Liefde tot op het bot

Waarom willen mensen zo graag dat hun hond door het dolle heen raakt als het baasje thuiskomt? Twee excentrieke wetenschappers bogen zich over de emoties van een van de populairste huisdieren ter wereld. Het resultaat van hun onderzoek is, toepasselijk genoeg, vooral excentriek.

Het is een van Carmiggelts mooie latere Kronkels. Tijdens een boswandeling met een kennis valt hem op dat diens hond zijn baas doorlopend in de gaten houdt. Trouw wijkt het dier geen moment van zijn zijde. Maar de kennis legt uit dat het allemaal niet zo ontroerend is. `Je moet niet denken dat die hond zo dol op me is. Ik ben zijn bezit.'

Een wolf zonder roedel is kansloos, en een hond zonder baas is dat meestal ook. Aanhankelijkheid is strategisch gedrag, om de kans op overleving te vergroten. Soms gebeurt dat met wat wij oprechte verbondenheid, gehechtheid of liefdevol gedrag zouden kunnen noemen, soms ook via trucjes, handigheidjes, en wat op dat moment het beste uitkomt. De slimmere hond gebruikt zijn uitingen van aanhankelijkheid ook om zeer aardse zaken (eten!) na te streven.

Dat honden nooit liegen over de liefde is dus aanvechtbaar, wat meteen al het ergste doet vrezen over Dogs Never Lie About Love (vertaald als Honden houden van mensen). De Amerikaan Jeffrey Moussaieff Masson, psycho-analyticus en oud-directeur van het Freud-archief, heeft zich geworpen op het gevoelsleven van dieren en plakt in dit boek mythen, literatuur, wetenschappelijke weetjes en uitspraken van hondentrainers aan elkaar, aangevuld met eigen ervaringen en ideeën als hondenbezitter. De inhoud strookt met de titel: het universum van de hond draait volgens Masson om zijn sterkste emotie: de liefde. Eigenlijk zijn honden betere mensen, waarvan we nog veel kunnen leren. Ze zijn altijd oprecht en zichzelf. `Misschien kunnen we leren om net zo direct, eerlijk en vooral zo diep gevoelig te worden als zij.'

Gevoelsdieren

Een deel van Massons boodschap is zo klaar als een klontje: honden zijn inderdaad gevoelsdieren waarin mensen veel van zichzelf herkennen. Maar Masson maakt er een warboel van. Zijn boek is een grabbelton met lukraak beschreven gevoelens. Hij heeft er bijvoorbeeld geen oog voor, dat een hond, net als de mens, best aardig kan zijn voor de één en tegelijkertijd een ploert voor de ander. Ook de rol die honden hebben gespeeld in gevangenkampen en zelfs concentratiekampen past niet naadloos bij Massons beeld van gestolde klompjes mensenliefde. Hij verzint er de volgende, onnavolgbare uitweg voor: `Hadden ze ooit medelijden met hun slachtoffer of vroegen ze zich ooit af waarom deze mensen werden vermoord? (...) Ik weet zeker dat er ook honden afgekeurd werden, omdat ze ongeschikt waren voor dit soort werk of het niet konden leren.' In precies twee verloren zinnetjes getuigt de psycho-analyticus van realiteitszin: `Trouw zit zo diep in een hond verankerd dat we ons kunnen afvragen of het iets onpersoonlijks is. De verzorger van een hond ziet die trouw echter als persoonlijk.' Dan zet hij razendsnel zijn roze bril weer op.

Van wonderlijk liefdevolle honden is het een kleine stap naar liefdevolle wonderhonden. Behalve de psycho-analyticus Masson heeft ook de excentrieke biochemicus Rupert Sheldrake zich op honden gestort. Sheldrake is het brein achter de `morfogenetische velden' die zouden verklaren waarom dieren (en mensen) leren zonder met elkaar in aanraking te zijn geweest. Het idee vond weinig bijval, behalve in New Age-kringen, en om het te ondersteunen schreef Sheldrake Zeven experimenten die de wereld kunnen veranderen – en dat nog niet hebben gedaan, kunnen we daaraan toevoegen.

Een van de hoofdstukken in dat boek gaf de aanzet voor Honden weten wanneer hun baas thuiskomt. Sheldrake wil bewijzen dat dieren drie spectaculaire buitengewone vaardigheden hebben ontwikkeld: toegang tot de gedachten van anderen (telepathie), een fenomenaal richtinggevoel, en het voorvoelen van belangrijke gebeurtenissen. Wellicht had de mens diezelfde vaardigheden ooit ook, maar is hij ze in de moderne maatschappij kwijtgeraakt. Kort gezegd komt Sheldrake's verklaring neer op herhaling van zijn `morfogenetische velden': ervaringen van dieren resoneren in de ruimte en kunnen door een soortgenoot worden overgenomen. Het blijft een beetje alsof je de waarneming van vreemde verschijnselen in de lucht verklaard acht door ze UFO's te noemen.

Natuurlijk weten honden wanneer hun baas thuiskomt. Op ongezette tijden, weet de mijne. Voor het overige luistert ze gewoon goed naar autogeluiden en voetstappen. Ze herkent ook de auto's van kennissen, door het geluid van motortypen te onderscheiden. Dat is heel knap, maar niet onbegrijpelijk. Sheldrake erkent dat gelukkig, maar hij wijst op allerlei verhalen over op het eerste gezicht onverklaarbaar diergedrag. Honden die voor het raam gaan staan, voordat de baas onverwachts thuiskomt, paarden die de weg terugvinden vanaf een nieuwe woonplaats, katten die de telefoonhoorn `opnemen' als een persoon aan wie ze gehecht zijn belt.

