers, zodat zij hun mest gegarandeerd kunnen afzetten. Op die manier wil Brinkhorst 21,5 miljoen kilo fosfaat uit dierlijke mest ,,uit de markt halen''. Boeren die geen afzetcontract voor de mest kunnen sluiten, moeten hun bedrijf sluiten. Mogelijk geldt dat voor zo'n 6.000 van de ruim 16.000 varkenshouders. Degenen die maar voor een deel van de mest een contract hebben, moeten varkens wegdoen.