De haan en de koe gaan naar Italië

Manifesta, dit jaar gehouden in Ljubljana, is bedoeld als alternatieve, reizende tentoonstelling voor jonge kunstenaars. De eerste Oost-Europese aflevering is opvallend politiek.

Uit het vliegtuig is het een mooi gezicht, de besneeuwde Alpen die langzaam overgaan in groene heuvels. Een paar kilometer lager moet het punt liggen waar de grenzen van Italië, Oostenrijk en Slovenië elkaar raken. Ongemerkt vlieg je hier de Europese Unie uit en betreed je het gebied dat tot het voormalige Oostblok behoort. Controle is er nauwelijks op de kleine luchthaven van de Sloveense hoofdstad Ljubljana. Een stempel in je paspoort en je bent binnen. Vier jaar geleden zette ik, tijdens een treinreis uit Griekenland, ook al eens voet op ex-Joegoslavische bodem. Toen waren de grenscontroles een stuk intimiderender. Samen met een handjevol andere passagiers werd ik door militairen gesommeerd in een rij op het perron te gaan staan, terwijl onze trein met chemische middelen zowel van binnen als van buiten grondig gereinigd werd. Vervolgens moesten ook wij een voor een onze handen en schoenzolen laten desinfecteren.

Europa heeft het afgelopen decennium allerlei veranderingen ondergaan. Er werden oude grenzen afgeschaft maar ook vele nieuwe grenzen bijgetekend. Een daarvan is de grens tussen de landen die zich aansloten bij de EU en de landen die erbuiten vielen. Deze tweedeling vormde de aanleiding voor het thema `Borderline Syndrome' van de derde editie van Manifesta. De komende maanden vindt deze Europese biënnale voor hedendaagse kunst plaats in Ljubljana, een Oost-Europese stad met een Westerse, haast mediterrane uitstraling, die zich net buiten de poorten van de EU bevindt, en daarmee de perfecte belichaming van het thema vormt. Zestig Europese kunstenaars, verspreid over vier musea en enkele plekken in de openbare ruimte, verbeelden hier hun visie op het nieuwe Europa.

Sejla Kameric, kunstenaar in Sarajevo, weet als geen ander wat die nieuwe grenzen betekenen. ,,Als inwoner van Bosnië-Herzegovina kan ik slechts een aantal landen ter wereld zonder visum bezoeken'', schrijft ze in de Manifesta-catalogus. ,,Bij de Sloveense grens moet ik aansluiten in de rij met `others'. Wanneer Slovenen naar andere Europese landen reizen, moeten ook zij bij de douane de `others'-ingang gebruiken. Wie zijn die `anderen'? Wat doe ik op de Europese biënnale voor hedendaagse kunst als een `ander'? Grenzen bestaan niet slechts in ons hoofd, ze zijn een feit.''

Kameric' bijdrage aan Manifesta is een van de eerste kunstwerken die je tegenkomt in de fraaie binnenstad van Ljubljana. Op de beroemde Tromostovje, de drie bruggen die het middeleeuwse gedeelte van de stad verbinden met het nieuwere centrum, plaatste ze borden met de teksten `EU Citizens' en `Others'. Voorbijgangers die de Ljubljanica-rivier willen oversteken moeten zo noodgedwongen kiezen bij welke groep ze willen horen.

Manifesta, in 1993 opgericht door onder anderen de Nederlandse curator Hedwig Feijen, is bedoeld als alternatieve tentoonstellingsplek, waar jonge kunstenaars uit zowel Oost- als West-Europa hun werk kunnen tonen. Grootschalige evenementen als de Documenta in Kassel en de Biennale van Venetië waren volgens de oprichters niet in staat om adequaat te reageren op de politieke ontwikkelingen in Centraal- en Oost-Europa. Manifesta heeft daarom een flexibele structuur: de nomadische tentoonstelling duikt steeds op in een andere stad, wordt door steeds een ander team van curatoren samengesteld en reageert op actuele tendensen in kunst en cultuur.

Familie-album

De eerste aflevering in Rotterdam (1996) werd gekenmerkt door een chaotisch en anarchistisch karakter. Met vele publieke acties en installaties die op onverwachte plaatsen opdoken, leek Manifesta toen vooral de autonome functie van kunst ter discussie te willen stellen. In Luxemburg, twee jaar later, stond het alledaagse leven van de kunstenaar centraal met kunstwerken die vaak niet meer waren dan een kleine geste of een voyeuristische blik in het familie-album. Nu, in Ljubljana, worden de grote onderwerpen niet geschuwd. De kunst die hier te zien is, gaat over nationalisme, migratie, identiteit en oorlog.