Sheldrake neemt zulke verhalen gretig over, terwijl iedereen toch kan weten dat bezitters van huisdieren een beetje van de wereld zijn als het gaat om hun kat, hond of hamster. Morfische resonantie? Waarschijnlijk speelt hier eerder selectieve reactie. Mensen lezen over Sheldrake's onderzoek, en schrijven hem vervolgens een brief over hun wonderhonden. Maar de passieve meerderheid, die erg van haar hond houdt maar het dier toch geen wonderbaarlijke eigenschappen toedicht, laat weer niet van zich horen.

Thee

Terugkerend thema in de anekdotes is de hoogst Engelse thee die al klaar staat wanneer de baas thuiskomt, omdat de dieren zijn vrouw waarschuwden. Maar Sheldrake begeeft zich met enquêtes ook buiten Engeland. Los Angeles scoort met wonderbaarlijke vermogens van honden opmerkelijk hoger dan andere steden. Zijn de honden daar anders? Of klopt de indruk dat men in Los Angeles aangenaam warrig en fantasievol in het leven staat? Ook voorvoelende katten zijn oververtegenwoordigd in Californië. Goedgelovige, hype-gevoelige mensen, zou je zegen. Maar Sheldrake veronderstelt liever dat Californische eigenaars een nauwere band onderhouden met hun dieren. In zijn inleiding zegt hij nog enigszins terughoudend over zijn boek: `Het is op zijn minst een natuurlijke historie van wat mensen over hun dieren geloven.' En als je het boek zo leest, is het buitengewoon aardig.

Terug met de voeten op aarde, en wel op Ameland. Je zou soms willen dat mensen een fractie van de aandacht die ze besteden aan de wonderbaarlijk invoelende eigenschappen van honden, besteden aan hun aardse verlangens. Naar goed en consistent oogcontact bijvoorbeeld, en naar afwisseling en spel. De Amelandse hondentrainer Klaas Wijnberg heeft daar oog voor, en weet dat monter over te dragen. Zijn handleiding De hondenfluisteraar is een bruikbaar boekje, dat honden alleen maar goed kan doen. Zijn belofte dat je aan zijn hand helemaal kunt overstappen op non-verbale communicatie komt hij niet helemaal na. De toch ook aan mensengedrag ontleende gebaren zijn niet nieuw, en ook andere technieken die hij kort bespreekt, zoals de aan dolfijnentraining ontleende click-methode, zijn dat voor de gevorderde hondenliefhebber niet.

Niettemin is dit een aardige inleiding voor het enigszins invoelend omgaan met de hond, zonder in hem meteen een mens te zien met wie het goed en vruchtbaar discussiëren is. En het boekje is praktisch, bijvoorbeeld voor wie zonder gedoe met slipkettingen toch simpelweg en vriendelijk zijn hond wil laten ophouden met trekken aan de riem. Wijnberg eist geen gehoorzaamheid van het type `knip-met-de-vingers', maar staat de hond handelingsvrijheid naar eigen inzicht toe. `Naast' mag ook wel `achter' betekenen, als de hond zijn baas maar niet in de weg loopt en voorbijgangers niet hindert.

Dat deze hondentrainer van Amelandse bodem zich een `hondenfluisteraar' noemt, naar de Amerikaanse `paardenfluisteraar' die eerder furore maakte in boek en film, zij hem vergeven. Dat krijg je ervan, als er een publiciteitsgolf is rond een man die de taal van het paard zou spreken, het dier van trauma's verlost, en en passant ook vrouwelijke (menselijke) toeschouwers diep weet te beroeren. Wijnbergs hondenboekje heeft gelukkig eerder een nuchter Amelandse toon dan een Amerikaanse. Bovendien: tienmaal liever deze hondenfluisteraar dan de hondenschreeuwers die je op straat en in het park zo vaak tegenkomt. Overigens laat Wijnberg zich niet overal werkelijk als fluisteraar kennen – bij blijde instemming met het gedrag van zijn honden maakt hij op het strand graag juichend en klappend een rondedans, schrijft hij.

Onder appèl

Het opbouwen van een goede band met een hond is voor een mens veel bevredigender dan het rücksichtslos onder appèl hebben van een gefrustreerd dier. Niettemin is het leed onder juist losjes opgevoede honden, die geacht worden vanzelf te begrijpen wat hun hoog opgeleide baasjes met hun volzinnen bedoelen, groot. Er lopen veel miskende honden rond, en Wijnberg brengt ze in beeld. Zijn simpel geschreven boekje staat stoer tegenover de lijvige werken van Masson en Sheldrake.

Niet de wonderbaarlijke liefde of het telepathische vermogen van de hond worden volgens deze auteur miskend, maar de alledaagse behoeften van het dier. Waarom willen zij eigenlijk de hond zo graag zien als een mededier dat, trillend van liefde en door de ruimte resonerende gedachten van hun baas of bazin, alleen maar voor óns leeft? Uit alle verhalen over liefdevolle honden die, al dan niet telepathisch, buiten zinnen raken wanneer hun baas thuiskomt, spreekt een wereld van verveling en eenzame opsluiting: de wereld van honden die als gezelschapsdier en speelkameraad even makkelijk `uit' als `aan' worden gezet, al naar het uitkomt. En verder vooral lief en invoelend moet zijn.

Jeffrey Moussaieff Masson:

Honden houden van mensen.

Over het gevoelsleven van honden. (Dogs Never Lie About Love) Vert. Carla Benink. Vassallucci, 239 blz. ƒ39,90

Rupert Sheldrake:

Honden weten wanneer hun baas thuiskomt. (Dogs that know when their owners are coming home)

Vert. Anders Pieterse. Kosmos, 352 blz. ƒ45,-

Klaas Wijnberg:

De hondenfluisteraar.

Strengholt, 155 blz. ƒ34,50

    • Frans van der Helm