Het winnende leven

In San Francisco kwam ik een man tegen die alles beter weet. Hij had een grijs baardje, priemende ogen en een intense behoefte om het woord te nemen en het dan ook niet meer los te laten.

Anderen op fouten betrappen, dat was zijn levensvervulling. Hoewel hij in Amerika woonde, was hij tegen Amerika, hoewel hij van geld hield en er ook veel over praatte, was hij een antikapitalist, en hoewel hij niets van religie moest hebben, was het duidelijk dat hij iedereen de snelste weg naar de verlossing wilde wijzen.

In zijn buurt hoefde je niet meer te spreken, dat deed hij voor je, je hoefde niet meer te genieten, dat deed hij ook voor je, en het liefst had hij ook nog het voedsel voor je gegeten, verteerd en weer uitgepoept.

Toch was hij, en dat is het raadselachtige, een innemende persoonlijkheid die veel succes had bij vrouwen. Hoewel hij op teenslippers liep. Tegen mij zei hij: ,,Ik snap niet waarom mensen voor veel geld leren schoenen kopen als je teenslippers voor 1 dollar kunt krijgen.''

Een kleine achtenveertig uur heb ik in zijn omgeving doorgebracht en veel is mij duidelijk geworden. We zijn overgeleverd aan onze bewijsdrang en een handjevol andere duistere impulsen.

Hij woonde in de staat Oregon, waar het negen maanden per jaar regent. Als de regen hem te veel werd, ging hij in bad liggen om de krant te lezen. Hij stelde zich op het standpunt dat vrijheid van meningsuiting niet bestond in Amerika. Navraag leerde dat hij daarmee bedoelde dat zijn mening niet werd gehoord, wat inderdaad de betrekkelijkheid van vrijheid aangeeft.

Hoewel hij geen goed woord overhad voor vegetariërs, had hij zich ook teleurgesteld van het vlees afgewend.

Regelmatig maakte hij een omweg van twintig kilometer om een fatsoenlijke kop koffie te drinken. Wat voor de wereld als geheel gold, gold ook voor koffie. Maar weinig koffie kon in zijn ogen genade vinden. Hij was overal geweest, maar hij wilde nergens wonen. Op de ene plek waren de huizen te duur, op de andere plek had het consumentisme gezegevierd.

De onvolmaaktheid van de schepping was hem een doorn in het oog, en aan zijn woorden kon je merken dat hij zich die onvolmaaktheid persoonlijk aantrok.

Midden in de nacht ging hij achter zijn computer zitten om naar duistere Europese radiostations te luisteren.

Niets in zijn uiterlijk wees erop, toch had hij veel weg van een Italiaanse moeder. Hij wilde de wereld onder zijn vleugels nemen, en hij begreep niet dat de wereld ongevoelig was voor die vleugels.

,,Soms snap ik niet dat mijn vrouw het bij me uithoudt'', zei hij. En wijn dronk hij het liefst uit anderhalve-literflessen. De valkuilen die het kapitalisme voor ons had uitgezet, daarin weigerde hij te trappen.

Ondanks dit alles kan ik niet ontkennen dat ik enige sympathie voor hem koesterde. Hij heette Morris.

Het merkwaardigste dat ik met hem meemaakte, gebeurde in het plaatsje Sebastopol, ten noorden van San Francisco. Morris wilde me meenemen naar een wijnproeverij, maar tegen de tijd dat wij in het wijngebied aankwamen, waren de proeverijen allang voorbij. In Sebastopol kreeg hij een ingeving. ,,Ik heb hier een vriend wonen'', zei hij, ,,die heb ik tien jaar niet meer gezien, vind je het erg dat ik die even bel?''

,,Helemaal niet'', zei ik.

Morris gaf toe aan al zijn ingevingen, want elke ingeving kon een geniale zijn. Tegenover het plaatselijke brandweerstation belde hij inlichtingen en inderdaad kreeg hij vervolgens zijn vriend aan de lijn.

,,Ik ben in Sebastopol'', zei Morris, ,,ik dacht, ik kom even langs.''

,,Wat doe je in godsnaam in Sebastopol?'' hoorde ik de vriend nogal argwanend vragen. Morris was inderdaad het type man dat op een dag de ingeving kon hebben bij een vriend te gaan logeren en daar vervolgens nooit meer weg te gaan.

,,Ik reed erdoorheen'', zei Morris.