Meer dan vorige afleveringen is deze Manifesta een politiek statement. Dat begint al bij de keuze van de kunstenaars, die voor een groot deel afkomstig zijn uit landen die hun grenzen pas recentelijk (weer) op de kaart hebben kunnen zetten, zoals Litouwen, Slowakije of Macedonië. Maar ook de West-Europese kunstenaars komen veelal uit gebieden waar grenzen niet vanzelfsprekend zijn. Opvallend is bijvoorbeeld het grote aandeel van kunstenaars uit Noord-Ierland en Schotland.

Als er iets duidelijk wordt op deze Manifesta, dan is het dat kunst niet los gezien kan worden van het land van herkomst. Op Manifesta verwijst vrijwel iedere kunstenaar in zijn werk naar zijn persoonlijke, lokale achtergrond. Vooral de kunstenaars uit de post-communistische landen lijken de toeschouwer te willen wijzen op de problemen die in hun geboorteland spelen.

Zo laat de Litouwse kunstenaar Arturas Raila ons kennismaken met zijn werkomgeving, waar vooroordelen en anti-Westerse sentimenten nog altijd aan de orde van de dag zijn. Raila is leraar aan de kunstacademie in Vilnius en filmde een van zijn docentenvergaderingen. Het is moeilijk voor te stellen dat de gesprekken die gevoerd worden in zijn video The girl is innocent (1999) werkelijk hebben plaatsgevonden en niet bedoeld zijn als een absurdistische sketch. Onderwerp van de hoogoplopende discussie is de opdracht die aan de studenten gegeven is om een Walt Disney-achtige muis in klei te kopiëren. De collega's kunnen maar niet begrijpen dat gekozen is voor zo'n duidelijk symbool van Westers kapitalisme, en dat hun leerlingen hun handen vuil moeten maken aan een infantiel beest dat typerend is voor de oppervlakkigheid van de Amerikaanse consumptiemaatschappij.

Veel van de videowerken die op Manifesta vertoond worden, hebben een documentair karakter en onderscheiden zich nauwelijks van televisiereportages die je in programma's als Netwerk of 2Vandaag aan zou kunnen treffen. Aangrijpend is de film After After (1997) van Jasmila Zbanic uit Sarajevo, die het verhaal vertelt van de achtjarige Belma uit Bosnië. Het zwijgzame meisje overleefde tweeëneenhalf jaar in bezet gebied en probeert nu de draad op te pakken op een school in Sarajevo, omringd door al even getraumatiseerde kinderen. Haar klasgenootjes vertellen stoïcijns verhalen over familieleden die voor hun ogen werden doodgeschoten, maar Belma doet er het zwijgen toe en speelt wat met haar Barbies. Pas als de kunstenaar aan het eind van de film aan het meisje vraagt wat haar liefste wens is, horen we haar voor het eerst praten. ,,Ik heb niets te wensen'', antwoordt Belma.

Ook Adrian Paci uit Albanië filmde een getraumatiseerd kind – zijn driejarige dochtertje Jola – dat in een brabbeltaaltje verhalen vertelt aan haar poppen. Het lijkt een onschuldig sprookje over een haan en een koe, maar al snel worden de `duistere krachten' ten tonele gevoerd en doet het kind geweerschoten en explosies na. De kinderlijke woorden omschrijven in een notendop het verhaal van haar familie en van de recente gebeurtenissen in haar vaderland. Als de haan en de koe naar Italië gaan, vertelt het meisje, leven zij nog lang en gelukkig.

Onthutsend

Hoewel deze verhalen een diepe indruk achterlaten, hebben dergelijke eenvoudige registraties weinig met beeldende kunst te maken. Kinderen zijn een gemakkelijke prooi voor videocamera's, zeker in voormalig Joegoslavië en Albanië, waar vrijwel ieder kind een onthutsende geschiedenis met zich meetorst. Bij veel kunstenaars die de Balkanoorlog zelf hebben meegemaakt, ontbreekt een kritische afstand tot hun onderwerp. Hun kunst wil in eerste instantie een verhaal vertellen en de vorm waarin die boodschap gegoten wordt, is dan vaak van secundair belang. Veel werken op Manifesta kunnen daardoor nog maar nauwelijks voor zichzelf spreken. Vaak is de uitleg in het gratis verkrijgbare tekstboekje noodzakelijk om een kunstwerk te begrijpen.

