Een gedicht is muziek en beeld

,,Toen ik die najaarsmist zag, had ik plotseling de eerste twee regels.'' Marjoleine de Vos spreekt deze zomer met dichters over hun werk. Deze week:

Jan Eijkelboom

Jan Eijkelboom (1926) woont in Dordrecht. Bij de meeste dichters is het niet zo belangrijk om te weten waar ze wonen, bij hem wel. Heel vaak stroomt er een rivier door een gedicht, er varen schepen, er zijn kades en men ruikt de geur van water en modder. Het arsenaal is Eijkelbooms zevende bundel. Hij begon laat met dichten, hij was de vijftig al gepasseerd toen hij debuteerde.

Tijdens het gesprek grijpt hij geregeld naar andere gedichten in de bundel, omdat die op een of andere manier over hetzelfde gaan, maar ook om gedichten te laten zien die vlot op papier kwamen. Het eerste bijvoorbeeld, dat `Geluk' heet, dat was er zo. Het gedicht waarover we praten niet.

De titel heeft u zeker naderhand bedacht.

,,Ja, dat is altijd zo. Je krijgt een inval, al schrijvend krijg je meer invallen en de titel is het laatste wat je krijgt. Dat is `la part de Dieu', zegt Gide. Het is het meest vage wat er is, mist, maar in dit gedicht is het een hard gegeven, vandaar dat `ijzersterke'. Ik hou van dat soort contradicties.''

Was de eerste regel wel de eerste regel?

,,Na de vorige bundel viel me geen enkele regel meer te binnen. Tot ik die najaarsmist zag, toen had ik plotseling de eerste twee regels. Ik bracht een kind op de fiets naar school. Het was trouwens ook geen snelweg maar gewoon een plaatselijke weg. Die `snelweg' heb ik ervan gemaakt om het wat aan te dikken. Dus toen had ik de eerste regel en daarna een hele tijd niets. De rest heb ik gewrocht. Dit is het meest geconstrueerde gedicht van de bundel.

,,Aan het begin van het seizoen zie je de nevel of de najaarsstorm, dan komt het nieuwe tot je. Dat nieuwe is nodig om poëzie te maken.''

Heeft u die `snelweg' ook gekozen op de klank?

,,Ik vind klank heel belangrijk ja. Een gedicht moet muziek zijn en het moet beeldend zijn. De redenering is vaak heel eenvoudig.''

Wat is dat voor `doen alsof'? Van u zelf of van de wereld?

,,Het doen alsof is het actieve leven waaraan ik zo min mogelijk meedoe. Het is misschien allemaal wel nuttig, maar ik heb me daarvan teruggetrokken. De mensen die zo druk in de weer zijn simuleren niet, want ze geloven in wat ze doen, maar als ik het ook deed zou het voor mij `doen alsof' zijn. Nevel heeft trouwens ook iets van `beneveld zijn', dat was ik vroeger nogal eens, dat heeft er ook mee te maken. En dan krijg je dat `zwijgen', mist is een vorm van afdempen, een niet-hevige verdoving.''

Hoe kwam u tot de beslissing om deze vier regels een afgeronde strofe te laten zijn?

,,Deze strofe is een soort schets die je maakt voor een schilderij. Dan komt de tweede voorstudie met de vraag `Waarom is het zo?'. Maar eerst zeg ik `het lijkt blijvend', dat is concreet meteorologisch, omdat het windstil is. Het is ook de afwezigheid van de wind waarvan we weer iets moeten.''

Waarnaar verwijst `het' aan het begin van de tweede strofe?

,,Naar de afwezigheid van wind. Doordat iets er niet is, is er iets blijvends. Dat is een contradictie die te vergelijken is met `ijzersterke mist'.'' Waarom `verheldert' elk begin?

,,Als je het 's zomers naar je zin hebt dan denk je aan hoe je het vroeger als kind naar je zin had, dat doet iedereen. Er is niet steeds iets nieuws. Je leeft in een tamelijk horizontale lijn, met pieken omhoog en omlaag. Het onverwachte maakt je scherper dan het alledaagse. Je vraagt je af waarom het zo is, dit nieuwe, maar het roept ook beelden op. Je denkt dat de nevel verdoezelt, maar dat is dan juist niet zo.''

