George W. Bush: afspraak met de glorie

De bekorte toespraak van George W. Bush na zijn norminering als Republikeins presidentskandidaat:

Meneer de voorzitter, gedelegeerden, mijn medeburgers. Ik aanvaard uw nominatie. Ik dank u voor uw vertrouwen. Samen zullen we Amerika's doel vernieuwen.

Onze stamvaders hebben dat doel hier in Philadelphia voor het eerst gedefinieerd. Ben Franklin was hier. Thomas Jefferson, en, natuurlijk, George Washington – of, zoals zijn vrienden hem noemden, George W.

Ik ben er trots op Dick Cheney aan mijn zijde te hebben. Hij is een man uit één stuk, een man van afgewogen oordelen, die heeft bewezen dat de dienst aan de publieke zaak een nobele roeping is.

Ik ben vanavond in het bijzonder mijn familie dankbaar. Wat ik verder ook zal doen met mijn leven, mijn beste besluit ooit was Laura ten huwelijk vragen. Aan onze dochters, Barbara en Jenna: we houden van jullie, we zijn trots op jullie terwijl jullie deze herfst naar de universiteit gaan ... Ga op tijd naar bed en vergeet niet zo nu en dan een e-mail te sturen naar je oude heer. Niet vergeten!

En moeder, iedereen houdt van je, ik ook. Zij gaf mij altijd liefde en goede raad toen ik opgroeide. Ik gaf haar grijs haar. En ik wil mijn vader danken, de beste man die ik ken. Heel mijn leven heb ik me verbaasd dat zo'n goede ziel zo sterk kan zijn. En pa, ik wil dat je weet hoe trots ik ben je zoon te zijn.

Mijn vader was de laatste president van de `Grootste Generatie'. Een generatie Amerikanen die stranden bestormde, concentratiekampen bevrijdde, ons van het Kwaad verloste. Sommigen kwamen nooit meer terug. Zij die wel terugkeerden gingen aan het werk, en bouwden op een heroïsche schaal snelwegen en universiteiten, buitenwijken en fabrieken, grote steden en grote bondgenootschappen ... de fundamenten van een Amerikaanse Eeuw.

Nu moeten hun zonen en dochters de vraag beantwoorden: wat staat ons te doen? Dit is een opmerkelijk moment in de geschiedenis van onze natie. Nooit leefde de belofte van welvaart zo sterk. Maar tijden van overvloed, net als tijden van crisis, zijn een test voor het Amerikaanse karakter. Overvloed kan gereedschap in onze handen zijn om een beter land te maken. Of het kan een drug zijn in ons systeem, die ons gevoel van urgentie benevelt, onze empathie, ons plichtsgevoel. Onze kansen zijn te groot, onze levens te kort, om dit moment te verspillen.

Daarom beloven we onze natie vanavond plechtig: we zullen dit moment van Amerikaanse belofte grijpen. We zullen deze goede tijden gebruiken om ons grote doelen te stellen. We zullen de grote vragen het hoofd biedden, zodat de uitdagingen van vandaag niet de crisis van onze kinderen wordt. En we zullen deze belofte van welvaart uitbreiden tot elke vergeten hoek van dit land.

Acht jaar lang dobberde de regering Clinton-Gore rond in de welvaart. Dit is een natie van durf en fatsoen, altijd open voor verandering. Onze huidige president belichaamt het potentieel van een generatie. Zoveel talenten. Zoveel charme. Zoveel vaardigheden. Maar met welk doel? Zoveel belofte, zo weinig richting.

Een kleine tien jaar geleden ontdooide de Koude Oorlog, en, onder het leiderschap van de presidenten Reagan en Bush, stortte de Muur in. In plaats van deze kans te grijpen, heeft de regering Clinton-Gore het moment laten voorbijgaan. We hebben een gestage erosie van de Amerikaanse macht gezien en een onzeker gebruik van de Amerikaanse invloed. Ons leger heeft te weinig materieel, geld en moreel. Deze regering heeft zijn tijd gehad. Zij hebben hun kans gehad. Zij toonden geen leiderschap. Wij doen dat wel.

Amerika heeft een sterke economie en een begrotingsoverschot. We hebben de hulpbronnen en de wil – zelfs de kans om boven partijpolitiek uit te stijgen – om de oudedagsvoorziening te versterken en de ziektekostenverzekering te redden. Maar deze regering deed in acht jaar van toenemende urgentie niets. Hun tijd is voorbij. Zij toonden geen leiderschap. Wij doen dat wel.

