Fictieve jodin aan Amsterdamse gracht

De suppoost, de tweede roman van de Canadese schrijver Howard Norman is een raadselachtig boek. Op het eerste gezicht lijkt het een portret van het leven in het Canadese Halifax aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Afgaand op Normans beschrijving bestond Halifax destijds uit weinig meer dan een museum, een station, twee hotels en twee restaurants. In deze rustige omgeving leidt hoofdpersoon DeFoe Russet zijn onopvallende bestaan. Overdag bewaakt hij als suppoost nauwgezet de schilderijen in het plaatselijke Glace-museum. De avonden brengt hij door met zijn vriendin Imogen Linny.

Normans ogenschijnlijk alledaagse beschrijving van het leven in het kleinsteedse Halifax neemt echter een surrealistische wending wanneer het Glace-museum het schilderij Jodin op een Amsterdamse gracht van de niet-bestaande Nederlandse schilder Joop Heijman in bruikleen krijgt voor een tentoonstelling. Imogen, die een joodse moeder heeft, maar zich nooit veel heeft bekommerd om haar eigen joodse achtergrond, raakt geobsedeerd door de vrouw op het schilderij, de echtgenote van de schilder, Anne Heijman. Joop Heijman beeldde haar af op de Amsterdamse Herengracht, voor hotel Ambassador, met een brood onder de arm. Uiteindelijk vereenzelvigt Imogen zich zozeer met de vrouw op het schilderij dat ze er rotsvast van overtuigd raakt dat zijzelf die vrouw is. Ze kleedt zich als Anne Heijman op het schilderij, begint met een Nederlands accent te spreken en reist uiteindelijk, terwijl de verontrustende berichten over de oorlog in Europa zelfs een uithoek als Halifax bereiken, af naar Amsterdam om de schilder – die ze beschouwt als haar echtgenoot – te ontmoeten. Door zich zo sterk met Anne Heijman te vereenzelvigen, bezegelt Imogen haar eigen lot. `In vrijwel alle opzichten is Imogen Linny – en ik zeg dit nu met stokkende adem en bonkend hart – nu een jodin in Amsterdam en wat dat tot gevolg kan hebben, welk lot dat zal ontlokken, deze hachelijke tijd in aanmerking genomen, durf ik niet te voorspellen.'

Het is niet Normans bedoeling geweest om met De suppoost een psychologische roman te schrijven. Daarvoor bewaren zijn personages een te grote afstand tot de lezer en tot elkaar. Hoewel Imogen en DeFoe een stel zijn, is Imogen in haar onvoorspelbaarheid dikwijls wreed tegen de zachtaardige DeFoe. DeFoe ondergaat haar onverschilligheid met een aan het wezenloze grenzende kalmte. Zijn levensopdracht lijkt te zijn om zijn taken als suppoost zo goed mogelijk te vervullen en nooit met een ongestreken das op zijn werk te verschijnen. Het gedrag van de personages strookt opvallend met de gestileerde wijze waarop Norman hun levens invult en waarin nauwelijks ruimte is voor persoonlijke details. Zo wonen DeFoe en zijn oom Edward in een hotel, eten ze altijd in openbare gelegenheden en dragen ze een uniform.

In scherp contrast met de afstandelijke manier waarop de hoofdpersonen zijn neergezet, staat de grote kracht en gedetailleerdheid waarmee Howard Norman bij de lezer Jodin op een Amsterdamse gracht weet op te roepen. Dit schilderij kan dan ook als de werkelijke hoofdpersoon worden beschouwd van De suppoost, een ideeënroman pur sang. Imogen wordt op een dramatische en uiterst persoonlijke manier door het schilderij getroffen. Ze geeft haar volstrekt eigen uitleg aan wat er op het schilderij is afgebeeld. Of haar gedachten nu overeenstemmen met de realiteit of niet, maakt voor het effect dat het schilderij sorteert volstrekt niet uit. Ook de lezer van het boek blijft door het fictieve schilderij niet onberoerd. Daarbij vermengt Normans levendige beschrijving van het schilderij zich met de voorkennis die je als lezer meebrengt. In de wetenschap dat het hier gaat om een joodse vrouw in Amsterdam aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, lijkt het onvermijdelijk dat aan de op zichzelf alledaagse afbeelding van een vrouw met een brood een tragisch verhaal ten grondslag ligt. Norman ziet zo kans, aan de hand van een fictief schilderij, de complexe wisselwerking tussen kunstenaar en toeschouwer te illustreren. De invloed die het schilderij op Imogen heeft, gaat aanzienlijk verder – ze richt haar hele leven ernaar in. Tegelijk komt ze door haar verkleedpartij en het praten met een zelfbedacht Nederlands accent geen stap dichterbij de betekenis van het doek. Ze blijft een jodin uit Halifax die raar praat en vreemde kleren draagt.

Uiteindelijk vloeien Imogens obsessie en de werkelijkheid gedeeltelijk met elkaar samen. Door koppig volhouden ziet Imogen ten slotte kans om Joop Heijman te bewegen haar te schilderen zoals hij zijn vrouw Anne, die in Duitsland is omgekomen tijdens de Kristallnacht, zou hebben geschilderd. Zo voegt Heijman aan zijn oeuvre nog een reeks werken toe, die voor de nietsvermoedende toeschouwer opnieuw dezelfde vrouw in een Amsterdams tafereel representeren, schilderijen die stuk voor stuk het vergelijkbare effect van een steen in een vijver kunnen hebben op degene die er gevoelig voor is. Door Imogen te schilderen, benadert de schilder zijn overleden vrouw zo dicht mogelijk. `Ik prefereer deze gelijkenis met Anne boven helemaal niets. Zoveel verdriet heb ik om haar.'

Norman maakt duidelijk dat de waarde van kunst niet kan worden afgemeten aan de mate waarin zij `waar' is, maar juist aan de ruimte die zij de waarnemer biedt.

Howard Norman: De suppoost (The Museum Guard). Uit het Engels vertaald door Anneke Goddijn. Bert Bakker, 269 blz. ƒ39,50

    • Diana Comijs