Jan Vogel

Toch even Amsterdam in. Maandag, eerste dag na de vakantie. Naar de plek waar ze het juiste boek, telefoonkaart en nog een exemplaar van de vrijdagkrant hebben.

Eerste Amsterdamse glas bier na de vakantie. Op het dunne terras tegen de oude gevels van het Rokin. Uitzicht op alle trams. De krant. Het middelste stuk op de achterpagina wint, door de aangenaam symmetrische foto in kleur.

Mooi verhaal van die Siegfried Woldhek, over de roodkeelduikers. Lekker bier ook. De koelte is aangenaam. Hier is het altijd mooi weer, wat voor weer het ook is.

Mij gebeurt zoiets nooit. Prachtig citaat van Nabokov. Dat iemand dat zo bij de hand heeft!

Wat fietst daar? Werkelijk, het is Jan Vogel. Hij leeft nog. Grijs geworden, maar de gebrilde licht gebogen gestalte is onmiskenbaar Jan. Ziet hij mij? Groeten of niet?

Slep. Zacht geluid en korte, bijna tedere druk op mijn in elegant zwart linnen verborgen rechterarm doet dat voornemen afdwalen. Ik weet het nog voor ik het zie. Het Rokin staat even stil en mijn elleboog zuigt zich vol.

Niet zozeer qua vorm, maar wel wat kleur betreft, gedurfd en ingehouden tegelijk. Eergisteren in Cafe Alvino in Lecce zouden ze het zonder aarzelen sospeso hebben genoemd. Slordig bruine ondergrond waarin ornamenten van gek geel en wit. Jan en zijn fiets zijn doorgefietst.

Gelukkig, een woord wat ik niet licht gebruik, heeft iemand die de vorige dag in het buitenland was nog wel ergens eindje wc-papier zitten. De laatste slok bier, en dan rustig naar huis om hier een goed citaat bij te zoeken.

    • Philip Mechanicus