U schrijft dat die aanvang `te snel' verliep en pas op de volgende regel `om dicht te slibben'.

,,Omdat zulke momenten zo snel voorbijgaan staan ze meer op zichzelf, de nevel wordt bij wijze van spreken een bronzen beeld. Maar het is bijna niets, als je het aanraakt valt het in elkaar, blijkt het een zeepbel. Zo'n beeld, `zeepbel' gebruik ik dan natuurlijk weer niet. Als die aanvang niet zo snel zou verlopen, als het altijd zou nevelen, dan wordt dat ook weer gewoon, dan wordt de heldere inspiratie van het gedicht weer proza.''

Hoe kan een moment `de gedegen zwaarte van een eeuw' hebben?

,,Dat is het zelfde soort tegenstelling als in de titel, maar wat zwaar aangezet. In je geheugen blijft dat moment, maar het blijft ook omdat het nu in een gedicht is opgeschreven. Dàt blijven is juist geen dichtslibben. Het blijft omdat het te snel verliep om oude koek te worden.''

U gebruikt hier beeldtaal die hoort bij stromen: `dichtslibben', en in de volgende strofe `laat geen modder na'.

,,`Dichtslibben' dat zeg je van aderen of van rivieren, het is het stagneren van iets, maar dat is een te abstract woord om in een gedicht te gebruiken. Wie hier in Dordrecht woont, heeft te maken met slib en modder. Ik ging vroeger veel naar de Biesbosch, daar kon je droogvallen met je boot, dan rook je de geur van het slib. In het gedicht `Hier komt de zon' schrijf ik over `de helende geur van modder'. Maar daar gaat het hier niet om. Die modder in de vijfde strofe refereert aan de sneeuw in de tweede strofe, die wel modder nalaat. Zoals `wekt geen verwachting' refereert aan de bloesem. De nevel doet die dingen niet, verwachtingen wekken of modder nalaten, hij is in dat opzicht superieur. Het enige wat nevel doet is oplossen. En het aardige daarvan is dat het dubbelzinnig is. Ik ben dol op dubbelzinnige woorden.''

Wat wordt er dan opgelost?

,,Het is een tijdelijke oplossing van het levensraadsel – opeens weet je weer waarom je leeft. Het leven heeft zin als je er zin in hebt.''

Je kunt ook van bloesem zin in het leven krijgen.

,,Ja maar hier gaat het om nevel. In een ander gedicht komt de sneeuw weer als nummer 1 uit de bus. Het zijn eigenlijk allemaal weerberichten. Eliot, of Auden, dat weet ik niet precies meer, heeft eens gezegd dat over het weer praten eigenlijk de primaire vorm van poëzie is `the crudest form of poetry'. Zelfs het weerbericht komt soms over als poëzie. Vooral toen Diana Woei het deed.

,,Geografische namen kunnen soms ook poëzie zijn, in de Biesbosch heb je bijvoorbeeld een plek die heet `De ruigten bezuiden de perenboom'.''

De vijfde strofe heeft vijf regels. Waarom?

,,Dat is als het ware de sokkel onder het beeld.''

Waarom koos u voor de herhaling `nog niet, nog lange niet'?

,,Dat is een dronkemansliedje, `we gaan nog niet naar huis, nog lange niet, nog lange niet'. Het is een beetje zeurderig liedje. Piet Gerbrandy, de poëziecriticus van de Volkskrant, vond dat niet leuk, daar heeft hij misschien wel gelijk in. Het is een beetje melig, net zoiets als `Ik heb een potje met vet'. Ik ben het altijd al gauw met kritiek eens.

,,Bij nevel en het prefereren van nevel denk je aan stilstand en sterven. Ik wil wel laten zien dat het anders is: ik kijk nog, dus leef ik, ik word nog geroerd dus ik beweeg.

,,Nogmaals, dit is het meest geconstrueerde gedicht van de bundel. Ik heb het uit dankbaarheid opgenomen omdat het me voor het eerst weer een paar regels bezorgde. De dichtader is nog niet dichtgeslibd, het bloed nog niet opgedroogd. We gaan nog niet naar huis.''

    • Marjoleine de Vos