Een ander probleem van deze Manifesta is de weinig bevlogen inrichting van de tentoonstelling. Het museale karakter van de verschillende presentaties iedere kunstenaar netjes in zijn eigen zaaltje staat in schril contrast met de experimentele uitstraling die Manifesta pretendeert te hebben. Het zorgt er bovendien voor dat de verschillende werken onderling inwisselbaar worden. Met hetzelfde gemak waarmee je tegenwoordig op het internet de wereldbol rond kunt surfen, reis je op deze tentoonstelling van Estland naar Portugal en van Belfast naar Zagreb. Het ene moment kijk je naar een film over Ghanese illegalen in Israel, terwijl in de volgende zaal een Zwitserse documentaire over mensensmokkel in Mexico draait.

Toch kun je de Manifesta ook prijzen als een dapper en noodzakelijk initiatief. Het is een van de weinige plaatsen waar een Westers publiek in contact wordt gebracht met jonge kunst uit Oost-Europa. Dankzij Manifesta is Ljubljana deze dagen even het culturele centrum van Europa. Museumdirecteuren, curatoren, verzamelaars en critici – kortom de personen die de culturele infrastructuur vormen waar het in Oost-Europa zo aan ontbreekt – zijn massaal naar Slovenië afgereisd.

Dat wij westerlingen beschamend weinig afweten van de Oost-Europese kunst en kunstgeschiedenis, wordt duidelijk op de tentoonstelling Arteast 2000+, die gelijktijdig met de Manifesta in Ljubljana georganiseerd wordt. In het voormalige hoofdkwartier van het Joegoslavische leger heeft Ljubljana's Museum voor Moderne Kunst een presentatie ingericht met werken uit de eigen collectie. Het museum, dat tot voor kort louter Sloveense kunst verzamelde, is in de jaren negentig begonnen met het aanleggen van een internationale, voornamelijk op Oost-Europa georiënteerde collectie.

Tussen de afgebladderde muren van de kazerne, die onlangs aangekocht is door het museum en verbouwd zal worden tot tentoonstellingsruimte, wordt een verborgen geschiedenis onthuld. De rondgang door het pand is een ware ontdekkingsreis door een – voor mij althans – blinde vlek op de culturele kaart. Af en toe stuit ik op werken van oude bekenden, van Westerse kunstenaars als Joseph Beuys, Jenny Holzer en Lawrence Weiner bijvoorbeeld, of van geïmporteerde westerlingen als Marina Abramovic, Anish Kapoor en Ilya Kabakov. Maar met de overige honderden kunstwerken van Oost-Europese bodem maak ik voor het eerst kennis. Ze omspannen de periode van 1960 tot nu en tonen een ontwikkeling die parallel loopt aan die in het Westen, van conceptuele kunst en performances naar video- en installatiekunst.

Veel van deze werken zijn destijds, zeker in landen met strenge communistische regimes, alleen vertoond voor een kleine groep vrienden. De schilderijen en installaties van de tot voor kort onbekende Roemeense kunstenaars Ion Grigorescu (1946) en Geta Bratescu (1926) bijvoorbeeld, vonden pas hun weg naar het grote publiek nadat Ceausescu ten val was gebracht. Nu zijn zij een grote inspiratiebron voor een jongere generatie Roemeense kunstenaars.

Ook op deze collectiepresentatie valt op hoe politiek geladen veel van de hedendaagse Oost-Europese kunst is. Zo maakt de Servische Milica Tomic met haar video-installatie Ich bin Milica Tomic (1998-'99) een krachtige vuist tegen het nationalisme in haar land. In 65 talen roept de vrouw hoe zij heet en wat haar nationaliteit is. Bij iedere uitspraak opent zich spontaan een nieuwe wond in haar lichaam. Als een gemartelde gevangene die haar identiteit niet wil prijsgeven, raakt Tomic steeds zwaarder gewond en haar witte jurk steeds meer doordrenkt met bloed.

Manifesta 3. T/m 24 september in diverse musea in Ljubljana. Di t/m za 11-19u, zo 15-19u. Informatie: 00 386 14767146 of www.manifesta.org.

2000+ Arteast collection. T/m 24 september, Metelkova 22, Ljubljana. Di t/m za 11-19u, zo 15-19u. Informatie: 00386 12514106 of www.2000p.org.

Video- en fotowerken van Milica Tomic t/m 3 september in het Museum voor Moderne Kunst, Utrechtseweg 87, Arnhem. Di t/m vr 10-17, za en zo 11-17u. Catalogus ƒ15,-. www.mmkarnhem.nl.

Slovenen moeten bij de douane de `others'-ingang gebruiken. Wie zijn die `anderen'?

Kinderen zijn een gemakkelijke prooi voor videocamera's, zeker in voormalig Joegoslavië

    • Sandra Smallenburg