Ernstig ziek door werk in de tropen

Hulpverleners en toeristen in tropische gebieden lopen gevaar. Ze kunnen een besmettelijke ziekte oplopen, maar ook gewoon een verkeersongeluk krijgen.

De chirurg die eind vorige maand in Leiden aan lassakoorts overleed, was de vierde patiënt met die tropische ziekte dit jaar in een Europees ziekenhuis. Een Nederlandse arts, een Nigeriaan die genezing in Europa zocht, een Brit van de vredesmacht in Sierra Leone en een Duitse studente die twee maanden in Ivoorkust en Ghana had gereisd, allemaal kwamen ze besmet en soms al ernstig ziek vanuit Afrika naar Europa. Alleen de Brit overleefde de ziekte.

De reis van deze grieperige of al flink zieke mensen die een paar dagen later een levensbedreigende besmettelijke ziekte blijken te hebben, zette steeds een grote logistieke operatie in gang.

De medepassagiers van de vliegtuigen waarin de patiënten reisden zijn opgespoord en op de hoogte gebracht van het besmettingsrisico. In de ziekenhuizen is iedereen onderzocht die contact had met de patiënten. Het virus dat lassakoorts veroorzaakt springt overigens niet makkelijk van mens naar mens over. Er is contact met bloed, speeksel, urine of sperma nodig. Maar wie ziek wordt heeft een flinke kans eraan te bezwijken.

Lassakoorts is ook zeldzaam. Anders is dat met malaria, dengue (knokkelkoorts) en tuberculose. Volgens de hulporganisatie Artsen Zonder Grenzen (AZG) zijn dat, naast een heel scala aan diarree veroorzakende virussen en bacteriën, de meest voorkomende aandoeningen die de ontwikkelingswerker, de reiziger in de tropen, en de tropenarts en verpleegkundige in den vreemde bedreigen.

,,Bij de infectieziekten staat malaria absoluut op de eerste plaats'', zegt woordvoerster Marieke van Zalk van AZG. ,,Wij adviseren de mensen die naar malariagebieden vertrekken altijd om pillen te slikken ter voorkoming van malaria. Maar het is een persoonlijke beslissing of je dat doet. Malaria kan natuurlijk heel heftig zijn, maar het vooruitzicht om twee of drie jaar pillen te slikken is onaantrekkelijk. De meeste mensen nemen andere voorzorgsmaatregelen. Je kunt je huid bedekt houden en slapen onder een met insecticide geïmpregneerd net.''

De ervaren tropenarts in een plattelandskliniek kijkt niet meer op van een malaria-aanval en slikt pas medicijnen als hij ziek is. ,,Die middelen zijn altijd aanwezig op plaatsen waar onze mensen werken'', aldus Peter Kok, medisch adviseur van Cordaid, de organisatie waar de bekende hulporganisatie Memisa begin dit jaar in op ging.

Op geruime afstand na malaria volgt dengue (knokkelkoorts) als ernstige ziekte onder hulpverleners. Het denguevirus veroorzaakt een week lang hevige koortsaanvallen en vreselijke pijn, vooral in de benen. Iedereen die verder gezond is, overleeft de ziekte, maar blijft nog lang moe en slap. Het vooral in Zuid- en Midden-Amerika, Azië en aan de oostkust van Afrika voorkomende denguevirus wordt, net als malaria door een muggensteek overgebracht.

Tuberculose neemt een bijzondere plaats in onder de infectieziekten bij tropenbezoekers. Het is onder de veelvoorkomende ziekten de enige die niet alleen de reiziger zelf maar ook het thuisfront bedreigt. De toegenomen reislust, de terugkerende hulpverleners, handelaren en werknemers van multinationals en de asielzoekers kunnen een verdwenen ziekte herintroduceren.