En nu vragen ze een nieuw mandaat, een nieuwe kans. Ons antwoord? Vergeet het maar. Niet nu, niet dit jaar. Dit is geen tijd van derde kansen, dit is een nieuw begin. De nieuwe generatie van dit land heeft zijn afspraak met de glorie. Die stijgt en daalt niet met de aandelenmarkt. Die kan niet worden gekocht met onze rijkdom. Glorie ligt in het Amerikaanse karakter en de Amerikaanse moed om Amerikaanse uitdagingen te lijf te gaan. Toen Lewis Morris uit New York op het punt stond de onafhankelijkheidsverklaring te tekenen, adviseerde zijn broer daartegen, waarschuwend dat hij al zijn bezit zou kwijtraken. Morris, een ongekunstelde stamvader, zei: `naar de hel met de gevolgen, geef me de pen'.

Zo welsprekend klinkt de Amerikaanse ondernemingsdrift. We hoorden het tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen generaal Eisenhower de paratroopers op de ochtend van D-day zei zich geen zorgen te maken – en een van hen antwoordde: `We maken ons geen zorgen, generaal. Het is Hitlers beurt om zich zorgen te maken.' We hoorden het in de burgerrechtenbeweging, toen dappere mannen en vrouwen niet zeiden: `we passen ons aan'. of `het zal mijn tijd wel duren'. Ze zeiden: `wij zullen overwinnen'.

We kennen de uitdaging van het leiderschap. We hebben één doel voor ogen. Wij zullen de oudedagsvoorziening en de ziektekostenverzekering voor de Grootste Generatie versterken, en voor de generaties die na hen komen. Ziektekostenverzekering doet meer dan de noden van de ouderen ledigen, ze weerspiegelt de waarden van onze samenleving. We zullen haar op een ferme financiële basis zetten en medicijnen beschikbaar en betaalbaar maken voor elke senior.

Wat betreft onderwijs. Te veel Amerikaanse kinderen zijn gesegregeerd in scholen zonder doel, worden van klas tot klas doorgeschoven op basis van leeftijd, los van wat ze geleerd hebben. Dit is discrimatie, puur en simpel. De zachte onderdrukking van lage verwachtingen. En onze natie moet het te lijf gaan als alle andere vormen van discriminatie. We moeten er een eind aan maken.

Een andere test van leiderschap in belastingverlaging. De laatste keer dan de belastingdruk zo hoog was, hadden we een goede reden. We moesten de Tweede Wereldoorlog winnen. Vandaag financieren onze belastingen een begrotingsoverschot. Sommigen zeggen dat Washington dus meer geld mag uitgeven. Zij zetten de wereld op zijn kop. Het overschot behoort niet toe aan de overheid. Het is van de burgers. Ik zal me principieel opstellen. Principe: elke familie, elk boer of kleine zakenman mag de vrucht van zijn arbeid overdragen aan zijn geliefden. Dus schaf ik het successierecht af. Principe: Niemand in Amerika draagt meer dan een derde van zijn inkomen af aan de federale overheid. Dus verlaag ik de belasting voor iedereen, alle tarieven. Principe: de meest hulpbehoefenden zullen het meeste hulp ontvangen. Dus verlagen we de belastingen in de laagste schaal van 15 naar 10 procent en verdubbelen de kinderbijslag.

Een generatie die is gevormd door Vietnam mag de lessen van Vietnam niet vergeten. Als Amerika zijn strijdkrachten inzet, moet dat voor een goede zaak zijn, het doel moet duidelijk zijn, en de zege moet overweldigend zijn. Ik zal werken aan de reductie van kernwapens en nucleaire spanning in de wereld. En zo vroeg mogelijk zal mijn regering een rakettenschild opwerpen om ons te beschermen tegen aanvallen en chantage. Nu is het tijd, niet te staan voor verouderde verdragen, maar te staan voor het Amerikaanse volk.

