Lekker jongensboek over Katharen

In een serie recensies van romans die in het literaire hoogseizoen ten onrechte onopgemerkt bleven deze week `De volmaakte ketter' van Hanny Alders.

(Conserve, 423 blz. ƒ49,95, pbk, ƒ75, geb.)

In een trieste stoet komen de dorpelingen naar de stad gestrompeld. De kruisridders hebben hun de neus en bovenlip afgesneden en de ogen uitgestoken. Alleen de voorste man mocht één oog houden, zodat hij de anderen de weg kon wijzen. Het is 1210. Door Zuid-Frankrijk trekt de bloedige kruistocht tegen de katharen: vrijzinnige christenen die zich van de kerk van Rome hebben afgekeerd. Honderden katharen sterven op de brandstapel, steden worden leeggemoord, de streek van Languedoc verwoest. Onlangs heeft de paus nog beleefd zijn excuses gemaakt voor deze roomse dwaling.

In de historische roman De volmaakte ketter beschrijft Hanny Alders (1946) de ondergang van de katharen. Alders schrijft vaker over andersdenkenden in de Middeleeuwen. Haar debuutroman Non nobis (1987) ging bijvoorbeeld over de tempeliers, die ook geregeld op de brandstapel eindigden. Samen met De volmaakte ketter bracht zij een reisboek uit, In het spoor van de Katharen, waarvoor ze langs historische katharenplaatsen in de Languedoc trok.

De held van De volmaakte ketter, de Franse kruisvaarder Amaury de Poissy, heeft echt bestaan, maar is waarschijnlijk kort na het begin van de heilige oorlog gesneuveld. In de roman wordt hij echter gered door de katharen. Hij wordt verliefd op kettermeisje Colomba en loopt over naar het vijandelijke kamp. Dat geeft Alders de gelegenheid om de oorlog vanuit twee kampen te beschrijven. Ze laat Amaury bij alle belangrijke slagen zijn, doorgaans aan de kant van de verliezers.

Alders is op haar best in de oorlogsscènes. De op elkaar inhakkende ridders, de creperende soldaten, de modderige kampen, de verbeten strijd op de stadsmuren: het leest als een spannende avonturenroman in de traditie van sir Walter Scott en Thea Beckman. Alders doet de kruistocht in al zijn gruwelijkheid herleven. De mensen die ze schept, voelen echt aan en zijn meer dan kapstokken om een historisch verhaal aan op te hangen. Vooral de twijfelende Amaury die steeds zit waar de klappen vallen, is een held om van te houden, mede doordat Alders zijn mindere kanten niet verzwijgt. Dat hij bij de verdediging van katharenbolwerk Montségur enkele roomse vrouwen laat vermoorden, bijvoorbeeld. Of dat hij kinderen verwekt bij zijn schoonzus om zijn broer een hak te zetten.

Alders wil uiteraard meer bieden dan een avonturenboek. Ze wil pleiten voor religieuze tolerantie en ze wil geschiedenisles geven. De kruistocht was niet alleen een strafexpeditie tegen een rivaliserend geloof, er speelden allerlei politieke en militaire belangen mee. De koningen van Frankrijk en Aragon en hun leenheren aasden allemaal op een mooi stuk land. Alders doet haar best de ingewikkelde politieke situatie uit te leggen. Ze wil geen enkele graaf over het hoofd zien, waardoor het je vaak duizelt van de vele Raymonds, Pierres en Rogers. Deze politieke passages zijn daardoor minder interessant dan die over het vuile veldwerk.

Alders legt op overeenkomstig overcomplete wijze het kathaarse geloof uit. Zij gebruikt hiervoor de theologische disputen tussen de roomse Amaury en zijn ketterse geliefde. De geringste vraag van Amaury leidt tot een lange godsdienstles van Colomba. Deze dialogen doen onecht aan en houden het verhaal op. Nog erger is het als Alders complete preken overneemt. Bij het schrijven van dit soort passages had zij haar documentatiemap meer met rust moeten laten.

Op zich is de kathaarse religie interessant genoeg. De ketters hadden een, enigszins op de leer van Plato en Boeddha lijkend, dualistische geloof, met een slechte god die heerst over de aarde, de materie, en een goede god voor het geestelijk leven. Tegenwoordig dwepen zoekende christenen vaak met het kathaarse geloof, dat beter op onze tijd lijkt toegesneden dan het roomse. Alders wil zich duidelijk distantiëren van new-agedwepers en probeert een correct beeld te geven, zonder zweverige onzin. Ze laat zien dat katharen juist een erg beredeneerde manier van geloven hadden.

Ook besteedt ze ruim aandacht aan de minder prettige kant van de katharen. Mede onder druk van de vervolging waren de ketters nogal star in hun overtuiging. Ze hadden een rigide afkeer van al het aardse, vooral het vleselijke. Mannen en vrouwen mochten elkaar niet aanraken. Als Colomba een kind krijgt, praat ze erover alsof het een kankergezwel is: `Er zit een demon, een schepsel van het kwaad in mijn buik.'

Gelukkig laat Alders in het laatste deel van de roman geloof en politiek rusten. De volmaakte ketter wordt weer een lekker bloederig jongensboek. Aardig is dat haar held inmiddels ook schoon genoeg heeft van theologie en politiek. Amaury zwerft als een dolende ridder op leeftijd door het oorlogsgebied. Zijn leven is even verwoest en zonder hoop als het land waar hij doorheen trekt. Nog één keer mag hij tevergeefs een ketters bolwerk verdedigen en op een stel ridders inhakken. Op die momenten is De volmaakte ketter een historische roman op zijn best: een spannend boek waar je ook nog wat van opsteekt.