De schrijver en zijn gereedschap

De P.E.N.-club is de grote internationale vereniging van Poets, Essayists and Novelists, opgericht in 1921 door C.A. Dawson en, enigszins op de achtergrond, John Galsworthy. De PEN behartigt de belangen der schrijvers, overal ter wereld, min of meer als vakbeweging. Meestal gaat het over censuur, gevangenschap, geringer pesterijen waarmee overheden de schrijvende mens lastig vallen. Zelden over de `werkomstandigheden' waarmee andere vakorganisaties zich bemoeien. Krijgt de schrijver wel genoeg verse lucht op zijn `werkplek' (spreek uit: wirkplik), vitaminen voor zijn hersens? Daar hoor je de PEN nooit over. Journalisten moeten van hun werkgevers op ergonomische stoelen zitten, mogen niet meer roken en moeten zich hoeden tegen het gevaar van de muisarm. Anders komen ze in de WAO. Zelfs de handleiding die je bij je computer krijgt, laat je eerst zien hoe je op je stoel moet zitten. Dat heeft niets met de vrijheid van het woord als zodanig te maken. Het gaat om de centjes van de onderneming, het ziekenfonds en de staat.

Opmerkelijk weinig bemoeien de organisaties der schrijvenden zich met de kwaliteit van het schrijfgereedschap. Als de werknemers in een timmerfabriek moeten werken met bijvoorbeeld een hamer die ze drie keer in de lucht moeten gooien voor ze een spijker ermee op zijn kop kunnen slaan; als ze er dan altijd rekening mee moeten houden dat, door wat voor oorzaak dan ook, de hamer in de lucht blijft steken; als de hamer bij één verkeerde beweging een kopspijker in plaats van een draadnagel in het hout slaat zonder dat de timmerman begrijpt hoe dat komt; dan zegt hij tegen de baas: doe het zelf maar. Vervang hamer door een computer met Windows, en noem de baas Bill Gates, en u begrijpt dat het vak van schrijver er niet op vooruit is gegaan. Dat de Amerikaanse regering zich met zijn monopolie bemoeit, is een goed begin. Ik vind dat de PEN-club ook een actie moet ondernemen.

Timmmeren, een auto besturen, een muurtje witten, schrijven, ze komen in één opzicht overeen. Het is werk waarbij je gereedschap in handen hebt. Het plezier in het werk is regelrecht verbonden met de kwaliteit van het gereedschap. Daaruit ontstaat de lust van het bezig zijn. Een spijker in het hout jagen, zo mooi mogelijk een bocht nemen, de rolborstel gedrenkt in witkalk over het steen horen wentelen, op de toetsen tikken of met een lekkere pen over glad papier bewegen en woorden en zinnen zien ontstaan, het is allemaal lust.

Een voorbeeld van iemand met dit soort gereedschapslust: Gustave Flaubert. Een jaar of vijftien geleden was in Parijs een tentoonstelling over zijn leven en werk, met in vitrines bladzijden uit zijn manuscripten en drukproeven. Flaubert was een perfectionist. Eerst verbeterde hij zijn met de hand geschreven tekst. Daarvoor had hij al een brede marge opengelaten. Wat ten slotte naar de drukker ging, ziet er nu van een afstand uit als prachtige grafiek. Dan kreeg hij de proeven, die hem nog eens aan het herschrijven zetten. Hij leefde in de tijd van pen en inkt, die zijn eigen problemen had. (Klodders, brekende pen, houtvezels in het papier). Zijn manuscripten zijn zichtbare bewijzen van gereedschapslust. Was Madame Bovary een ander boek geworden, had hij andere brieven aan Maupassant geschreven als hij het op een elektronische tekstverwerker had gedaan? Het hangt ervan af welke besturingsprogramma hij had gebruikt. Bij Windows zou ik mijn hand er niet voor in het vuur willen steken.

In tegenstelling tot het courante geloof, gaat de beschaving er niet op vooruit met de voortgezette vervolmaking van het schrijfgereedschap. Voor mensen die niets anders willen dan met maximale gereedschapslust zoveel mogelijk schrijven, is de grens van de verminderende meeropbrengst al jaren geleden gepasseerd. De vervolmaking kiest op het ogenblik twee wegen. De eerste is die van de opeenstapeling van functies tot elektronische barok. Dat is begonnen bij het Zwitserse zakmes, waarmee je twintig dingen kunt doen, en dan gebeurt het ongelofelijke: terwijl je een kurk probeert te trekken, snij je je in je hand. De tweede weg is die van de archaïsering en infantilisering. Om een stukje tekst op het beeldscherm te verplaatsen moet je `knippen' en `plakken'. Voor alle zekerheid staan er plaatjes van een schaar en een lijmkwast bij. Ben je op een dwaalspoor en je roept de Help-functie op, dan verschijnt er een paperclip uit de familie van Mickey Mouse met leuk draaiende ogen. En laat ik Bill Gates niet van alles de schuld geven. Op de website van deze krant hebben de krekels onderaan links op de voorpagina echt bewegende voelsprieten!

Als het tot de infantilisering beperkt bleef, als de schrijvende mens door Bill Gates alleen als een halvegare werd beschouwd, zou je grootmoedig kunnen zeggen: dat moet hij dan zelf weten. Maar met zijn Zwitserse zakmes bederft hij de gereedschapslust. Daar moet de PEN tegen in het geweer komen.

    • H.J.A. Hofland