Een tijd van overvloed stelt onze visie op de proef. En onze natie snakt vandaag naar visie. Dat is een feit, of, zoals mijn tegenstander het zou noemen, een riskant plan. Elk voorstel dat ik vanavond te berde bracht, noemt hij riskant. Telkens weer. De som van zijn boodschap: de barrikade, de filosofie van het stopbord. Was mijn tegenstander er geweest bij de eerste maanlanding, dan had hij dan een `riskant rakettenplan' genoemd. Was hij er geweest toen Edison de eerste gloeilamp testte, dan had hij dat een `riskant anti-kaars plan' genoemd. En was hij erbij geweest toen internet werd uitgevonden ... ahum, ik geloof dat hij daar werkelijk bij was. Hij leidt nu de partij van Franklin Delano Roosevelt, maar het enige wat hij heeft te bieden is angst. Die houding is typisch voor velen in Washington, waar men altijd de tunnel ziet aan het eind van het licht.

Een paar jaar geleden bezocht ik een jeugdgevangenis in Marlin, Texas, en praatte met een groep jonge gedetineerden. Boze, teleurgestelde kinderen. Allen hadden volwassen misdrijven begaan. Toch, als ik in hun ogen keek, realiseerde ik me dat sommigen nog steeds kleine jongetjes waren. Aan het eind van ons gesprek stak een jongeman van ongeveer vijftien jaar zijn hand op en stelde de kwellende vraag: `Wat denkt u over mij?' Hij leek te vragen, zoals zoveel met zichzelf worstelende Amerikanen, `is er hoop voor mij? Heb ik nog een kans?' En eerlijk gezegd: `Kan het jou, een blanke man in een pak, echt iets schelen wat er met mij gebeurd?'

Een klein stemmetje, maar hij spreekt voor zovelen. Ongehuwde moeders, immigranten, kinderen zonder vaders in buurten waar een jeugdbende op vriendschap lijkt. Wij zijn ook hun land. Elk van ons moet in zijn kansen delen, of die kansen slinken voor iedereen. Als die jongen in Marlin gelooft dat hij nergens heen kan, doelloos en hopeloos is, als hij gelooft dat zijn leven waardeloos is, dan hebben ook andere levens geen waarde voor hem, en daar lijden we allemaal onder. Als we dit soort problemen niet het hoofd bieden, bouwen we een muur dwars door ons land. Ook die muur moet vallen. Meer ambtenaren is niet het antwoord. Maar het alternatief voor bureaucratie is niet onverschilligheid. Het alternatief is conservatieve waarden en ideeën in de strijd voor recht en kansen te werpen. Dat bedoelen we met conservatisme met compassie. En op die basis zullen we dit land regeren.

Boven alles moeten we onze kinderen leren het geweld te verslaan. Ik zal deze natie leiden naar een cultuur die waarde hecht aan het leven – het leven van ouden en zieken, van jongeren, van ongeborenen. Ik weet dat goede mensen het hierover niet eens zijn, maar zeker kunnen we het eens zijn dat er manieren zijn het leven te waarderen door adoptie te stimuleren en ouderlijke verantwoordelijkheid, en als het Congres me een wetsvoorstel tegen `partial birth abortion' stuurt, zal ik dat ondertekenen.

Mijn generatie heeft grenzen afgetast. Vrouwen krijgen nu gelijke behandeling. Raciale gelijkheid gaat voort. We leren de natuur rondom ons te beschermen. We gaan voort op dit pad, en zullen niet omkeren.

Soms verloren we onze richting. Maar we komen nu thuis. Zovelen was ons hielden hun eerste kind in de armen en zagen een betere ik in hun ogen weerspiegeld. En in die familieliefde hebben velen het teken en symbool van een nog grotere liefde gevonden, die samenhangt met het geloof. We hebben ontdekt dat wat we zijn belangrijker is dat wat we hebben. En nu moeten we onze normen vernieuwen om dit land te herstellen. Dit is de visie van de stichters van Amerika. Ze zagen nooit de grootsheid van onze natie in toenemende rijkdom of oprukkende legers, maar in kleine, ontelbare daden van zorg en moed en opoffering. Hun grootste hoop, zoals Robert Frost het beschreef, was `een land met karakter te vullen.' En dat, dertien generaties later, is nog altijd ons doel, het land met karakter te vullen.

Mijn vriend, de artiest Tom Lea uit El Paso, heeft uitgebeeld hoe ik tegen mijn land aankijk. `Mijn vrouw en ik', zei hij, `leven op de oostelijke helling van de berg. Het is de kant van de zonsopgang, niet van de zonsondergang. Het is de kant waar je ziet wat gaat komen, niet wat is geweest.' Amerika moet aan de oostzijde van de berg wonen. De nacht komt ten einde. We zijn klaar voor de dag die komt. Dank u en God zegene u.

INTEGRALE TEKST www.nrc.nl