Het duurde nog een half uur, toen vonden we het huis van de vriend. De vriend was meer dan twee meter lang, bijzonder slank, had een bruine baard en een bril met donkere glazen. Hij schonk wijn, maar niet uit anderhalve-literflessen.

,,Ik ben een holocaustdeskundige'', zei hij.

Ik moet beteuterd hebben gekeken, want nogal verontschuldigend voegde hij eraan toe: ,,Iedereen moet doen wat hij het beste kan.''

Vier dagen later was ik weer in New York. In een kamer niet veel groter dan vijf bij vijf. Er stond een bed en een boeddhistisch altaar. Het altaar kon open en dicht. Als je het open deed werd een bel zichtbaar en een papier waarop in een prachtig handschrift stond geschreven ,,tien goede voornemens voor het nieuwe jaar.''

Ik zat geknield voor het altaar om de voornemens beter te kunnen lezen en achter mij maakte een vrouw zich op.

Ik deed wat ik goed kon. Vroeg of laat moet je dat doen, anders word je een antikapitalist die alleen over geld praat. Ik wilde niet langer vertrouwen op de lezers. Die waren nog ontrouwer dan ikzelf.

,,We moeten gaan'', zei ik en stond op.

Het altaar ging dicht.

,,Hoe zie ik eruit?'' vroeg ze.

,,Prima'', zei ik.

Het verzinnen van biografieën, daarin was ik goed, en het bemiddelen tussen vraag en aanbod, het voeden van de hongerigen.

,,Wat voor iemand is het?'' vroeg ze in de lift.

Ik keek op mijn papiertje.

,,Stern heet hij'', zei ik, ,,Josh Stern, hij klonk betrouwbaar.''

,,Ik heb een oogontsteking'', zei ze, ,,daarom kon ik mijn lenzen niet in. Moet ik mijn bril afzetten?''

,,Nee'', zei ik, ,,die bril is prima, die bril maakt je naïef, vooral door die barst in het glas, alsof je vader je gestuurd heeft.''

Terwijl we op een taxi wachtten, drukte ik haar tegen me aan en zei: ,,Hij is vast banger voor jou dan jij voor hem.''

De chauffeur reed alsof hij dronken was.

,,Ik recapituleer'', zei ik, ,,je heet Dominique, je bent 22, geboren in Parijs en je werkt als Rockette.''

Rockettes dat waren dames die zo rond Kerstmis in Radio Music City Hall hun benen de lucht ingooiden. Een goede biografie, al zei ik het zelf.

,,Niemand gelooft dat ik 22 ben.''

,,Laat dat maar aan mij over, wat de mensen geloven en wat niet.''

Een advertentie in New York Magazine en een nieuw telefoonnummer, meer had het me niet gekost. Vergelijk dat eens met het schrijven van een roman.

Ze opende de handtas die ik haar had gegeven.

,,Hier'', zei ze, ,,een cadeautje.''

Ze hield haar hand voor haar mond. ,,Ik ben vergeten mijn tanden te poetsen.''

,,Hij zal niets ruiken. Je bent goed, je bent nog nooit zo goed geweest als vandaag. Raak niet paniek, je kan me altijd bellen.''

,,En als hij nou allemaal vragen gaat stellen over de Rockettes?''

,,Stel zelf vragen, dat is het beste, wees geïnteresseerd, fleur hem op.''

,,En waarom moet ik nou weer Frans zijn?''

,,Dat wilde hij graag. Hij zocht een Française. Je bent een droom die even waarheid wordt, dat is toch het mooiste dat een mens kan overkomen.''

Ik betaalde de taxichauffeur.

,,Ik wacht daar, in dat Chinese restaurant. Je bent mij 300 schuldig, dus je moet minstens 600 incasseren, anders doe je jezelf tekort.''

De tijd ging langzaam. Ik was een genezer, ik genas de eenzamen, daar kon niets mis mee zijn.

Ik bestelde Chinese noedelsoep. De krant had ik al twee keer gelezen en ten slotte opende ik mijn cadeautje. Het was een boek getiteld `Het winnende leven, een introductie in het boeddhisme.' Op de eerste bladzijde stond: Arnon, the gentleman responsible for launching me on my new career.

De Chinese noedels bleven in mijn keel steken. Maar schuld en schaamte waren voor de machtelozen en de verliezers.

Iedereen moet doen wat hij het beste kan.