Vrede blijft onbereikbaar doel in Kashmir

Opnieuw is Kashmir het toneel van bloedig geweld. Meer dan honderd burgers werden deze week het slachtoffer in een strijd die India en Pakistan al vijftig jaar in zijn greep houdt.

Een staakt-het-vuren van drie maanden, een kleine adempauze in een uitzichtloze burgeroorlog die al tweemaal ontaardde in een echte oorlog en die de afgelopen decennia aan meer dan 30.000 burgers en soldaten het leven kostte – dat was vorige week het perspectief dat plotseling opdook toen een van de belangrijkste islamitische strijdgroepen in Kashmir, de Hizbul Mujahideen, India aanbood vredesonderhandelingen te beginnen. De aankondiging ontlokte bij sommige waarnemers voorzichtig optimisme en bij andere cynisch pessimisme. Die laatsten hebben snel gelijk gekregen. Niet eerder werden in Kashmir in korte tijd zoveel burgers afgeslacht als de afgelopen dagen. Balans: meer dan honderd doden, voornamelijk hindoes.

De meest voor de hand liggende verklaring voor de terreur is, hoe paradoxaal ook, de aankondiging van het bestand door de Hizbul Mujahideen. Al onmiddellijk nadat commandant Abdul Majid Dar zijn vredeswil had verwoord op een persconferentie in een buitenwijk van Srinagar, de zomerhoofdstad van de Indiase deelstaat Jammu en Kashmir, reageerden andere strijdgroepen als door een wesp gestoken. Zij spraken over `verraad'. Al deze milities vallen onder de noemer `islamitisch' en ze strijden allemaal tegen de Indiase `bezetting' van Kashmir: de één met het uiteindelijk doel een onafhankelijke staat, de ander met het doel aansluiting te vinden bij buurland Pakistan. Het vooruitzicht dat door toenadering tot India hun jarenlang volgehouden jihad (heilige oorlog) ineens voor niets zou zijn geweest, bevalt hun niet.

De aanvallen op de hindoe-minderheid in Jammu en Kashmir, India's enige deelstaat met een meerderheid van moslims, zijn een effectief middel om een vredesproces in de kiem te smoren. De regering in New Delhi heeft, bij monde van premier Vajpayee, laten weten dat India door wil gaan op het vredespad. Vandaag kwam de Indiase minister van Binnenlandse Zaken, Kamal Pande, naar Srinagar voor een eerste overleg met Fazal Haq Qureshi, politiek leider van de Hizbul Mujahedeen. Maar duidelijk is dat het psychologische klimaat danig is verpest. Vooral de aanval op hindoestaanse pelgrims, die op weg waren naar een heiligdom in de bergen bij Amarnath, zal vermoedelijk heftige reacties oproepen in India, waar de stem van het hindoe-fundamentalisme steeds luider doorklinkt. Premier Vajpayee's BJP-partij, vaak beschuldigd van religieus fanatisme, voelt de hete adem in de nek van nog extremistischer, regionale groeperingen, zoals de Shiv Sena partij in de deelstaat Maharashtra. Toen haar populaire leider Bal Thackeray onlangs dreigde te worden opgepakt wegens het aanzetten tot rassenhaat in het begin van de jaren negentig, brak in Bombay bijkans een volksopstand uit.

Overigens moesten ook vóór de recente bloedbaden de vredeskansen niet al te hoog worden ingeschat. De regering in Delhi zei, in reactie op de aankondiging van de Hizbul Mujahideen, graag te willen beginnen aan een dialoog. Maar ze zei ook dat een oplossing voor Kashmir alleen gezocht kan worden binnen het kader van de Indiase grondwet. Met andere woorden: over Kashmir kan elk akkoord worden gesloten, mits Indiaas Kashmir bij India blijft. Juist die opstelling heeft een doorbraak altijd verhinderd.

Kashmir is de open wond die is blijven etteren nadat Brits Indië in 1947 uiteenviel. Twee maanden na de onafhankelijkheid voerden India en Pakistan hun eerste oorlog om Kashmir, in september 1965 een tweede. Sindsdien is de regio in de Himalaya verdeeld door een bestandslijn, die aan beide kanten van de grens scherp in de gaten wordt gehouden. Bijna de helft van Kashmir is in handen van India, Pakistan controleert ruim dertig procent en het resterende deel ligt in China.

Vorig jaar brak bijna de derde Kashmiroorlog uit, toen het Indiase leger een grootscheeps tegenoffensief inzette tegen separatische milities en Pakistaanse infiltranten. Die confrontatie eindigde na enkele weken in gezichtsverlies voor Pakistan. Hoewel de Pakistaanse premier Sharif ontkende de islamitische verzetsbewegingen met wapens te steunen, riep hij – daartoe internationaal onder druk gezet – de mujahedeen op `andere posities' in te nemen.

Inmiddels is Sharif van het toneel verdwenen en wordt Pakistan sinds eind vorig jaar bestuurd door een militaire leider, generaal Pervez Musharraf. Misschien ligt in die coup de verklaring voor het vredesaanbod dat de Hizbul Mujahideen vorige week onverwachts deed. De bijna-oorlog van vorig jaar heeft laten zien dat het steunen van de onafhankelijkheidsbeweging voor Pakistan geen erg effectieve strategie is en alleen maar prestigeverlies oplevert. Het alternatief van een totale oorlog is nog minder aantrekkelijk, moet generaal Musharraf beseffen.

Blijft over de optie van vredesbesprekingen over de status van Indiaas Kashmir. Niet dat er veel kans is dat zulke onderhandelingen zullen slagen, afgaande op de halsstarrige houding die India de afgelopen decennia heeft ingenomen. Maar het uitblijven van een vergelijk heeft in ieder geval tot resultaat dat de zwartepiet dan weer aan Indiase kant komt te liggen, weet Musharraf. Volgens waarnemers is het daarom heel goed mogelijk dat hij achter de schermen de Hizbul Mujahideen onder druk heeft gezet om een bestand aan te bieden. Daarom zijn de moordpartijen van de afgelopen dagen ook slecht nieuws voor de Pakistaanse militaire leider. Ze laten zien dat ook hij de situatie in het noordoostelijke, onherbergzame grensgebied van zijn land niet de baas is.