De look-alikes

Niet alleen mensen kunnen `look-alikes' hebben, zelfs hele films hebben dergelijke dubbelgangers. Vierde aflevering van Film & Tijd, een serie van Hans Keller.

FILM & GESCHIEDENIS

Filmend in de lifthal op de twintigste verdieping van een hotel in Manhattan werd onze ploeg in de gaten gehouden door de chef van de bedrijfsbeveiliging. De opnamen vonden na middernacht plaats opdat de dagelijkse gang van zaken in het hotel niet zou worden gestoord. De man droeg een snorretje, waardoor hij me vaag bekend voorkwam. De vroegere bandleider Harry James, echtgenoot van Betty Grable, en hoewel er niet ouder op geworden nu toch aan lager wal geraakt? Na afloop van de opnamen stapte hij op me toe en zei: ,,It happened one night''. Inderdaad, zei ik, we zijn klaar. Maar dat bedoelde hij niet. Hij gaf me zijn kaartje. Ik las dat Al Gibson twee beroepen had. Naast chief-security was hij ook the Clark Gable look-alike. Als ik ooit zo'n type nodig had dan wist ik hem wel te vinden. Nu pas drong tot me door dat hij de titel had genoemd van de film die de echte Gable in 1934 een Oscar had bezorgd.

Look-alike – het was de eerste keer dat ik het begrip gedrukt voor me zag, al was ik er in het spraakgebruik natuurlijk vertrouwd mee. Charles Boyer was jarenlang Napoleons look-alike geweest, totdat Marlon Brando de historische gestalte in Desiree (1954) op zich had genomen, waarna verder veelal werd afgezien van napoleontische reconstructies. Charlton Heston zou na zijn hoofdrol in The Ten Commandments (1956) in elke film waarin hij later speelde, ongeacht het genre of de periode tot in science-fiction toe, onveranderlijk terugkeren als de Mozes van Michelangelo, naar wie Cecil B. DeMille hem eertijds had gemodelleerd. Heston was sindsdien voor altijd in dat beeld gevangen geraakt, een look-alike tegen wil en dank die eeuwen wist te trotseren. Gore Vidal was erbij toen de actrice Greer Garson zich als haar look-alike aan Eleanor Roosevelt kwam presenteren, alvorens de opnamen van een aan haar leven gewijde televisieserie zouden beginnen. Vidal herinnert zich hoe de echte mevrouw Roosevelt haar uiterste best deed in verrukte kreetjes haar opgetogenheid over die voor haar ronddraaiende geestverschijning te laten blijken, terwijl ze tegelijkertijd haar ogen in gefascineerd afgrijzen onafgebroken gericht hield op het gruwelijke paardengebit dat de actrice was aangemeten. Maar ze had het hart niet haar zo treffende look-alike af te keuren. Toen Garson opgelucht was vertrokken, verzuchtte mevrouw Roosevelt: ,,Is het nu werkelijk nodig in films zo realistisch te zijn?'' En opeens, schrijft Vidal, werd hij door haar schoonheid getroffen.

De Amerikaanse karakterspeler Hal Holbrook maakte tijdens zijn leven vooral naam als de verpersoonlijking van de schrijver Mark Twain. Uit diens teksten stelde Holbrook solovoorstellingen samen, waarmee hij geregeld op wereldtournee ging. Zo heb ik hem eens in het Nieuwe de la Mar-theater zien optreden. Het was alsof de foto's die ik van Twain kende in elkaar versmolten en sprekend tot beweging kwamen. In Amerika had zijn Twain-look-alike natuurlijk een nog veel grotere faam. In 1976 speelde Holbrook de rol van de geheimzinnige klokkenluider in de Watergate-kroniek All the president's men, die daarom door tal van kranten met enige hilariteit werd begroet. Deep Throat is Mark Twain.

De look-alike kan in zijn desastreuze tegendeel verkeren wanneer de gelijkenissen elkaar in de weg zitten. Zo is het me onmogelijk nog naar Visconti's meesterwerk Dood in Venetië (1971) te kijken sinds Kees van Kootens latere creatie van `de vieze man', die als twee druppels water lijkt op Dirk Bogardes Aschenbach.

Ook complete films blijken over hun look-alike's te beschikken. In zijn boek Hitler's Pope over paus Pius XII (Eugenio Pacelli) schreef John Cornwell over een documentaire die deze paus in 1942 over zichzelf had laten maken. Pastor Angelicus, zoals de anderhalf uur durende auto-hagiografie is getiteld, vertoonde verbluffende overeenkomsten met Leni Riefenstahls Triumph des Willens (1934) over de partijdagen van de NSDAP in dat jaar te Neurenberg. Er wordt in de eerste film niet gemarcheerd maar geschreden en niet geschreeuwd maar gebeden. Voor het overige echter wordt in Pastor Angelicus uit hetzelfde vaatje getapt als acht jaar daarvoor door Riefenstahl: een orgie van mysterieus uitgelichte Vaticaanse gangen, trappen, zalen, zich openende en weer sluitende mega-deuren, op de knieën liggende menigten, rondgedragen tronen, vrome standbeelden, nachtelijke gevelcontouren en zuilen van licht, die in de choreografie van Albert Speer de weg naar de hemel wijzen. De affaire bevat zorgvuldig geselecteerde fragmenten uit Pacelli's biografie. Zijn verblijf in Duitsland en zijn nazi-connecties zijn weggelaten. Hij gaat voortdurend in ijle witte gewaden gehuld, die een lichtend spoor lijken na te laten. Een triomf van heiligheid, een zegenende geestverschijning, die dankzij uitgekiende camerastandpunten boven de samengepakte, mummelende silhouetten van de gelovigen zweeft en zelfs wanneer hij in een auto stapt – geknield houdt de chauffeur met gebogen hoofd het portier open – lijken zijn voeten noch de aarde noch de carrosserie te beroeren.

Begint Triumph des Willens met Hitlers uit de wolken tredende verschijning en zijn nederdaling op aarde, wanneer zijn vliegtuig Neurenberg nadert – in Pastor Angelicus is anderhalf uur lang het omgekeerde proces in werking: Pacelli's toebereidselen voor zijn aanstaande tocht naar boven, Gods plaatsvervanger op aarde, de look-alike die zijn voorbeeld zo dicht mogelijk wil naderen.

In Cornwell's boek staat een foto, waarop Pius XII zich meet met de beschermheilige van de dieren. Hij heeft de pose aangenomen van Sint Franciscus en kijkt zo vriendelijk mogelijk naar een musje, dat op zijn linkerwijsvinger heeft plaatsgenomen. Het is een parafrase op een bekende afbeelding uit een gebedenboek voor kinderen.

The London Review of Books plaatste dezelfde foto bij zijn bespreking van Hitler's Pope en wees voorzichtig op de gelijkenis met Peter Cushing, de acteur die bij de liefhebbers van het genre onvergankelijk in de herinnering zal voortleven als het huiveringwekkende middelpunt van klassiek geworden horrorfilms.

    • Hans Keller