Friesland 2

In zijn bespreking van Het wrede paradijs doet Atte Jongstra nogal opgewonden over Speerstra's vermelding, dat de stationschef zich erop verheugt, om lekker achter het `gebreide broekje' te gaan liggen. Hij hoeft echter niet direct aan afwijkende seksuele verlangens te denken. In de dertiger jaren van de vorige eeuw, in mijn jeugd, was `efter it breiden broekje gean' een vrij veel gebruikte uitdrukking om aan te geven, dat men er over dacht om naar bed te gaan. De alliteratie speelde mogelijk een rol en de recensent moet wel bedenken dat vooral op het platteland veel vrouwen in de winter naast een gebreide borstrok ook een dito directoire droegen.

Verder zou ik er Jongstra op willen wijzen, dat `Bord-kartonnen' een pleonasme is. Vermoedelijk heeft zijn Friese Stamboek-afstamming hem parten gespeeld, want de Friese term voor `karton' is `buordpapier'.