Onderzoekers van de afdeling tropenziekte van het AMC in Amsterdam en van GGD's in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag publiceren morgen in het Engelse tijdschrift The Lancet cijfers waaruit blijkt dat meer reizigers dan gedacht met een tbc-besmetting terugkomen. Uitgezonden medisch personeel loopt een nog vijfmaal hogere kans op een tbcbesmetting.

Vakantiegangers en uitgezonden werknemers kunnen ook zeldzamer ziekten zoals aids importeren. In Groot-Brittannië heeft de laatste jaren rond de 20 procent van de nieuw-gediagnosticeerde mensen met een hiv-besmetting het aids veroorzakende virus in het buitenland opgelopen. Nederlands onderzoek in de jaren negentig onder ontwikkelingswerkers en medisch personeel dat naar Afrika ten zuiden van de Sahara werd uitgezonden leverde een schatting van het risico op hiv-besmetting op van één besmetting per duizend uitgezondenen per jaar. Ruim 60 procent van de onderzochte personen rapporteerde snijwondjes, of naaldprikken die een besmetting hadden kunnen veroorzaken.

Naast het beroepsrisico bestaat een persoonlijk risico door onbeschermde seksuele contacten, vooral met lokale partners. Uit een ouder onderzoek onder Nederlanders die eind jaren tachtig in Afrika werkten bleek dat bijna een derde van de uitgezonden mannen en een zesde van de vrouwen seksueel contact met Afrikaanse partners had. Slechts eenvijfde van hen gebruikte altijd een condoom.

,,Wij hebben één arts aan aids verloren'', zegt Kok van Cordaid, ,,tenminste waarvan ik het weet. Hij liep de hiv-besmetting op door een snij-ongeval tijdens een operatie. Wij zenden jaarlijks 130 mensen uit en ik ken er een paar die seropositief zijn geworden. Dat is erg genoeg, maar toch hebben we het gevoel dat de hiv-ramp die begin jaren negentig dreigde grotendeels aan ons is voorbijgegaan.''

Ter illustratie haalt Kok een Deense studie aan. Van de Deense vrijwilligers die tot eind jaren tachtig in Afrika werkten, kwam zeven tot tien procent seropositief terug. Kok: ,,Toen we dat lazen zeiden we: als dat ons voorland is, kunnen we wel stoppen met het uitzenden van vrijwilligers. Terugkijkend zeg je dat het een andere tijd was. De kennis over aids was bescheiden. Het condoomgebruik was laag.'' Kok zette samen met mensen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en met het Koninklijk Instituut voor de Tropen een studiegroep op die aanbevelingen deed voor goede voorlichting, preventieve maatregelen en aangepaste medische technieken. Kok: ,,Westerse artsen die opereren deden veel met hun vingers. Tropenartsen leren om meer met instrumenten te doen. Met mes en vork eten, noem ik het.''

Vrijwel alle uitzendende organisaties zorgen tegenwoordig voor voorlichting vooraf en een goede uitrusting ter plaatse, waaronder condooms en medicijnen tegen malaria en aids. Teruggekeerd krijgen de hulpverleners een check up aangeboden op een tropenafdeling in een Nederlands ziekenhuis. Peter Kok: ,,Wij zijn gelukkig altijd ver onder de hoge besmettingspercentages gebleven die begin jaren negentig nog uit de VS en Denemarken zijn gemeld.'' En Marieke van Zalk van Artsen Zonder Grenzen: ,,Ik ken niemand die vanuit Nederland is uitgezonden en een dodelijke ziekte heeft opgelopen. Geweld en verkeersongelukken zijn een groter gevaar.'' Op het ogenblik is een medewerker van het Franse AZG in Colombia ontvoerd.

Kok noemt het verkeer het grootste gevaar. ,,Ik schat dat twee procent van onze mensen jaarlijks een behoorlijk ongeluk krijgt. We verbieden nu om 's nachts te rijden en geven aanwijzingen voor defensief rijgedrag. Ik werk hier nu 14 jaar en in die tijd hebben we, denk ik, vijf mensen door verkeersongelukken verloren.''

    • Wim Köhler