Klavertje vier

Max en Vera hadden zo'n stille, slome dag. Het was te warm om iets te doen. Het liefst zouden ze gaan zwemmen, maar het water in de sloot achter hun huis was bruin en groen. Daar durfden ze niet in. Max had voorgesteld de tuinslang uit te rollen. Dan konden ze elkaar nat spuiten. Maar Vera had er nauwelijks op gereageerd en toen had Max er geen zin meer in. Hij was wat in de tuin gaan scharrelen. Vera zat een stripboek te lezen.

Max had geen plan. De ene keer zat hij onder de boom op een grasspriet te zuigen, vijf minuten later lag hij op zijn buik naar een familie mieren te kijken die opgewonden heen en weer holden in het gras. Hij stelde zich voor dat hij zelf een mier was en ineens waren de grassprieten enorme bomen. De broodkruimel die hij samen met twee broertjes vervoerde, was groter dan wel tien hele broden. Het was nog niet zo makkelijk om zoveel brood hun huis in te krijgen. De broers zweetten ervan, en de oudste was steeds boos omdat de kleintjes niet deden wat hij wilde. Max was een van de kleintjes. Weer vijf minuten later was Max geen mier meer, maar gewoon Max en probeerde hij springend de laagste tak van de boom aan de waterkant te raken. Vorig jaar kon hij dat nog niet, maar nu wel.

Soms.

Als hij heel erg zijn best deed.

Maar dat deed hij niet, want het was te warm.

Toen kwam hij in de schaduw van het oude schuurtje terecht. Vorig jaar was er brand geweest in het schuurtje, en nu zat er geen dak meer op. Van binnen was het helemaal zwart geblakerd en als je aan de deur trok, kon hij zomaar uit de hengels vallen. Max had geen zin om naar binnen te gaan. In plaats daarvan liep hij een rondje om de schuur. Aan de achterkant groeide tussen het gras allemaal klaver. Het leek wel een dik donkergroen kussen dat op een lichtgroen laken lag. Ineens zag Max tussen al die honderden klavertjes iets waar hij van schrok. Hij bukte zich. Hij kon het niet geloven, maar het was toch waar.

Een klavertje-vier!

Hij wilde natuurlijk meteen Vera roepen, maar hield zich in. Het was leuker om haar te verrassen. Voorzichtig plukte hij het klavertje-vier. Toen hij het in zijn hand had, geloofde hij het helemaal. Het was er echt eentje. Een klavertje met vier bladen. Hij holde naar Vera.

,,Kijk eens wat ik gevonden heb!'' riep hij.

Vera keek op van haar Suske en Wiske. ,,Wat is dat?'' vroeg ze.

,,Een klavertje-vier gek!'' riep Max, ,,dat brengt geluk!''

,,Hoe kom je daaraan?'' vroeg Vera langzaam. Ze legde haar Suske en Wiske aan de kant en stond op.

,,Gevonden,'' zei Max, ,,goed hè. Nou heb ik geluk.''

Vera bekeek het klavertje-vier. Ze was een beetje jaloers. Maar het was er echt eentje, daar kon ze niets aan doen.

,,Hoe lang heb je eigenlijk geluk als je een klavertje vier hebt gevonden?'' vroeg Max. Hij verwachtte niet dat Vera het antwoord wist, maar het was belangrijk om haar iets te vragen. Dan was het klavertje-vier iets van hun samen, en niet van hem alleen.

,,Een week, geloof ik,'' antwoordde Vera. Ze klonk alsof ze er verstand van had. Dat was precies wat Max wilde.

,,Goh, fijn,'' zei Max. Hij ging met zijn vondst in het gras zitten en dacht na. ,,Wat is geluk eigenlijk?'' vroeg hij toen.

Vera kwam naast hem zitten. Ze staarde naar het klavertje-vier in Max' hand. Had alleen Max nu geluk of zij ook? En hoe zat het ook alweer? Moest je het klavertje-vier echt zoeken of per ongeluk vinden om er geluk aan te hebben? Daar had ze in een van haar boeken wel eens iets over gelezen. Je moest er wel echt naar op zoek gaan. Zomaar tegen geluk aanlopen, dat kon niet. Ineens naar de grond kijken en een klavertje-vier zien, dat telde eigenlijk niet. ,,Geluk is als het morgen ook mooi weer is, en overmorgen ook,'' gaf ze toen antwoord op de vraag, ,,en de hele week. Wat denk jij?''

Max dacht niets. Hij voelde zich gelukkig.

    • Martin Bril