`Europa is geen speeltuin, geleid door premiers'

In Zweden zijn ideeën voor een federaal Europa of voor een kopgroep van EU-landen met argwaan begroet. De EU moet eerst maar eens tonen dat ze besluiten durft te nemen, vindt Europarlementariër Gunilla Carlsson.

,,De eurosclerose is voorbij'', vindt Gunilla Carlsson. De tijd dat Europese instellingen volledig verlamd waren en geen besluiten durfden nemen, ligt achter ons. Carlsson (37) is een van de vice-voorzitters van de Zweedse Conservatieven en sinds 1995 lid van het Europees Parlement, waar ze onder meer zitting heeft in de commissies voor buitenlandse zaken, mensenrechten en de gemeenschappelijke veiligheids- en defensiepolitiek.

Carlsson is blij met het Europese debat dat is aangezwengeld door de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Joschka Fischer en de Franse president Jacques Chirac over de toekomst van Europa. Maar ze heeft weinig vertrouwen in de richting waarin beiden het debat hebben gestuurd. Natuurlijk denkt Fischer in termen van een federatief Europa, hij is in eigen land niet anders gewend. En als Chirac het gedachtegoed van Fischer in het Frans vertaalt, dan wordt het vanzelf elitair en centralistisch, want dat is wat hij kent.

Nee, Carlsson is meer van het pragmatische type. ,,Laten we nou eerst maar eens zorgen dat we dit najaar in Nice de losse eindjes van het verdrag van Amsterdam aan elkaar knopen'', zegt ze. ,,We moeten laten zien dat we de kracht hebben om besluiten te nemen.'' Alles hangt volgens Carlsson af van de Europese durf om vaart te zetten achter de uitbreiding met Oost-Europese landen. ,,Als we niet de moed hebben om daarmee haast te maken, ontstaat er een ander Europa dan als we die moed wel hebben. De uitbreiding is de grote test.''

Zweden moet natuurlijk wel bewijzen dat het zelf een volwaardig lid van de Unie wil zijn. Het land is weliswaar niet zo aarzelend over Europa als het Verenigd Koninkrijk of buurland Denemarken, maar de bevolking is nog steeds niet helemaal overtuigd van de noodzaak om deel te nemen aan de euro. Aan Carlsson zal dat overigens niet liggen. Het was haar partij, zegt ze niet zonder trots ,,die Zweden in 1995 Europa heeft binnengeloodst''. De aarzeling is volgens haar de schuld van de sociaal-democraten. Die partij lijdt al sinds de jaren vijftig aan een Europees trauma. De huidige sociaal-democratische premier Göran Persson kijkt de kat uit de boom. Hij voelt de hete adem van de anti-Europese Linkse Partij en de Groenen, waarvan zijn minderheidsregering afhankelijk is, in de nek. En hij wacht dus liever eerst het Deense referendum van dit najaar over de euro af.

Carlsson vindt dat laf, maar geeft toe dat het voor Persson makkelijker zal zijn om een referendum over de euro te winnen als de Denen ja hebben gezegd. Zelf is ze ervan overtuigd dat Zweden de euro nodig heeft. ,,Onze situatie is niet te vergelijken met die van het Verenigd Koninkrijk. De Britten kunnen zich uitstel permitteren, ze hebben een veel grotere markt, ze hebben sterke banden met de Verenigde Staten en zijn door hun prominente rol in de NAVO toch wel nauw aan Europa gelieerd'', zegt Carlsson. ,,Als Zweden niet gauw meedoet, raken we volledig geïsoleerd.''

Zweden heeft net als Denemarken veel kleine en middelgrote bedrijven. Mentaal hebben de landen veel gemeen, zegt Carlsson, al ontbreekt in Zweden die typisch Deense traditie om in Europese aangelegenheden altijd de laatste te willen zijn in de besluitvorming. Bovendien wordt Zweden niet zoals Denemarken gehinderd door een grondwet die het land verplicht om van ieder Europees onderwerp een issue te maken.

Carlssons visie op het debat over de toekomst van Europa wordt gekleurd door de positie van Zweden als een van de kleinere Europese landen. Ze is zeer geïnteresseerd in wat Fischer en Chirac hebben verkondigd, maar kan zich niet aan de indruk onttrekken dat het voor een klein land als Zweden geen aanlokkelijk perspectief is. Ook al heeft Fischer het over een federaal Europa en gaat Chirac niet verder dan een `kopgroep' van EU-landen die wat meer haast willen maken met politieke eenwording, Carlsson ziet grote overeenkomsten in hun standpunten.

,,Fischer en Chirac willen van de EU een Europa van naties maken, geleid door de premiers. Dat maakt kleine landen afhankelijk omdat instellingen als de Europese Commissie en het Parlement erdoor verzwakt worden. Europa mag geen speeltuin voor premiers worden'', zegt Carlsson. En ze wijst op de risico's als de regeringsleiders het voor het zeggen krijgen. ,,Kijk maar naar Oostenrijk. Ik ben niet blij met de ontwikkelingen in dat land, maar de manier waarop de regeringsleiders hebben gereageerd is een schending van het Europese verdrag. Zou zo'n besluit ook genomen zijn als het niet een klein land als Oostenrijk betrof, maar het grote Frankrijk?''

Carlsson ziet ontwikkelingen waaruit blijkt dat de regeringsleiders bezig zijn de Europese instellingen te verzwakken. Ze wijst bij voorbeeld op de positie van Javier Solana, de hoge functionaris voor het buitenlands beleid, die aan niemand verantwoordelijkheid verschuldigd is en die Chris Patten, Europees Commissaris voor het buitenlands beleid, regelmatig aan de kant zet.

Natuurlijk heeft ook Carlsson visioenen over een gemeenschappelijk, welvarend, vrij en open Europa, waar de invloed van de politiek zo klein mogelijk is, waar niet iedereen aan banden wordt gelegd door een woud van regels, waar burgers zich niet Zweed of Duitser of Belg voelen, maar Europeaan. Maar first things first. Laat Europa eerst maar eens bewijzen dat ze besluiten kunnen nemen over de omvang van de Europese Commissie als het aantal lidstaten straks bijna verdubbelt of over de verhouding tussen Commissie, Parlement en Europese Raad. Dan, vindt Carlsson, kunnen we altijd nog filosoferen over een federatie van Europese staten.

Dit is het eerste deel van een korte serie over de visie van Fischer en Chirac op de Europese Unie.